Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns bloeme

Een tweewekelijkse column van Bloeme Evers-Emden

ROSJ HASJANA EN JOM KIPOER

Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar, heeft meerdere namen: Dag van het Oordeel, Dag van het Bazuinblazen, ook Dag van de Herinnering. God en de mensen kijken terug op het afgelopen jaar. Het is dus ook de dag van het blazen op de sjofar, de bazuin, zoals de vertaling luidt. Men blaast op de holle hoorn van een dier. Mijn zonen kunnen dat prachtig, ik krijg er geen geluid uit.
De sjofar is vooral een oproep tot bezinning, een vermaning om tot inkeer te komen. In de synagoge wordt op de beide dagen honderd tonen geblazen. Het is een heel indrukwekkend geluid dat de sjofar maakt, primitief ook. Je kunt je voorstellen hoe het de mens ertoe brengt zich klein maar toch ook tezamen met andere Joden, tevens lotgenoten te voelen. Hoewel het wenselijk zou zijn dat niemand in de synagoge tijdens de dienst spreekt, is het praten tijdens de sjofartonen strikt verboden. Toen de Torah op de berg Sinai werd gegeven werd ook een machtig bazuingeschal gehoord door het volk.
De gebeden op Rosj Hasjana zijn soms van een prachtige, vaak poëtische taal en van een verheven inhoud. Verschillende zijn volgens een bepaalde structuur opgebouwd. Behalve de gebeden worden er psalmen gezegd en stukjes uit de Profeten, er wordt ook uit de Torah gelezen en de liefde die G’d de mensen toedraagt, indringend in onze herinnering gebracht. Wij smeken om vergeving voor onze zonden en tekortkomingen, wel of niet met opzet gedaan. Wij worden eraan herinnerd dat van de Tien Geboden er vier zijn die de relatie tussen G’d en de mens regelen, en zes die tussen de mensen onderling.
De dienst duurt lang, maar als er een toegewijde voorganger en voorzanger is, neemt hij ons mee met zijn solozang en alle gezamenlijke liederen en duurt het je niet lang. Niet iedereen houdt het vol en wie wel eens in een synagoge is geweest, zal zich wellicht verbaasd hebben over het feit dat mensen gaan en komen. Dat kán in een synagogedienst, uiteraard geschiedt dat zachtjes.
De idee is dat het lot van de mensen, dat vastgesteld wordt op Rosj Hasjana en bezegeld wordt op Jom Kipoer, nog ten gunste veranderd kan worden door tesjoewa, inkeer dus, en door gebed en weldadigheid. Het Hebreeuwse woord voor weldadigheid is tsedakah en dat betekent tevens: barmhartigheid én rechtvaardigheid. Misschien is de diepere bedoeling dat wie weldadigheid uitoefent, tegelijkertijd barmhartig is en de rechtvaardigheid dient, want waaróm is de ene mens rijk en de andere arm? Door tsedaka worden de verhoudingen een beetje recht getrokken.
Men gaat bij het naderen van Rosj Hasjana naar de begraafplaats waar de dierbaren liggen, alwaar men gebeden zegt en wel om meerdere redenen: om de overledenen te gedenken, om zich in te prenten dat ons leven toch maar tijdelijk is en dat in de dood alle mensen gelijk zijn. Dat wordt in het Jodendom benadrukt, want rijk en arm worden in een eenvoudige houten kist gelegd met allemaal dezelfde snit doodskleren.



