PESACHMet Pesach herdenken we dat wonderbare gebeuren, de uitvoerig beschreven Uittocht en alles wat er toen aan vooraf ging. Vanaf Sj'mot 3:7 is er sprake van tot Sj'mot 12:41.
Elke keer als we deze sidrot lezen, vind ik het spannend. Maar er zijn andere overwegingen waarmee ik me als huisvrouw dien te vermoeien. Want in Sj'mot 12-15 staat het gebod om matsot te eten, erger nog: "al op de eerste dag moet alles wat gisting kan veroorzaken, weggeruimd zijn uit het huis", dus "chameets-vrij" zijn. Dit gebod wordt enige malen herhaald. De Misjna verdiept zich daar uitvoerig in en heeft de kort geformuleerde geboden sterk uitgewerkt.
Wat betékent het het huis vrij te maken van chameets?
Er zijn twee soorten huisvrouwen ten deze: de ene stelt, rabbinaal onderbouwd, dat "stof géén chameets is". De andere lijdt aan een volledigheidsdwang, meent dat je maar nooit kunt weten, dus elke gordijnrail en de balken van de zolder moeten aan de schoonmaak geloven (ik zie dat mijn woordkeus mijn voorkeur verraadt). Gelukkig vermeldt de Misjna dat, als een wezel chameets zou binnenslepen, dat als nietig en waardeloos geldt.
Mijn huishoudelijke hulp vroeg eens waarom die grondige schoonmaak toch voor een bepaalde datum kláár moet zijn. Ik legde haar het uit, waarop zij het begreep: "dus de schoonmaak komt ook alweer uit de bijbel".
De avond vóór ingaande Pesach wordt met een kaars het huis doorzocht op chameets; de toevallig-expres achtergelaten broodkorsten (om mors-kansen te voorkomen in plastic zakjes verpakt!) worden onder kinder-gejuich gevonden. De volgende ochtend worden ze, met ander overgebleven chameets, likkebaardend verbrand. Likkebaardend: wanneer heb je het gebód een fikkie te stoken?
Eén van mijn dochters zei eens dat het uitputtende werk om "Pesach te maken" onze straf is voor onze luxueuze neigingen. Want toen we nog in een tent woonden en gras onze vloermat was, konden we makkelijk in één dag "al wat gisting kan veroorzaken" de tent uit bezemen. Het kasjeren van allerlei vaatwerk en bestek bleef ook achterwege: men bakte nieuw vaatwerk en smeet het oude aan stukken; geen gezeur.
Dan is het de dag vóór Pesach. We zijn gisteren of eergisteren al "overgegaan", d.w.z. van door-het-jaar op Pesach-servies, -bestek, -pannen enzovoort. Tevoren was, uiteraard, de keuken en veel bestek Pesach-gekasjerd, de koelkast uitgeruimd, de kastjes ontdaan van chameets en gereinigd, na zorgvuldig de Pesach-kasjroetlijst geraadpleegd te hebben. De (zeer prijzige) Pesach-tigge etenswaren waren weliswaar ingeslagen, maar tot dan apart bewaard nog, Ze worden nu in de brandschone kastjes gerangschikt. En dan gaan we bakken, koken, braden tot uitputting toe, want hoewel de matze het brood der ellende is en de Pesach-kasjroetlijst vele beperkingen oplegt (tot en met gelaatscrêmes en medicijnen) bouwen de huisvrouwen allerlei onmogelijklijkende recepten tot realiteit om.
Ik heb veel meer dan de mij toegemeten krap duizend woorden om U Pesach in het gezin te beschrijven! Er zijn zoveel voorschriften en gewoonten die met de edele saus der traditie zijn overgoten.
In Israël is er met Pesach een top in de psychiatrische opnamen....
Op aanraden van één van mijn zonen zorg ik met berenkracht dat werkelijk álles klaar is op de middag vóór Sederavond, zodat ik een paar uur kan slapen. Ik vertik het als een uitgebluste slavin half duttend aan de Seder te hangen. Nee, als een uitgeruste koningin lig ik aan, nou ja, dat liggen is wat oncomfortabel, dus ik zit aan en leun.
Weet U dat alleen belangrijke vrouwen aan de sedertafel mogen leunen? Een uitgemaakte zaak is dat alle vrouwen belangrijk zijn, dus wij leunen allen.
"Naarmate de inspanning is de beloning groter". Het wás zwoegen maar het is ieder jaar weer gelukt. De eerste Sederavond breekt aan, de gasten arriveren en nemen plaats.
Het jongste daartoe in staat zijnde kind mag Ma Nishtanna zeggen, soms moest dat wekenlang ingestudeerd worden, maar daar stáát zij of hij dan en wordt toegejuicht na de prestatie. Eén van onze jongere kinderen was eens een beetje jaloers en zei: "mama, ik kan heel mooi Poesje Mauw zingen", zodat die Seder-avond ook deze hymne weerklonk.
Ik luister naar de bijdragen van de gasten, want dát is wel een voorwaarde: een ieder moet iets voorbereiden over Pesach, om te zeggen, te zingen of te doen. Ikzelf ben daarvan niet uitgezonderd, en wetend dat het lichamelijke werk altijd uitloopt, schrijf ik mijn bijdrage weken tevoren, want anders komt het er niet van. En in mijn gevoel zou ik de kern van het feest missen als ik het niet deed.
Gewoonlijk zingen we pas diep in de nacht Chad Gadja, het laatste van de 21 liederen en zij die meehelpen met opruimen en afwassen worden beloond met een kop koffie, want "de nacht is toch al gebroken" en moe zijn we allemaal.
Alleen met Pesach ben ik blij met de tweede dag Jomtov: na al het sappelen mag je er nog een dag extra feest van hebben!
Bloeme Evers-Emden