Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Talmoed-columns van Leo Mock

Wekelijkse column over Talmoed door Drs. Leo Mock

ONDEUGENDE CHERUBIJNEN

In het Allerheiligste van de Misjkan (Tabernakel) stond de Arke des Verbonds met daarin de Stenen Tafelen en twee Cherubijnen op het deksel. Maar wat waren deze gevleugelde Cherubijnen nu precies? De middeleeuwse bijbelcommentator Rasjbam (Frankrijk, ca. 1085-1174) houdt het erop dat het beelden waren van grote vogels met vleugels. Hij verwijst hiervoor naar een vers waarin het woord ‘cherub’ wordt gebruikt: “U was een grote cherub die beschut” (Jechezkel 28:14). Wie die passage bestudeert weet nog steeds niet wat een Cherubijn is, behalve dat ook Rasji (1040-1105) – de opa van de Rasjbam – het woord met ‘vogel’ vertaalt. Misschien was een Cherubijn dus een grote vogel.

In de Talmoed benadert rabbi Awahoe de zaak taalkundig. In het Aramees betekent ‘rabja’ kind, dus waren het een soort gevleugelde gestaltes met kindergezichtjes.

De profeet Jechezkel kent de Cherubijn ook uit de hemelse entourage. Daarin blijkt het een vierkoppig wezen te zijn: “En elk van hen (de Cherubijnen) had vier gezichten; het eerste gezicht was het gelaat van een Cherubijn, en het tweede gezicht het gezicht van een mens, het derde gezicht het gezicht van een leeuw, en het vierde gezicht dat van een adelaar” (Jechezkel 10:14). Hier lijkt dus in ieder geval gesuggereerd te worden dat een Cherubijn geen menselijk gelaat heeft, aangezien er over twee afzonderlijke gezichten wordt gesproken – van de Cherubijn en de mens. De Talmoed antwoordt dat één gezicht kleiner was - een kindergezicht -, de ander groter en een volwassen man voorstelde, zodat er toch vier verschillende gelaten zijn (B.T. Chagiga 13b). Het gelaat van een kind symboliseert een soort onschuld, zoals het Joodse volk door de profeet Hosjea een kind wordt genoemd (11:1 – ‘want Israël is een jongen’).

In de Talmoed wordt ook verteld dat de Cherubijnen een rol speelden op de Feestdagen in de Eerste Tempel (ca. tiende eeuw tot begin zesde eeuw voor de jaartelling). Wanneer de Joden naar Jeruzalem op pelgrimstocht kwamen, dan werd het voorhangsel in de Tempel weggeschoven zodat de Cherubijnen in het Allerheiligste zichtbaar werden. Deze bleken met elkaar verstrengeld zoals man en vrouw tijdens de liefdesdaad, waarop gezegd werd: ‘Zie eens hoe geliefd jullie zijn voor God, net als de liefde tussen man en vrouw.’ Op grond hiervan menen sommigen dat de ene Cherubijn het lichaam van een man had, en de ander dat van een vrouw. Volgens de Talmoed waren de heidenen die de Tempel binnen gingen zeer verbaasd over de verstrengelde Cherubijnen: ‘Houden de Israëlieten zich dan met dergelijke (obscene) zaken bezig?’ waarna zij de Cherubijnen naar buiten droegen en in het openbaar belachelijk maakten (B.T. Joma 54a).

Er was overigens nog iets bijzonders met die Cherubijnen. De Cherubijnen in het Tabernakel waren met het gelaat naar elkaar gericht, maar in de Tempel van koning Salomon keken ze van elkaar weg. De uitleg hiervan is dat wanneer de Joden zich in de ogen van God juist gedroegen, de Cherubijnen elkaar aankeken. Maar wanneer de Joden afdwaalden van het rechte pad, dan keken de Cherubijnen van elkaar weg (B.T. Baba Batra 99a).

<< Aan de wasNaar school >>