JOM KIPOER
In de Joodse traditie is Jom Kipoer, de zogenoemde Grote Verzoendag, de heiligste dag van het jaar, hoewel de wekelijkse Sjabbat volgens anderen de Jom Kipoer in heiligheid overstijgt.
De opdracht Jom Kipoer te houden staat in de Torah, o.a. op de volgende plaatsen: Leviticus 16: 29-31, Leviticus 23: 27-32, Leviticus 25: 9. De gebruikte bewoordingen in Leviticus 16 zijn: ´In de zevende maand, op de tiende van de maand moeten jullie je onthoudingen opleggen, geen enkel werk mogen jullie verrichten, de ingezetene noch de vreemdeling die zich temidden van jullie ophoudt. Want op die dag zal men verzoening voor jullie verkrijgen om jullie te louteren; van al jullie zonden zullen jullie tegenover de Eeuwige rein worden´ (vertaling Dasberg, 1971).
Iets over de voorbereiding: Jom Kipoer komt niet uit de lucht vallen, er is een lange aanloop daartoe die al begint vóór Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar, de eerste en tweede dag van de zevende maand. Volgens de traditie zijn dit de dagen waarop ieder mens wordt geoordeeld betreffende haar/zijn lot in het komende jaar. Dat lot wordt bezegeld op de tiende dag van de maand, op Jom Kipoer dus.
Reeds in de maand voorafgaande aan Rosj Hasjana begint men dagelijks boetgebeden te zeggen en elke dag in de synagoge vier tonen op de sjofar, de ramshoorn, te blazen, dit alles om zich voor te bereiden op de zeer terecht genoemde ‘ontzagwekkende dagen’, Rosj Hasjana en Jom Kipoer.
In onze menselijke voorstelling is het oordeel over de helemaal goede mens niet moeilijk, netzomin als over de helemaal slechte mens, maar bijna alle stervelingen hebben immers zowel goede als slechte trekken. Dezen, wij dus allemaal, hebben dan nog tien dagen die ons scheiden van het definitieve oordeel op Jom Kipoer. Die moeten we gebruiken om een gunstig oordeel af te smeken, onder andere door tesjoewa te doen, dat is: tot inkeer te komen, waarbij zelf-onderzoek een voorname rol speelt.
Tesjoewa bestaat uit drie delen: spijt, berouw hebben van de gemaakte fouten, bekentenis afleggen, met oprechte bedoelingen ons het goede voornemen en het slechte weg doen uit onze gedachten en daden. Er is een uitspraak die zegt: ´tesjoewa, liefdadigheid en goede daden redden van de dood´. Het is gewoonte dat men zelfs meer dan anders aan liefdadigheid doet gedurende de Tien Dagen. Er worden dus extra gebeden, boetgebeden gezegd, ook tijdens de tien dagen van inkeer en men is speciaal zorgvuldig bij het in acht nemen van de verschillende plichten.
Rabbi Eliëzer zei: ´Kom één dag voor je dood tot inkeer!´ Waarop zijn leerlingen hem vroegen: ´Hoe weet een mens wanneer hij zal sterven?’ Rabbi Eliëzer antwoordde: ´Daarom moet de mens vandaag nog tesjoewa doen, voor het geval dat hij morgen sterft´. Hierbij gaat het vooral om de relatie van de mens met de Schepper, met G’d. En iemand die alleen vlak voor of op Jom Kipoer berouw toont en zich voorneemt zich te beteren, maar al spoedig weer in zijn vorige zonden vervalt, die wordt niet vergeven. Maar let op de geschiedenis van Jonas, de man die wegliep voor G’d omdat hij de opdracht, Ninivé haar ondergang aan te kondigen, wilde ontgaan. Hij scheepte zich in in Tarsis, een havenstad. Ik denk dat u de geschiedenis kent van ´Jonas in de Wallevis´, de grote vis die Jonas uitspuwde, waarna Jonas toch maar aan zijn missie begon. En zie, een wonder geschiedde, want de bevolking van Ninivé toonde oprecht berouw, deed boete, vastte, smeekte tot G’d en bewees daarmee de kracht van tesjoewa, terugkeer: de stad werd niet verwoest.
Een belangrijk onderdeel van de voorbereiding op de Ontzagwekkende Dag is het vergeving vragen aan onze medemens om wat wij haar of hem, al dan niet bewust, al dan niet met opzet, aangedaan hebben gedurende het laatste jaar. Zonder vergeving van de mensen geeft God ons geen vergeving voor onze zonden. Anderzijds is men min of meer verplicht die vergeving te schenken: in ernstige gevallen kan men twee keer weigeren maar de derde keer moet men vergeven.
Soms denk ik dat zoiets in bepaalde gevallen de menselijke maat te boven gaat. Hoe zou ik, als Jodin, de moordenaars van mijn volk kunnen vergeven? Niet dat iemand mij ooit om die vergiffenis gevraagd heeft, maar ondanks het G’ddelijk gebod zou ik niet in staat zijn werkelijk te vergeven. Ook misdaden van geringere omvang kunnen het een mens toch onmogelijk maken van harte vergiffenis te schenken.
Ik weet niet of u wel eens op een vastgestelde tijd de mensen in uw omgeving om vergiffenis hebt gevraagd. Het valt niet mee, vooral als je werkelijk iets te regelen hebt met een naaste.
Ik was een jong meisje nog en ik had nooit van het voorschrift gehoord, dus u begrijpt hoe verbaasd ik was toen mijn Joodse baas van toen de huistelefoon opnam en mij verzocht hem te vergeven wat hij verkeerd zou hebben gedaan ten opzichte van mij. Ik stamelde wat ten antwoord en ik denk dat hij dit als vergiffenis interpreteerde.
Er bestaat een anekdote over twee Joodse boeren in het Nederland van voor de oorlog, die elkaar hun ruzies en beledigingen vergeven op de dag voor Jom Kipoer, met de toevoeging: ´maor overmurrege is ´t krek as gister´.

