Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Talmoed-columns van Leo Mock

Wekelijkse column over Talmoed door Drs. Leo Mock

PAS OP JE WOORDEN

Spreken blijkt een belangrijke eigenschap te zijn van mens en God. Immers, ‘Met tien uitspraken schiep God de wereld’ (Awot 5:1), verwijzend naar de tien keer dat er in het scheppingsverhaal staat ‘en God zei …’. God blies Adam een levensadem in en deze werd ‘tot een levend wezen’ (Bereesjiet 2:7), volgens de rabbijnse exegese ‘een sprekend en intelligent wezen’. Vandaar dat de Tora vele vermaningen kent aangaande de spraak. Het is verboden om iemand te vervloeken, te roddelen, of de Godsnaam zomaar uit te spreken. Dit laatste leert het Derde gebod – ‘Bezig de naam van de eeuwige, je God, niet voor niets’ (Sjemot 20:7). Bijvoorbeeld door een eed af te leggen met de Godsnaam die volkomen overbodig is – dat mijnheer X een man is – of door een overbodige zegenspreuk (beracha) uit te spreken. Twee tractaten in de Talmoed – Nedariem en Shewoe’ot – gaan over geloftes en eden.
Een verhaal uit de Talmoed illustreert de gevaren van woorden. De geleerde Sjemoe’eel (Babylonië, derde eeuw) ging op bezoek bij zijn broer Pinchas die om een sterfgeval rouwde. Tijdens het bezoek ziet Sjemoe’eel dat zijn broer erg lange nagels heeft. Hij vraagt hem hierop waarom hij zijn nagels niet heeft geknipt. Pinchas antwoordt: ‘Als het JOU zou gebeuren (een sterfgeval), zou je dan zo lichtzinnig met de rouw omgaan (door je nagels te knippen)?’ Een tijdje later krijgt Sjemoe’eel met een sterfgeval te maken. Nu komt Pinchas zijn geleerde broer bezoeken. Sjemoe’eel gooit hem zijn afgeknipte nagels toe en zegt: “Weet je dan niet dat er ‘een verbond is gesloten met de lippen?’” Dit leert men uit het verhaal van de offerrande van Jitschak. Awraham zegt namelijk voordat hij afscheid neemt van zijn dienaren: ‘Blijven jullie hier bij de ezel, en ik en de jongen zullen verder gaan, ons neerwerpen (voor God) en naar jullie terugkeren’ (Bereesjiet 22:5). Awraham, die van plan was Jitschak te offeren, versprak zich ogenschijnlijk door het meervoud ‘wij zullen terugkeren’ te gebruiken. Zijn woorden werden echter waarheid en Jitschak bleef leven door een hemelse interventie, waarop beiden inderdaad terugkeerden (B.T. Moëd Katan 18a).
Woorden hebben dus gevolgen: ‘Voor de zonde van (het niet nakomen van) een gelofte sterven je kinderen’ (B.T. Sjabbat 32b). Niet minder gevaarlijk is het om iets negatiefs uit te spreken over een persoon. Zelfs met iets in de trant van ‘als ‘X’ nog had geleefd, dan was hij zeker gekomen’ moet je oppassen. Immers, er is ‘een verbond gesloten met de lippen’, zodat wat je zegt echt kan gebeuren. Ook mag je een kind niet bang maken met iets onreins – ‘een kat of hond zal je pakken’. Er schijnen namelijk demonen te bestaan met dezelfde namen als de onreine dieren die ‘geactiveerd’ kunnen worden en het kind lichamelijke of spirituele schade toebrengen (SjeLaH, zestiende-zeventiende eeuw).


<< Eerbied voor je leraarTreuren om de Tempel >>