Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Talmoed-columns van Leo Mock

Wekelijkse column over Talmoed door Drs. Leo Mock

OVER DE TALMOED, EEN INLEIDING

Bij het woord Talmoed denkt men al gauw aan slecht verlichte ruimtes waarin vrome, rumoerige Joden met baarden en gerepareerde kaftans een tekst bestuderen – ondertussen heen-en-weer wiegend. Een scène die zo uit Anatevka, Yentl of The Chosen zou kunnen komen. Wie anno 2002 naar New York of Jeruzalem gaat en daar een instituut voor Talmoedstudie binnengaat zal ontdekken dat deze instituten meestal in moderne gebouwen zitten, dat niet alle leerlingen baarden hebben of lange zwarte jassen dragen, en dat niet iedereen zit te wippen op zijn stoel. Sterker nog, in sommige instituten bestuderen vrouwen de Talmoed, iets dat de rabbijnen uit de Talmoed niet echt konden waarderen. Tegenwoordig is het leren – lernen zoals dat op zijn Jiddisj heet – een belangrijk pijler van de verschillende vormen van jodendom.
Toch is het niet altijd zo geweest. Wie met een tijdmachine 2500 of meer jaar in de tijd terug wordt getransporteerd zal misschien wel Joden aantreffen die heilige boeken bestuderen, maar zij zullen voornamelijk de Tempel in Jeruzalem en haar cultus belangrijk vinden. Honderden jaren lang gingen in de Tempel elke dag offers in rook op voor een onzichtbare God. Bijzondere dagen als feestdagen en de Sjabbat werden met extra offers gevierd. Duizenden pelgrims kwamen elk jaar met de feesten vanuit heel Israël en het buitenland naar de Tempel om daar de verplichte offers te brengen.
Waarschijnlijk in de twee eeuwen voor het begin van de jaartelling kwam er een religieuze revolutie op gang die het gezicht van het jodendom blijvend zou veranderen. Naast de Tempel en haar offers benadrukte men nu waardes als naastenliefde, gebed, moraal, het bestuderen van de Tora en de vertaling daarvan in praktijkregels – de halacha. De vernietiging van de Tempel in het jaar 70 door Titus bracht behalve het verlies van politieke autonomie ook een religieuze stroomversnelling teweeg. Men moest zich nu zien te redden zonder Tempelcultus. Morele perfectie, het vervullen van de geboden en het bestuderen van de Tora, werden nu de pijlers van het rabbijnse jodendom. Door deze revolutie konden arm en rijk, jong en oud, man en vrouw, deelnemen aan de Godsdienst.
Als voorman van dit rabbijnse jodendom wordt in de Talmoed rabbi Jochanan ben Zakai genoemd, die in de ogen van het rabbijnse jodendom de schakel was tussen de periode van vóór en ná de verwoesting van de Tempel. Hij was het die volgens de legende het door de Romeinen belegerde Jeruzalem uitvluchtte in een doodskist en naar Vespasianus ging en hem voorspelde dat hij keizer zou worden. Wanneer dat inderdaad gebeurt, mag hij een wens doen van Vespasianus. ‘Geef mij Jawne en haar wijzen,’ antwoordt de rabbijn. Jawne zal in het rabbijnse gedachtegoed uitgroeien tot het symbool van het rabbijnse jodendom van na de verwoesting, waar de basis werd gelegd voor een jodendom dat de dominante variant tot de 19de eeuw werd. Een van de boeken die daartoe een grote bijdrage leverde was de Talmoed.

Tal-wat?
Talmoed komt van het hebreeuwse woord voor leren – lilmod. Met het woord Talmoed bedoelt men echter een boek. Maar, pas op. Er bestaan twee soorten Talmoed: een Babylonische en een Jeruzalemse. Wij zullen het voornamelijk hebben over de Babylonische Talmoed, want als je het in het jodendom hebt over Talmoed bedoelt men meestal de Babylonische. Om redenen die niet helemaal duidelijk zijn is de Babylonische Talmoed één van de belangrijkste boeken van het traditionele jodendom geworden, terwijl de Jeruzalemse Talmoed weinig bestudeerd werd. Misschien een kwestie van goede marketing…