De grote dag nadert
Joodse feest- en gedenkdagen beginnen met het invallen van de avond, want bij de Schepping van de wereld staat (Genesis 1:5) ..... het was avond en het was ochtend .... Al een paar dagen tevoren wenst men elkaar g´mar tov, dat is: een goede verzegeling, afsluiting, namelijk een inschrijving in het Boek des Levens.
Als de dag vóór de avond waarop de Grote Verzoendag intreedt, aangebroken is, maken we ons lichamelijk en psychisch gereed om aan de vereisten van Jom Kipoer te voldoen. Het hele huis is ervan doortrokken, er heerst een bepaalde sfeer die in ons gezin zelfs werd opgemerkt door iemand die alleen maar een bestelling kwam afleveren, dus niet op bezoek was.

Onthouding
Op Jom Kipoer dient men zich ‘te onthouden’. Hiermee wordt bedoeld:
  • Geen eten en geen drinken gedurende de hele Jom Kipoer en enige tijd ervoor, hetgeen neerkomt op ongeveer 25 uur volstrekt vasten. Een zware maar geen onmogelijke opgave. Kinderen zijn hiervan vrijgesteld tot hun kerkelijke meerderjarigheid: voor meisjes met 12 jaar, voor jongens met 13 jaar. Het eten voor de jongere kinderen is extra lekker want het is een feestdag, een ernstige weliswaar, maar toch. Zieken zoals diabetici, ouden van dagen en nog een aantal categorieën zijn vrijgesteld van vasten.
  • Het lichaam wordt niet gewassen of gezalfd, dus ook geen crême en zeker geen lippenstift, dames. Alleen met natte vingertoppen mag men de ogen uitwrijven. Wel is handenwassen na de wc-gang toegestaan.
  • We dragen geen leren schoeisel of schoeisel dat mede van leer gemaakt is, want leer maakt de mens hovaardig. Dat doet ons wellicht wat merkwaardig aan, maar kennelijk was eertijds leren schoeisel een teken van wereldse rijkdom en daarvan zien we af op Jom Kipoer. We staan als het ware als naakte zielen voor G’d, die, zoals het psalmwoord zegt, het hart van een ieder kent.
  • Geen echtelijke omgang.

