Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Talmoed-columns van Leo Mock

Wekelijkse column over Talmoed door Drs. Leo Mock

WERKEN

Eén van de lijfspreuken van Awtalion (Israël, eerste eeuw voor de jaartelling) was ‘houd van werken’. Zelfs wanneer je genoeg geld hebt, moet je toch werken. Rabbi Gamliël (Israël, derde eeuw) is het daar helemaal mee eens: “Het is goed om Tora met werk te combineren, want het zwoegen in beide doet zonden vergeten. Want Tora die niet wordt vergezeld van werk, gaat uiteindelijk verloren en leidt tot zonde” (Awot 2:2). Immers, de Tora verzwakt de kracht van een mens en het werk breekt zijn lichaam. Hierdoor zal men van zondigen afzien. Wie niet werkt kan bovendien niet in zijn levensonderhoud voorzien en gaat mensen bedriegen en bestelen. Vandaar dat een vader verplicht is om zijn zoon een vak te leren. Wie dit nalaat wordt beschouwd alsof hij zijn zoon het roversvak leert.
Niet werken is daarnaast ongezond, zoals er ook staat: “De begeerte van de luiaard zal zijn dood zijn, want zijn handen weigeren te werken” (Spreuken 21:25). De boodschap is duidelijk: wie niet werkt, wordt een slaaf van zijn begeerte, hetgeen hem uiteindelijk de das om zal doen. Dit zelfde gedachtegoed vinden we concreet in de Misjna terug. In tractaat Ketoebot worden de werkzaamheden behandeld die een vrouw verplicht is te doen voor haar man: graan malen, brood bakken, kleren wassen, koken, haar kind borstvoeding geven, de bedden opmaken en wol spinnen. Wanneer een vrouw echter bij haar huwelijk genoeg geld heeft meegenomen om in de aanschaf van huishoudelijke hulp te voorzien – toentertijd in de vorm van slaven en slavinnen – kan zij van de verschillende werkzaamheden worden vrijgesteld. Eén slavin – of het equivalent hiervan in geld – ontslaat haar van de plicht van het graanmalen, bakken en wassen. Bij twee slavinnen hoeft ze niet meer te koken of het kind te zogen. Wanneer ze meer dan vier slavinnen meeneemt, dan mag ze de hele dag in een luie stoel zitten.
Rabbi Eliëzer kan zich hier niet in vinden. Zelfs al is de vrouw steenrijk, zo rijk dat ze zelfs 100 slavinnen zou kunnen bekostigen, dan kan de man nog eisen dat ze wol spint. Ledigheid leidt namelijk volgens hem tot zedeloosheid. Een collega is het met hem eens maar om andere redenen: niets doen leidt tot verveling. Volgens de Talmoed is het verschil tussen de beide meningen relevant wanneer een vrouw de hele dag spelletjes doet, zoals schaken. Een dergelijke vrouw valt niet ten prooi aan verveling, maar kan nog steeds blootgesteld zijn aan een ongebreidelde seksdrang (B.T. Ketoebot 59b-61b).
Hoe belangrijk werk is, blijkt uit een verhaal van Chana de geldwisselaar. Deze man was met zijn werk bezig toen de geleerde Bar Nafga bij hem kwam staan. Deze wilde een muntstuk van hem voor het oplossen van een bepaalde halachische kwestie. Toen de geldwisselaar wilde opstaan voor de geleerde, zoals gebruikelijk is als teken van eer, hield de geleerde hem tegen en zei: ‘Blijf zitten, werkmensen mogen niet opstaan voor geleerden, wanneer zij met hun werk bezig zijn’ (B.T. Choellien 54b).

<< De kracht van ToraWonderen >>