Het decor
Het decor van de Babylonische Talmoed is Babylonië. Hiermee wordt het gebied bedoeld tussen de Eufraat en de Tigris dat tegenwoordig grotendeels overeenkomt met het grondgebied van Irak. Hier bestond al in ieder geval vanaf begin zesde eeuw voor de jaartelling een Joodse gemeenschap. De Babyloniërs verplaatsten veel Joden – nadat ze Israël veroverd hadden en de Tempel van Salomon verwoestten in het jaar 586 voor het begin van de jaartelling – vanuit Israël naar Babylonië. Sommigen gingen aan het eind van de zesde eeuw en in de vijfde eeuw voor de jaartelling weer terug naar Israël toen de Babyloniërs inmiddels door de Perzen verslagen waren. Deze terugkeerders bouwden de Tweede Tempel die na ongeveer 400 jaar werd verwoest door de Romeinen in het jaar 70 na het begin van de jaartelling. Vanaf de derde eeuw van de jaartelling gaan veel Joden uit Israël weg naar Babylonië. Het Romeinse Rijk maakte een economische recessie door en het Romeinse juk werd steeds zwaarder voor de Joden in Israël. Babylonië lag buiten het Romeinse Rijk en herbergde al een oude Joodse gemeenschap. Daarnaast was het gebied vruchtbaar en relatief welvarend. Hier bloeide het jodendom weer op en ontstonden vele leerhuizen. De discussies in deze leerhuizen over materiaal dat men uit Israël – in boekvorm of in het hoofd – had meegenomen vormt ruwweg de inhoud van de Talmoed.

Misjna
De Talmoed is geen commentaar op de Tora in die zin dat een vers van de Tora wordt aangehaald en uitgelegd en vervolgens een tweede, enzovoort. Uitgangspunt van de Talmoeddiscussies is de tekst van een ander rabbijns werk – de Misjna – die aan het begin van elke discussie wordt afgedrukt. De Misjna werd rond 200 van de jaartelling opgeschreven door rabbi Jehoedah Hanassi (de Prins), een groot en invloedrijk rabbijn uit Israël. Hij stelde de Misjna op schrift aan de hand van eerder bestaande tradities – op schrift of mondeling overgeleverd – die hij selecteerde en redigeerde, en aanvulde met nieuw materiaal. De Misjna behandelt de wetten die door de rabbijnen en voorgangers op grond van de Tora werden ontwikkeld en de meningsverschillen hierover. Al vanaf tenminste de tweede eeuw voor de jaartelling waren groepen binnen het toenmalige jodendom bezig met het opnieuw interpreteren en uitwerken van de voorschriften uit de Tora. Soms schreven ze die uitwerkingen op.
De Misjna heeft zes delen (sedariem) die elk weer in verschillende sub-delen (masechet) zijn ingedeeld. Zo’n sub-deel heet een tractaat.
De zes delen hebben als hoofdonderwerp:
1) Landbouwwetten
2) Wetten voor bijzondere dagen
3) Huwelijks- en scheidingsrecht
4) Civiel-, straf- en religieusrecht
5) Tempel en offers
6) Reinheidswetten
De Babylonische Talmoed behandelt niet de hele Misjna integraal – alleen een gedeelte ervan. Voornamelijk de delen 2, 3, 4, en 5 van de Misjna. De Babylonische Talmoed heeft 36 delen (tractaten).

Auteur
Wie de auteur is van de Babylonische Talmoed is niet geheel duidelijk. Het is de vraag of het zelfs juist is om over een auteur te spreken. De traditionele visie is dat de eindredactie van deze Talmoed aan het begin van de vijfde eeuw heeft plaatsgevonden door twee rabbijnen: Rabbina I (overleden in 422) en Ashi (ca. 335-427). Zij verzamelden het materiaal dat in de loop van honderden jaren ontstaan was aan de hand van de voortdurende discussies over de tekst van de Misjna. Echter, een analyse van de tekst van de Talmoed laat zien dat ook na het overlijden van beide rabbijnen er nog stukken aan werden toegevoegd. Modernere visies plaatsen de redactie rond het jaar 500, of zelfs 600.