    De bedoeling is dat de mens zich kwelt met deze onthoudingen en het hoeft niet gezegd te worden dat het werkverbod nauwgezet in acht genomen moet worden.
    Bij de laatste maaltijd vóór Jom Kipoer begint, mag men eten en drinken zoveel als men wil, maar geen sterke drank. Het is echter onverstandig de maag te overladen, daar heb je maar last van en het vermindert de volgende dag het hongergevoel niet. Wel is het goed veel te drinken, met name vrouwen die een baby aan de borst hebben. Ik ben elke keer nerveus als één van mijn dochters of schoondochters borstvoeding geven, ik vrees dat de voeding verdwijnt, maar het is bij hen nooit gebeurd. Ik ken echter wel iemand bij wie de melk verdween en niet meer terugkwam.
    Het huis is opgeruimd en we steken ons in onze mooie kleren, want ondanks de onthoudingen is Jom Kipoer dus een ernstige feestdag, zeker geen treurdag.
    Er zijn mannen die een wit overkleed aandoen, een doodskleed, om ons aan onze sterfelijkheid te herinneren maar ook aan de plicht tot inkeer. Zeker degenen die dienst doen hebben deze jas aan.
    We gaan bijtijds, dat wil zeggen, ruim voor het tijdstip waarop het werkverbod begint, naar de synagoge, waar meestal extra fraai bewerkte, witte kleden hangen voor de kast waarin de Torah-rollen zijn opgeborgen en ook liggen witte kleden op de tafel of lezenaar waarop het gebedenboek van de voorlezer straks rust. De Torah-rollen zelf zijn in witte, feestelijke manteltjes gehuld. Er worden kaarsen als met Sjabbat aangestoken en een extra licht dat de hele Jom Kipoer zal blijven branden, meestal een kaars.
    Er is spanning voelbaar kort voor het begin van de zo plechtige en belangrijke dag. Er komen Joden op Jom Kipoer in de synagoge, de sjoel, die het hele jaar niet verschijnen, maar op deze dag van hun Joods-zijn, of van hun solidariteit met het eigen volk komen blijk geven, of op hun eigen manier zich met de Eeuwige willen verstaan. En om nog meer redenen.

    De dienst begint
    Een soort college van drie mannen kondigt officieel het begin van de Verzoendag aan.
    En nu volgt de welbekende verklaring die begint met de woorden´Kol Nidree´. De voorzanger staat voor de lezenaar, geflankeerd door de twee mannen, want het betreft hier een juridisch formulier, gebaseerd op uitspraken van gezaghebbende Joodse rechtsgeleerden. De verklaring wordt eerst zacht, dan luider en tenslotte luid gereciteerd en heeft ongeveer de volgende inhoud: ´alle geloften die wij onszelf hebben opgelegd vanaf nu tot de volgende Verzoendag, verklaren wij thans reeds als ongeldig´.
    Antisemitische agitatie heeft zich aan deze verklaring vergrepen om aan te tonen hoe onbetrouwbaar Joden zijn. Als men het formulier echter herleest ziet men dat het die geloften betreft die men zichzelf en vrijwillig opgelegd heeft en uitsluitend tegenover G’d. In een emotioneel sterk bewogen moment kan men een onmogelijke gelofte doen en daarvan stelt dit formulier ons bij voorbaat vrij. Een gelofte tegenover een medemens kan allen opgeheven worden door die medemens zelf. In Numeri 30:3 staat dat iemand die een gelofte aflegt of een verplichting op zich neemt, die moet nakomen, precies zoals die over de lippen is gekomen.
    Als in vroeger jaren de ban over iemand was uitgesproken en hij dus niet meer in de synagoge mocht verschijnen, niet mocht deelnemen aan het Joodse leven, dan werd hem op Jom Kipoer toegang verleend tot de synagogedienst. Met de volgende verklaring (enigszins bekort): ´Met machtiging van het hemelse en het aardse gerechtshof, met medeweten van de gemeente verklaren wij het geoorloofd met overtreders van de Wet te bidden´.
    De dienst op Kol Nidree-avond is vrij kort, ongeveer anderhalf uur en bevat o.a. beurtzangen, lofprijzingen, boetgebeden, de zondenbelijdenis. Dit is het eerste van de vijf lange gebeden van Jom Kipoer.
    Daarna gaat men naar huis om te slapen. Het is raar om niet nog even wat te eten of te drinken voor het naar bed gaan, maar ja.
    Men vertrekt de volgende ochtend vroeg weer naar de synagoge. Er zijn synagoges waar men al om half acht in de ochtend de eerste gebeden zegt. Afhankelijk van de datum is het ´nacht´ (en dan pas dus is Jom Kipoer ten einde) tussen 7 en 8 uur in de avond. Als de voorzanger niet al te langzaam de gebeden zegt en zingt kun je ook om 9 uur beginnen of zelfs om half tien. Maar, het zijn er een heleboel: het ochtendgebed, een toegevoegd gebed, het middaggebed en het slotgebed, waarover straks iets meer.

