SODOM’S ZOUTNa het tafelen is het volgens de Talmoed een verplichting om de handen te wassen – het Laatste Water – met koud of lauw water. Dit vanwege het zout uit Sodom dat de ogen zou blind maken (B.T. Choellien 105b). Het was namelijk de gewoonte om na de maaltijd zout te eten – ‘Na elke maaltijd, eet zout’ (B.T Berachot 40a) – door de vingers in zout te dopen. Niet zo’n raar advies in warme landen waar veel mineralen door zweten het lichaam verlaten. Wanneer je de handen niet zou wassen dan bestaat de mogelijkheid dat je met zoute handen in je oog wrijft en schade toebrengt. Soldaten zijn volgens de Misjna (Eroewien 1:10) vrijgesteld van het wassen van de handen. De Talmoed legt uit dat dit alleen het wassen voor de maaltijd betreft, dat een rituele betekenis heeft. Na de maaltijd bestaat er echter lichamelijk gevaar en dat mag dus nooit verwaarloosd worden, zelfs niet in oorlogstijd.
Zout werd in Israël bij de Dode Zee gedolven, in zoutbergen en door het zoute zeewater te laten verdampen. Rabbi Sa’adjah Gaon (Irak, tiende eeuw) identificeert het ‘zout uit Sodom’ als Andarani-zout. Volgens een Arabische schrijver uit de veertiende eeuw is Andarani-zout het witste en fijnste en afkomstig uit het Land van Sodom. Het breekt in kristallen met vierkante hoeken. Ook zou het volgens een andere bron plakkerig zijn – waardoor het inderdaad aan je handen kan plakken. Dit plakkerige wordt veroorzaakt doordat het mineralen als magnesium en kalium bevat.
Maar hoe zit het met zout in andere landen? Volgens de geleerde Abaje (Babylonië, vierde eeuw) bevat gewoon zout slechts een fractie Sodomzout op ongeveer 500 kilo zout. En toch is dat genoeg om gevaar op te leveren en je handen te wassen in Babylonië, lijkt hij te suggereren. In de Middeleeuwen blijkt het handenwassen na de maaltijd in West-Europa niet gepraktiseerd te worden. De Tosafisten – middeleeuwse schrijvers van glossen op de Talmoed uit Frankrijk – vertellen dat in hun tijd geen handen worden gewassen na de maaltijd. Dit komt omdat het zout uit Sodom niet meer bij ons te vinden is en dat we ook niet meer de gewoonte hebben om onze vingers in zout te dopen na de maaltijd, schrijven ze.
Onder invloed van de Kabbala werd het Laatste Water weer een verplicht ritueel. Het moet in een voorwerp opgevangen worden en mag absoluut niet op de grond vallen, vanwege een slechte geest die op het water rust. Dat voorwerp kan daarna beter niet gebruikt worden voor drinken of eten, vanwege het gevaar van ziektes of lichamelijke zwakte. Na zeven keer afspoelen kan je volgens sommigen het glas of de beker weer gebruiken. En de restjes water kun je beter niet drinken. Volgens de Talmoed tasten die het geheugen voor Tora aan (B.T. Horajot 13b), terwijl meer recente rabbijnen menen dat het drinken van deze restjes water tot ketterse gedachten leidt.