Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Talmoed-columns van Leo Mock

Wekelijkse column over Talmoed door Drs. Leo Mock

INKEER

De mogelijkheid tot inkeer werd volgens de rabbijnen al voor de wereld geschapen. Dit leidt men af uit de de volgende psalmverzen: “Voordat bergen geboren werden en voordat u aarde en wereld vormde – voordat de wereld er was en tot het einde van de wereld bent U er God. U maakt de mens tot zwakke en zegt: ‘Komt tot inkeer mensenkinderen’” (Tehilliem 90:2-3).
Een moment van inkeer en goede daden in deze wereld is dan ook mooier dan het hele Hiernamaals (Awot 4:22). Uiteraard helpt God de mens op zijn weg naar de inkeer, vooropgesteld dat de mens de eerste stap zet. God zegt als het ware: ‘Maak voor mij een opening van inkeer niet groter dan het topje van een naald, en Ik maak daarvan een opening waar hele wagenkarren doorheen kunnen rijden’ (Shir haSjieriem Rabbah 24). Alhoewel inkeer een heel leven mogelijk is en elke dag, zijn het vooral de Tien Dagen van Inkeer – de dagen vanaf Rosj Hasjana tot en met Jom Kippoer die hier bij uitstek geschikt voor zijn. Ook de maand Eloel die aan de Hoge Feestdagen voorafgaat is de maand van inkeer waar men zich kan voorbereiden op deze belangrijke feestdagen.
Over rabbi Eliëzer ben Doerdeja werd verteld dat er geen hoer was waarmee hij geen seks had gehad. Een keer hoorde hij over een hoer ergens in een stad bij de zee die wel een hele buidel met dinars als loon vroeg. De man gaat op weg met een buidel geld en steekt zeven rivieren over tot hij bij haar is. Tijdens de daad laat zij een wind en zegt: ‘Zoals deze wind niet meer naar haar plaats terugkeert, zo zal ook rabbi Eliëzer ben Doerdeja geen inkeer meer doen’. Hierop vertrekt hij mistroostig naar een bergachtig gebied. Hij roept vervolgens bergen, heuvels, hemel, aarde, zon, maan, sterren en planeten aan om voor hem een gunstig woordje boven te doen. De man komt uiteindelijk tot de conclusie dat hij alleen zichzelf kan helpen. Vervolgens legt hij zijn hoofd tussen zijn knieën als in een soort mystische trance en begint te huilen tot hij zichzelf doodhuilt. Een hemelse stem klikt op dat moment: ‘rabbi Eliëzer ben Doerdeja is voorbestemd voor het Hiernamaals.’ Toen een rabbijn dit verhaal hoorde begon hij te huilen en zei: ‘Er zijn mensen die hun aandeel in het Hiernamaals pas na vele jaren verkrijgen, maar er zijn er ook die hun aandeel vanwege één moment verwerven.’ En, niet alleen worden mensen die tot inkeer komen altijd geaccepteerd, ze worden nog ‘rabbi’ genoemd ook (B.T. Awodah Zarah 17a). Over deze bijzondere positie van hen die tot inkeer komen zei rabbi Zera: ‘Op de plaats waar zij die tot inkeer zijn gekomen zich bevinden kunnen de volmaakte vromen niet staan.’ Er staat immers geschreven: ‘Vrede, vrede – voor hen die veraf zijn en voor hen die nabij zijn, zegt de Eeuwige, en ik zal ze genezen’ (Jesjaja 57:19). Eerst worden de verafstaanden genoemd, dan pas diegenen die nabij zijn (B.T. Berachot 34b).


<< Sodom’s zoutJeruzalem van goud >>