DETERMINISME?Het probleem van determinisme versus vrije wil is een terugkerend thema in rabbijnse geschriften. Een uitgesproken voorbeeld van determinisme is te vinden in Sjemot 21: 12-13. Daar lezen we over iemand die een ander per ongeluk doodt en vervolgens in ballingschap gaat, zodat hij van de bloedwraak door nabestaanden gered wordt: “Wie iemand slaat zodat hij sterft, moet ter dood gebracht worden. Maar, indien hij het er niet op toegelegd heeft en God heeft het door zijn hand beschikt, dan zal Ik je een plaats bepalen waarheen hij vluchten kan.” Beschikt God bepaalde zaken specifiek door iemands hand?
Jazeker, vindt rabbi Sjimon ben Lakiesj (Israël, derde eeuw). “Deze passage uit de Tora gaat over twee mensen die allebei al eens eerder iemand gedood hebben, de één per ongeluk, de ander expres. Maar in beide gevallen waren er geen getuigen zodat ze hun straf ontliepen, namelijk verbanning en de doodstraf. God zorgt er nu voor dat beiden eens in een zelfde herberg zullen vertoeven. Hij die vroeger iemand expres had vermoord, zit dan bijvoorbeeld onder een ladder en degene die eerder iemand per ongeluk doodde loopt dan de ladder op. Dan valt de man die de ladder oploopt naar beneden en doodt de man die beneden bij de ladder zat. Hij die eens moordde is nu gedood, en die iemand per ongeluk doodde moet nu wel in ballingschap omdat er in een herberg nu wel getuigen zijn.” (B.T. Makot 10b)
Andere teksten in de Talmoed spreken over een mildere vorm van determinisme dat vooral op de fysieke kant van de mens invloed heeft, zoals sterk of zwak, rijk of arm, slim of dom. Maar de religieuze kant van de mens ligt geheel in eigen handen. In de mens woedt een grote oorlog tussen twee krachten – de Goede en Slechte Neiging. Aan de mens om te zorgen dat hij zijn Goede Neiging de overhand laat krijgen. Toch kan God je een handje helpen door bijvoorbeeld in een gebed om de strijd te winnen of door bepaalde religieuze daden te verrichten die de Slechte Neiging verzwakken. Vooral Tora leren is een probaat middel. Waarbij God dus toch weer lijkt in te grijpen in de keuzes van de mens.
De rationele school van het jodendom uit de Middeleeuwen had ook grote problemen met determinisme. Rabbi Sa’adjah Gaon (Irak, tiende eeuw) verklaart bovenstaand fragment uit Sjemot 21 op een heel andere manier: “Er zijn eerdere geleerden die stellen dat God slachtoffer en dader bij elkaar heeft gebracht omdat Hij wist dat meneer X de doodstraf schuldig is en meneer Y in ballingschap moest vanwege een eerder vergrijp. Zodat nu de één alsnog wordt gedood en de ander verbannen. Maar deze veronderstelling is rationeel niet te aanvaarden omdat ze aan God een sturende en leidende rol geeft in de daden van de mens. Mij lijkt eerder dat de woorden (in het vers Sjemot 21:13) ‘God heeft het [door zijn hand] beschikt’ slaan op de vluchtplaatsen om naar toe te gaan.” De rabbijn bedoelt de vluchtsteden (uit de Tora) waar iemand die een ander per ongeluk had gedood naar toe kon vluchten en zo gered werd van de bloedwraak door nabestaanden van het slachtoffer. God heeft er dus voor gezorgd dat er een redding voor hem is. Aan de mens om er gebruik van te maken, of niet.