    De dienst de volgende dag
    De dienst op de dag zelf van Jom Kipoer duurt dus, meestal zonder enige onderbreking, tot het helemaal donker is. Er zijn mensen die deze dag niet uit de synagoge wijken en biddend en vastend het hele formulier, twee boeken dik, doorgaan. Ik denk dat deze mensen de dag het beste volbrengen. Immers, als de voorzanger bezield is met de juiste geest en in staat is zijn mensen mee te nemen, dan valt hen de dag niet lang. Hij heft de aloude bekende gezangen aan, of leest een regel voor die door de gemeenschap wordt herhaald dan wel beantwoord, al naar het gebedenboek voorschrijft. Er is ook beurtzang, er zijn delen die de voorzanger zelf kan invullen.
    De voorzanger gaat voor in de gemeenschappelijk uitgesproken zondenbelijdenis, die een aantal malen die dag wordt herhaald en waarin het woord ´wij´ gebruikt wordt: wij hebben gestolen, gelogen, jaloerse en wellustige blikken geworpen, wij hebben anderen beschaamd gemaakt, over profane zaken gesproken op onze heilige dagen, G’ds naam ijdel uitgesproken, wij hebben leedvermaak gehad, gestolen, valse eden gezworen en anderen bedrogen. En nog meer zonden. Wij smeken G’d ons al deze zonden te vergeven.
    Sommige delen worden voorgedragen op eeuwenoude melodieën die vaak van een bijzondere schoonheid zijn, of misschien vinden we ze zo mooi omdat ze overgoten zijn met de edele saus der zeer oude traditie! Ik persoonlijk waardeer best een voorzanger die mooi zingt, maar belangrijker vind ik als een voorzanger erin slaagt de hele aanwezige gemeenschap te betrekken in de gezangen, en het fijn vindt als iedereen kan mee zingen.
    Ook de teksten zijn vaak heel poëtisch met aparte stijlvormen.
    Tijdens de diensten door het jaar knielen Joden nooit bij hun gebeden, deze dag echter enkele keren.
    Er wordt twee maal uit de Torah gelezen. De eerste keer wordt een stuk gereciteerd dat over de Tempeldienst van weleer en over de handelingen van de Hogepriester op Jom Kipoer verhaalt. Het staat in Leviticus, hoofdstuk 16. Weet u dat het begrip ´zondebok´ hieruit stamt? Eén van de twee uitgezochte bokken was voor G’d, de andere was voor Azazel. Deze wordt, door de Hogepriester symbolisch beladen met de zonden van het hele volk, de woestijn in gezonden. De diepere betekenis van dit ritueel was: de mens heeft de keus, ze/hij kan kiezen tussen goed en kwaad, kies het goede, wordt ons voorgehouden en laat je niet door verleidingen op het slechte pad brengen.
    Toen de Tempels verwoest waren en met name de Tweede Tempel in het jaar 70, door de Romeinen, maakte een diepe wanhoop zich meester van het Joodse Volk. Want hoe konden zij vergeving van hun zonden krijgen nu de Heilige Tempel verwoest was en de Jom Kipoerdienst in al zijn luister niet meer mogelijk was?
    Nu hebben wij al in bijna tweeduizend jaar geen tempel meer en de dieroffers van voorheen zijn vervangen door gebeden. Ook een gebed is te zien als een offer: in spanning en inspanning, aandacht, in tijd en goede intenties.
    Dat de offers door de gebeden zijn vervangen is te danken aan het werkelijk grootse inzicht van Rabbi Jochanan ben Zakkai. Hij woonde te Jeruzalem toen de Romeinen het beleg voor de stad hadden geslagen en voorzag dat ze met hun overmacht Jeruzalem zouden kunnen veroveren en wellicht de Tempel verwoesten.