Complexe tekst
Qua taal, inhoud en opbouw is de Babylonische Talmoed een gecompliceerd werk. Allereerst is de Talmoed in het Aramees geschreven, of beter gezegd de variant die in Babylonië werd gesproken. Dit is een semitische taal die naar mijn weten in de vorm zoals hij in de Talmoed voorkomt, nergens meer wordt gesproken. Daarnaast bevat de Talmoed materiaal uit verschillende periodes, bij benadering van de eerste tot de vijfde eeuw na de jaartelling, en uit twee verschillende regio’s – namelijk Israël en Babylonië. Ook de tekst zelf is vaak associatief opgesteld – waarschijnlijk het gevolg van het feit dat het oorspronkelijk om gesprekken ging, die later werden opgeschreven. Soms lijkt het alsof men chaotisch van het ene naar het andere onderwerp overspringt. Vaak wordt op basis van gedachtenassociaties, anekdotes en discussies, die zo kenmerkend zijn voor de mondelinge communicatie, een breed scala aan onderwerpen behandeld. Bij nadere bestudering blijkt er echter in veel gevallen wel een link te bestaan, zij het slechts associatief, tussen het eerste en het volgende gespreksonderwerp.

Inhoud
Het is haast onmogelijk om te zeggen waar de Babylonische Talmoed over gaat. In de bijna 6000 pagina’s die deze Talmoed telt worden vele onderwerpen aangesneden. Het uitgangspunt van een Talmoeddiscussie is steeds de tekst van de Misjna. Hierna ontwikkelt de discussie zich echter langs geheel andere lijnen dan het oorspronkelijke onderwerp en worden nieuwe thema’s aangesneden. Alhoewel geschreven vanuit een religieus perspectief kan de inhoud niet altijd puur religieus worden genoemd. Behalve religieuze kennis – het vervullen, interpreteren en bestuderen van de Tora – blijkt men ook in het algemeen geïnteresseerd te zijn in allerlei kennisgebieden, variërend van geneeskunde, magie, astronomie of astrologie, tot wis- en meetkunde of biologie. Vandaar dat de Talmoed een zeer rijke bron is voor tal van onderwerpen uit de Oudheid.

Hoofdrolspelers
De hoofdrolspelers in de Talmoed zijn de rabbijnen. Rabbijnen uit Israël worden ‘rabbi’ genoemd en die uit Babylonië ‘rab’ (uitgesproken als ‘raw’). Daarnaast worden de rabbijnen uit de Misjna ook soms aangeduid met de algemene naam ‘Tannaïem’ en die uit de Talmoed met ‘Amoraïem’. Rabbijnen zijn weliswaar de hoofdrolspelers, maar zij zijn zeker niet de enige spelers. In de verhalen van de Talmoed ontmoeten de rabbijnen bijvoorbeeld machtige koningen, werklieden, hoeren, ketters, astrologen of spirituele wezens.

Surrealisme
Door de manier waarop de Talmoed is opgeschreven en de bronnen die gebruikt zijn, ontstaat een tekst die soms haast virtueel of surrealistisch is te noemen. Zo verklaren rabbijnen in Babylonië teksten van de Misjna die ze soms echter niet meer geheel kunnen plaatsen omdat ze de historische en religieuze context van deze tekst niet meer kennen. En dus staat de Talmoed vol met anachronismen en herinterpretaties. Neem bijvoorbeeld geleerden die in Babylonië in de vierde eeuw met elkaar over de Tempelrituelen praten. Ze hebben die rituelen of de Tempel helemaal nooit gezien maar stellen toch vast hoe volgens de religieuze wet het ritueel uitgevoerd moet worden. Wanneer je een tekst uit de Talmoed oppervlakkig leest krijg je bovendien de indruk dat een aantal personen met elkaar in gesprek is. Maar dat is soms helemaal niet zo omdat de personen in kwestie, gezien de chronologie, elkaar helemaal niet gekend hebben en de locaties ook wisselen van Babylonië naar Israël of vice versa.

Heilige tekst?
Sommige orthodoxe Joden beschouwen de gehele inhoud van de Talmoed als door God geopenbaard. Naast de geopenbaarde schriftelijke Tora op de Sinaï zou er ook een zogenamde Mondelinge Leer mee zijn overgeleverd die in de Talmoed neerslag vond. Dit is wel een zeer letterlijke interpretatie van wat hierover in de Talmoed zelf is geschreven. Uit traditioneel oogpunt is ook de stelling te verdedigen dat slechts een zeer klein aantal wetten uit de Talmoed door God geopenbaard werd aan Mosjé op de berg Sinaï, die niet expliciet in de Tora staan. De rest is gewoon mensenwerk.
Andere stromingen in het jodendom zullen de tekst als Goddelijk geïnspireerd zien, of gewoon als een belangrijke Joodse tekst die echter niet zondermeer en automatisch een verplichtend karakter heeft voor het heden. Weer anderen zullen de Talmoed gewoon leuk leesvoer vinden. Een ieder staat hierin vrij om te kiezen. Vooropgesteld dat men integer met het gedachtegoed omgaat. Ik doel hiermee op het feit dat de Talmoed in het verleden gebruikt werd om ‘het jodendom’ aan te vallen, en in extreme gevallen zelfs ‘de Joden’ zelf. Een enkele keer gebeurt dit ook nog wel eens in onze moderne tijd. Dit is misschien wat de Talmoed bedoelt met: “Wie Tora leert met integere intenties diens Tora wordt een levenselixer. En wie leert met foute intenties diens Tora wordt vergif” (B.T. Ta’aniet 7a).

