EERBIED VOOR JE LERAARDe eerbied die men zijn leraar moet bewijzen, is groter dan het respect dat men een willekeurige geleerde verplicht is. Zo moet je je leraar meer vrezen en eren dan je eigen vader en gaat de leraar voor bij het loskopen van gevangenen, zelfs boven je eigen vader. De reden hiervoor is dat je vader je in deze fysieke wereld heeft gebracht, maar je leraar je helpt met het bereiken van de Toekomstige Wereld, het Hiernamaals. Ook stelt de Talmoed dat ‘een leerling voor zijn leraar alle werkzaamheden doet die een slaaf normaliter voor zijn meester verricht.’ Een uitzondering hierbij is het uittrekken van de schoenen van de leraar. Wanneer iemand zich namelijk bevindt in een plaats waar men hem niet kent, is hij niet verplicht om dit te doen. De reden hiervoor is dat een toeschouwer wel eens zou kunnen denken dat de leerling werkelijk een slaaf is, hetgeen een vernedering inhoudt. Dit alles geldt overigens niet voor zomaar een leraar, maar om een vaste leraar, waarbij iemand het grootste gedeelte van zijn wijsheid heeft opgedaan (B.T Ketoebot 96a).
Het bedienen van de leraar wordt als zeer positief beschouwd en de leraar moet zijn leerling de kans geven om hem deze dienstbaarheid te bewijzen. Anders doet hij hem groot onrecht aan omdat deze dienstbaarheid tot Godsvrezendheid zou leiden. Dit is volgens één mening ook precies de dunne scheidslijn tussen iemand die de status van am ha’aretz heeft – een leek – en die van geleerde. Wie in kennis veel weet maar net niet tot het uiterste is gegaan door zijn leraar fysiek te dienen, blijft een leek. Zelfs al heeft hij de hele Pentateuch en Misjna geleerd. Anderen zijn minder streng en definiëren de leek op verschillende manieren: als iemand die niet het Sjema leest op de voorgeschreven tijden,
’s ochtends en ’s avonds, of als iemand die geen tefillien legt, of geen tsitsiet aan zijn kleren heeft gehangen, geen mezoeza aan zijn deurpost heeft, of zijn zonen niet opvoedt om Tora te leren. Toch is de halacha volgens de Talmoed, dat ook het niet dienen van geleerden iemand tot leek bestempelt. Wie in de categorie van am ha’aretz viel, kon daar praktische gevolgen van ondervinden.
Zo stelden de rabbijnen als regel dat wie een leek is, niet meetelt als derde man voor het bensjen (uitspreken van het dankgebed na de maaltijd). Wanneer drie mannen samen hebben gegeten, dan wordt een extra stukje toegevoegd aan het begin. Niet als de derde man een leek is. Zo werd rabbi Menasjia ben Tachalifa door Rama ben Chama geboycot bij het bensjen omdat deze niet genoeg kennis zou bezitten. Wanneer Rama ben Chama voortijdig sterft, wordt dit door een andere geleerde aan deze boycot geweten, omdat dit onterecht was gebeurd. Menasjia ben Tachalifa hoorde namelijk altijd de discussies tussen de geleerden en leerde deze uit het hoofd, waardoor hij toch de status van een geleerde had (B.T. Berachot 47b). Als straf voor de vernedering van deze man stierf Rama ben Chama.