    De Tempel was dus het middelpunt van de dienst op Jom Kipoer. De Hogepriester had nauwgezet de vele voorschriften voor deze grote dag te vervullen om verzoening te verkrijgen van G’d. Toen de Tempel inderdaad in vlammen was opgegaan waren velen wanhopig. Hoe zouden ze ooit nog verzoening voor hun zonden kunnen verwerven nu de heilige Tempel er niet meer was. Wij kunnen ons nauwelijks die wanhoop voorstellen.
    Rabbi Jochanan ben Zakkai had dit dus voorzien. Hij liet zich door twee studenten in een doodskist de stad uitdragen, want dat was het enige wat de Romeinen toestonden: begraven. En de de begraafplaats lag buiten de stad. Toen hij goed en wel ontkomen was, heeft hij met grote droefenis inderdaad het verloren gaan van de stad moeten aanschouwen, maar haast tegelijkertijd zorgde hij voor een revival. Hij bepaalde dat in het vervolg de gebeden de plaats zouden innemen van de offers nu die niet meer gebracht konden worden. Langzamerhand wende men eraan en aanvaardde men zijn visie.
    Sommigen veronderstellen dat de Tempel nu herbouwd kan worden nu wij weer teruggekeerd zijn in ons voorvaderlijk en voormoederlijk land. Er zijn er die hopen dat de tempeldienst van weleer in zijn oude luister hersteld kan worden. Maar mij lijkt het onwaarschijnlijk toe. Hoe komen we klaar met de dierenbescherming als we weer dieren zouden offeren, hoe zouden we dat zelf opvatten? Door de eeuwenlange gewoonte van gebeden zeggen in plaats van offers brengen, denk ik niet dat velen weer terug zouden willen naar wat we nu als primitief ervaren. Maar er zijn er die er anders over denken. Er zijn nog andere belemmeringen om de oude offerdienst te herstellen: men weet niet precies wáár het altaar gestaan heeft, noch kent men precies de bouw van het altaar.
    Later op de dag wordt de Torah-rol opnieuw tevoorschijn gehaald en leest men over seksueel verboden relaties. Tevens wordt gewaarschuwd tegen gruweldaden van de omringende volkeren, zoals kinderoffers. Ook wordt uit het boek Jona gelezen: de man die het Goddelijke bevel trachtte te ontlopen, zoals reeds vermeld.
    De Tempel bestond uit drie delen: een grote voorhof waar iedereen kon komen. Meer naar binnen was het heilige deel, dat alleen door de priesters, de Kohaniem, betreden mocht worden en daarbinnen bevond zich het Allerheiligste.
    Elk jaar tijdens de dienst op Jom Kipoer wordt nog eens herhaald hoe de Jom Kipoerdienst eertijds in zijn werk ging. Vol gloed wordt beschreven hoe de Hogepriester op deze dag, en alleen op deze dag, het Allerheiligste betrad en daar de voorgeschreven handelingen verrichtte. En als de rode draad of rode doek die aan de poort van de Tempel gebonden werd, wit was geworden (zie Jes. 1:18) dan was dat het bewijs van de vergiffenis die G’d ook deze keer zijn volk had geschonken. De duizenden Joden die met angstig bevend hart stonden te wachten op dit magische teken, braken in gejuich en ook ootmoed uit. Dan stuwde het volk jubelend om de Hogepriester heen, voelde zich gereinigd van zonden en uitte dank aan G’d, de Bron van het Levende Water, de Hoop van Israël en zij konden weer stralend G’ds poorten binnengaan.

