Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Talmoed-columns van Leo Mock

Wekelijkse column over Talmoed door Drs. Leo Mock

DE WARE VINDEN

De verhalen in de Tora zijn een voorbeeld om het gedrag naar te modelleren. Of anders gezegd, ‘de daden van de voorouders (Awoth, letterlijk: Vaders, aartsvaders) zijn een teken voor de zonen, de nakomelingen.’ Zo wordt het verhaal van Eliëzer die een vrouw voor Jitschak gaat kiezen (Bereesjiet 24) als prototype gezien van het gekoppelde huwelijk. Hierin zou de oorsprong liggen van de gewoonte om twee mensen door een bemiddelaar – de sjadchen – aan elkaar te koppelen. Ook bestaat er een gewoonte dat men tijdens het koppelen niets eet, voordat de ‘deal’ rond is. Net als Eliëzer die niets at voordat hij zijn verhaal deed: “Maar toen hem iets te eten werd voorgezet, zei hij: ‘Ik zal niet eten, voordat ik de woorden die ik te zeggen heb gezegd heb’” (Bereesjiet 24:33).
Toch is het verboden om een vrouw te huwen – middels een gezant bijvoorbeeld – zonder haar gezien te hebben. Misschien zal de man namelijk iets afstotelijks aan haar vinden, waardoor hij niet van haar kan houden. Terwijl de Tora stelt: “En je zult je naaste lief hebben als jezelf”, dus zeker je partner (B.T. Kidoesjien 41a). In sommige gevallen kan een huwelijk zelfs ontbonden worden als blijkt dat de vrouw een bepaald gebrek heeft. Volgens de Misjna geldt dat een gebrek dat een priester ongeschikt voor de Tempeldienst maakt, bij een vrouw een reden tot scheiden is voor de man. In het tractaat Bechorot wordt een lange lijst gegeven van dergelijke gebreken: Kaalheid – zo erg dat er geen strook haar te vinden is van oor tot oor, via het achterhoofd – een missende wenkbrauw, ogen die te hoog, te laag of op ongelijke hoogte zitten, iemand die altijd tranende ogen heeft, een bovenlip die groter is dan de onderlip, een albino, een dwerg, iemand met hele kleine oortjes of juist grote ‘sponsachtige’ oren, andere ledematen die te groot of te klein zijn, et cetera (Misjna Bechorot, hoofdstuk 7).
Daarnaast zijn er ook nog specifieke vrouwengebreken. Zoals een slechte lichaamsgeur, te veel zweetafscheiding, een slechte geur uit de mond, een zware stem, of littekens. Ook de grote en vorm van de borsten zijn belangrijk. Zo mag er niet meer dan een handbreedte ruimte tussen de beide borsten zitten. De normale afstand tussen beide zou een ruimte van drie vingers zijn. Te grote borsten werden in Talmoedische tijden ook niet geapprecieerd: borsten die een handbreedte groter zijn dan die van andere vrouwen worden als een gebrek gezien. Bestaan er dan zulke grote borsten? Jazeker, Rabbah bar Bar Channa zag namelijk eens een Arabische vrouw die haar borsten over haar schouders gooide en haar kind zoogde. In plaatsen met een badhuis en waar de vrouwen ongesluierd rondlopen kan de man zijn vrouw niet scheiden wegens gebreken, zowel zichtbare als onzichtbare. De zichtbare kan hij zelf zien en omtrent de onzichtbare had hij informatie bij zijn vrouwelijke familieleden kunnen inwinnen, die de vrouw uit het badhuis naakt kennen (B.T. Ketoebot 75a).

<< Instabiele kosmosDe vorst er over >>