Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Talmoed-columns van Leo Mock

Wekelijkse column over Talmoed door Drs. Leo Mock

WAAR BLIJFT DE BELONING?

De relatie tussen God en mens is in de Tora wederkerig: wanneer de mens zich aan Gods opdrachten houdt, dan zal het hem goed gaan – en indien niet, dan vergaat het hem slecht. Oftewel: "Als jullie gehoor zullen geven aan deze voorschriften en ze stipt ten uitvoer zullen brengen… dan zal Hij je zegenen en je talrijk doen worden; Hij zal de vrucht van je lichaam en de voortbrengselen van je bodem zegenen: je koren, je most en je olie, de worp van je runderen en de aanwas van het kleinvee, op het land waarvan Hij je voorouders beloofd heeft die aan jou te geven" (Dewariem 7:12-13). Luistert men niet, dan "zou Hij de hemel afsluiten zodat er geen regen zou zijn en de aarde zijn opbrengst niet zal geven; jullie zullen spoedig verdwijnen, weg van het goede land dat de Eeuwige jullie geeft" (11:17).
Maar liggen de zaken echt zo eenvoudig? Elisja ben Awoejah (Israël, tweede eeuw) was een van de grootste geleerden van zijn generatie. Toch maakte deze geleerde een dramatische metamorfose tot ketter. Dit gebeurde volgens de Talmoed door het volgende incident: Elisja zat eens te leren toen hij een man zag die op Sjabbat een dadelpalm in klom. De man pakte een vogelnestje waarin een moeder met kuikentjes zaten, wat volgens de Tora verboden is. Je moet immers de moeder eerst wegsturen en dan pas de jonge vogeltjes pakken (zie Dewariem 22:6-7). Bovendien mag je op Sjabbat niet in een boom klimmen om daar een nestje uit te pakken. Toch gebeurde de man niets en hij kwam veilig op de grond terug. Na Sjabbat zag Elisja opnieuw een man de boom in klimmen. Deze deed het wèl goed: hij liet eerst de moeder wegvliegen en pakte toen pas de jonge vogeltjes. Maar op de grond aangekomen werd de man door een slang gebeten en stierf. Elisja begreep dit niet. Er staat toch geschreven: "De moeder moet je weg laten vliegen, dan kun je de jongen voor jezelf nemen, opdat het je goed zal gaan en je lang zult leven" (Dewariem 22:7). "Waar gaat het deze man dan goed? Waar is zijn lange leven dan gebleven?", riep de rabbijn verbitterd. Elisja verloor zijn geloof en werd een zondaar (B.T. Chagiga 15a).
Het probleem waarmee Elisja worstelde wordt nog wel eens opgelost door te wijzen op twee manieren van het dienen van God: de eerste is met zuivere intentie waarbij men niets terugverlangt van God (lisjmah), en bij de tweede (lo lisjmah) gaat het de mens om een beloning: materieel (geld) of immaterieel (gezondheid, kinderen). Het doel is om God te dienen zonder eigenbelang, maar omdat dit voor de meeste mensen te moeilijk is mag men God in eerste instantie voor een beloning dienen, om zodoende tot de hoogste vorm van Godsdienst te komen: uit liefde, zonder tegenprestatie. Voor deze lieden belooft de Tora welstand en welvaart in deze wereld. Maar het eigenlijke doel van het vervullen van de geboden ligt in deze vervulling zelf (Maimonides, Misjna Sanhedrien, hfst. 10).

<< TaalAfgodenjacht >>