    Tegen het einde van de dag
    Men stelt zich voor dat de hemelpoorten straks, bij het vallen van de nacht, gesloten worden voor het gebed, althans voor zover ze de status van de individuele mens op Jom Kipoer beïnvloeden. Nu staan ze nog open, nu nog kan ons gebed verhoord worden! Langzamerhand zien we de avond neerdalen, onze laatste gelegenheid! Inmiddels is de synagoge weer volgestroomd, want lang niet allen houden het de hele dag vol. Velen gaan een paar uur rusten in de middag en keren tegen de avond terug om het laatste van de vijf lange gebeden, die tezamen de Jom Kipoer-dienst vormen, bij te wonen.
    Dit gebed wordt nu gezegd/gezongen/gereciteerd, afgesloten door de gezamenlijk, door alle aanwezigen, uitgeroepen geloofsbelijdenis ´Hoor Israel.......onze G’d is Eén´, waarbij de mannen hun talliet, het gebedskleed, over het hoofd hebben getrokken. Dan volgt, in diepe stilte het ´Geprezen zij de Naam van de Koninklijke Majesteit voor alle eeuwigheid´, afgesloten met zeven maal ´De Eeuwige, Hij is God´.
    Een siddering trekt door de synagoge, het ´Sjema Jisraeel´, ´Hoor Israel´ en de beide daarop volgende zinnen zijn als een ontzagwekkende kreet, een kreet die ons met elkaar verbindt tot een solidaire eenheid. Het ´Adonai Hoe HaElohiem´ vormt, tezamen met één langgerekte toon op de bazuin, de sjofar, de afsluiting van de Ontzagwekkende Dag.
    Er was een tijdstabel in de Joodse pers verschenen, elk jaar opnieuw gezien de verschillende tijden van zonsondergang bij de wisselende data, waarin iedereen kan zien hoe laat elk der vijf gebeden aanvangt. Het is de eer van de voorzanger om exact op tijd te eindigen, want de dag heeft lang genoeg geduurd, die hoeft niet nog gerekt uit misplaatste Godsvrucht.
    Men zegt daarna snel het (dagelijkse) avondgebed - eerlijk gezegd voor mij een anticlimax, want nu is het werkelijk welletjes geweest - en wil iedereen snel naar huis om ´aan te bijten´, te ontbijten. Niet dat je veel kunt eten: ik drink wel flink, maar na twee boterhammetjes is mijn zo snel gekrompen maag gevuld. Mijn hoop dat ik goed afgevallen zal zijn van het vasten, hetgeen een prettig bijproduct zou zijn, wordt de volgende dag op de weegschaal de bodem ingeslagen .... .
    ´Aanbijten´ is, net als ´nacht´ één van die Nederlands ogende woorden die echter een niet-Jood niet begrijpt en ook niet juist verstaat in de betekenis die het in het Nederlandse Jodendom heeft gekregen.
    De mannen vouwen hun talliet op en men legt de gebedenboeken op hun plaats. Men wenst elkaar een ´gezond aanbijten´ en heeft meestal tevoren afgesproken met enkele familieleden en/of vrienden om dat gezamenlijk te doen. In onze kleine synagoge probeer ik snel water heet te maken om, terwijl de meesten het avondgebed zeggen, koffie te zetten om de ergste dorst te lessen. Ik hoef geen avondgebed meer, het was genoeg!
    Traditionele gerechten na het vasten van Jom Kipoer zijn in Nederland behalve brood met verschillend beleg en koffie/thee: haringsla en gebakken aardappelen. Maar iedereen kan kiezen wat zij of hij wil eten.
    Mijn beleving na afloop is gewoonlijk opgewekt en tevreden om de Dag weer volbracht te hebben, maar wel een slap gevoel, hoewel ik redelijk gemakkelijk kan vasten. Toch is men doordrongen van de breekbaarheid van de mens: een dagje vasten en je bent nergens meer.....
    De vermoeidheid slaat toe, niet alleen door de inspanning van die dag, maar vooral omdat vasten erg moe maakt. Toch is het een gewoonte alvast een kleinigheid te doen aan de bouw van de soeka, de loofhut, die vijf dagen na Jom Kipoer betrokken zal worden.
    En zo rijgt het Joodse jaar de dagen tot een glanzend snoer aan elkaar, waarin de paarlen gevormd worden door de Shabbatot en de feestdagen.... ´Zo gaan we van kracht naar kracht´ luidt een psalmwoord.

    Samenvatting
    Jom Kipoer, de Grote Verzoendag, staat als opdracht enkele keren in de Torah genoemd, ´om rein te worden van onze zonden´. Al weken tevoren bereidt men zich psychisch erop voor, o.a. door boetgebeden en zelfonderzoek om tot inkeer te komen.
    Jom Kipoer zelf is een ernstige feestdag, dus allerminst een treurdag, ook al onthoudt men zich van elk lichamelijk en geestelijk genot en wijdt men zich gedurende 24 uur (onderbroken door een flinke nachtrust) aan gebed en boetedoening. In de synagoge heerst een speciale sfeer van gespannen verwachting, boete en zondenbelijdenis met de idee dat we speciaal op deze dag ons lot gunstig zouden kunnen beïnvloeden. De leiding door de voorzanger bepaalt mede de beleving van de Ontzagwekkende Dag.


    Bloeme Evers-Emden

    << Kasjroet: de meest fundamentele regels van de Joodse spijswettenSoekot >>