Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Talmoed-columns van Leo Mock

Wekelijkse column over Talmoed door Drs. Leo Mock

DE MUG VAN TITUS

Als verwoester van de Tempel wordt Titus op buitengewoon negatieve manier afgeschilderd in de rabbijnse literatuur. Titus verwoestte niet alleen de Tempel en vele mensenlevens, hij getuigde ook van een grote afkeer van het Joodse geloof. Titus zei: "Waar is hun God? Waar is de rots waarop zij bouwen?" Hij greep een hoer en bracht haar het Allerheiligste van de Tempel binnen, spreidde een Tora-rol uit over de grond en zondigde daarop met haar. Daarna nam hij een zwaard en sloeg het Voorhangsel stuk. Door een wonder spoot er bloed uit het Voorhangsel. Titus dacht eerst dat hij zich verwond had. Hij greep het Voorhangsel, wikkelde de kostbare voorwerpen van de Tempel erin en nam deze per boot mee om daarmee in Rome te gaan pronken.
Maar hoogmoed komt voor de val. Er klonk een stem uit de Hemel die zei: "Zondaar, zoon van zondaren, afstammeling van Esaw, ik heb een klein wezen geschapen dat mug heet. Ga aan land en vecht ermee."
Bij zijn aankomst in Rome werd Titus door de inwoners van de stad jubelend binnengehaald. "Bedwinger der barbaren", riepen ze. Meteen werd een warm bad voor hem klaargemaakt en na het bad werd er wijn voor hem geschonken. Maar toen kwam er een mug door zijn neusgaten zijn hoofd binnen. Zeven jaar lang kwelde de mug onafgebroken het brein van Titus, tot die er gek van werd. Op een dag liep hij langs een smidse. Hij luisterde naar de slagen van de smid op het aambeeld…de mug staakt zijn pijnigingen. Daarna liet Titus elke dag een smid langskomen die de hele dag op een aambeeld moest slaan om de mug tot kalmte te brengen. Als de smid een niet-jood was kreeg hij voor zijn werk 4 zuz, als de smid Joods was kreeg hij geen geld. Het feit dat de Jood zijn aartsvijand Titus zag lijden was volgens de Romeinen al voldoende beloning. Maar na een maand was de mug aan het kabaal gewend en begon de kwelling weer van voren af aan. Rabbi Pinchas ben Arowa (Israël, eerste eeuw) vertelt dat hij bij de autopsie van Titus aanwezig was en zag dat er een soort spreeuw uit diens hoofd kwam ter grootte van twee selah (een munt). Volgens een andere geleerde was het een duif met een gewicht van twee pond. Abajé (Babylonië, vierde eeuw) houdt het op een vogel met een snavel van koper en ijzeren klauwen. Bij zijn dood zou Titus gezegd hebben: 'Verbrand mij en strooi mijn as uit over de zeven zeeën zodat de God van de Joden me niet kan vinden en me kan berechten'.
Maar zonder succes. Tijdens een seance maakte Onkelos - volgens de Talmoed een neef van Titus - contact met de geest van Titus. Onkelos raadpleegde zijn oom omdat hij proseliet wilde worden en hoorde over Titus' straf in het Hiernamaals: elke dag werd zijn as verzameld en werd hij berecht, waarna hij opnieuw verbrand werd en zijn as uitgestrooid over de zeven zeeën (B.T. Gittien 56a-b).

<< Krimpende eierenDe nagel van de priester >>