Afkortingen en notaties
Tot slot nog iets over de afkortingen en notaties van bronnen die in deze columns tussen haakjes gebruikt worden.
B.T. betekent Babylonische Talmoed
J.T. betekent Jeruzalemse Talmoed
De exotische namen die worden gebruikt zijn de namen van het desbetreffende Talmoeddeel (tractaat), bijvoorbeeld Berachot, Sjabbat, Choellien et cetera.
De nummers geven het bladnummer aan.
De letters a of b geven de pagina aan, omdat elk Talmoedblad twee pagina’s heeft, a en b.
Dus B.T. Ta’aniet 7a betekent dat de desbetreffende uitspraak te vinden is in de Babylonische Talmoed; in deel Ta’aniet, op blad 7, pagina a. En dan moet je nog zoeken waar het op de pagina staat.
Daarnaast worden de hebreeuwse benamingen van bijbelboeken en bijbelse figuren gebruikt.
Hieronder enkele namen die vaak voorkomen:

Awraham = Abraham Jitschak = Isaak
Jakov = Jakob Mosjé = Mozes
Riwka = Rebekka

Bereesjiet = Genesis Sjemot = Exodus
Wajikra = Leviticus Bamidbar = Numeri
Dewariem = Deuteronomium

Jesjajahoe = Jesaja Jechezkel = Ezechiël
Tehilliem = Psalmen Kohelet = Prediker

Leestips
De Wegen der Wijzen en de Weg van de Wereld, vert. M. van Loopik, Kok-Kampen 1989.
R. Evers, De echte Tora, Kok-Kampen 1998.
R. Evers, Talmoedisch Denken, Amphora Books, Amsterdam 1999 (voor gevorderden).
R. Evers & L. Mock, Aan tafel bij de rabbijn, Kok-Kampen 1999.
R. Gradwohl, Wat is de Talmoed?, vert. R. Vink, Ten Have/Baarn 1985.
L. Mock, Zappen door de Talmoed, Amphora Books, Amsterdam 2002.
R.C. Musaph-Andriesse, Wat na de Tora kwam, 5de druk, Amphora Books, Amsterdam 2000.
J.L. Palache, Inleiding in de Talmoed, 4de druk, Amphora Books, Amstelveen 1984.
J. Rosen, De Talmoed en het Internet, Atlas, Amsterdam 2001.
W. Zuidema, De gein van het leren, Ten Have/Baarn 1995.

Wie de Talmoed zelf in vertaling wil bestuderen kan tegenwoordig uit verschillende goede vertalingen kiezen:
De Soncino-vertaling: Goede, vrij letterlijke, Engelse vertaling van de gehele Babylonische Talmoed, voorzien van voetnoten.
Er bestaan twee versies van de Soncino-uitgave: één met de Hebreeuws-Aramese tekst van de Talmoed aan de ene kant en de Engelse vertaling aan de andere kant, en één met alleen de Engelse, vertaalde tekst.
De Steinsaltz-editie: Deze editie geeft de Hebreeuws-Aramese tekst en de Engelse vertaling, maar is nog niet compleet. Met o.a. de traktaten Babba Metsia, Kethoebot, Ta'aniet en Sanhedrien. Naast de vertaling geeft Steinsaltz ook eigen commentaar, met o.a. verwijzingen naar halachische werken. De Hebreeuws-Aramese
tekst is gepunctueerd.
De Schottenstein-editie van ArtScroll: Traditioneler dan Steinsaltz, maar met een veel uitgebreider commentaar. Deze Engelse editie is op enkele traktaten na compleet.
De El-Am-editie: Geeft de Hebreeuws-Aramese tekst en Engelse vertaling van slechts enkele traktaten: Berachot, gedeeltes van Babba Metsia en Kiddoesjien. Geeft een uitgebreid commentaar met veel aandacht voor historische en filologische achtergrondinformatie bij de tekst.


 Regenmannen >>