Leren IS LEUKER dan je denkt - Crescas
Een tweewekelijkse column van Bloeme Evers-Emden
DE JIBOEM - HET ZWAGERHUWELIJK

Het zwagerhuwelijk is vastgelegd in Deut. 25:5-6: "Wanneer broers samen wonen en één van hen sterft kinderloos, dan mag de vrouw van de overledene niet buiten de familie met een vreemde man trouwen. Laat haar zwager gemeenschap met haar hebben, haar trouwen en zo zijn zwagerplicht vervullen. Dan is het zo: de eerstgeboren zoon die zij krijgt komt in de rechten van de overledene te staan, zodat diens naam niet uit Jisraeel wordt weggewist." Deut. 25:7-10: Wil de man niet met zijn schoonzuster trouwen dan gaat zij naar de poort, naar de oudsten en zegt: "Mijn zwager weigert de naam van zijn broer in Jisraeel in stand te houden, hij wil met mij geen zwagerhuwelijk aangaan". De oudsten van de stad moeten hem ontbieden en met hem spreken. Blijft hij bij zijn standpunt en zegt hij: "ik wil niet met haar trouwen", dan moet zijn schoonzuster in tegenwoordigheid van de oudsten op hem toetreden, hem de schoen van zijn voet trekken, voor hem uit spuwen en de volgende verklaring afleggen: "Zo wordt gedaan met de man die het stamhuis van zijn broer niet wil opbouwen. En in Jisraeel zal de naam van zijn huis vermeld worden als "Huis van de ontschoeide". Dit heet chalitza; de vrouw is vrij te trouwen met een andere man.
We kennen het verhaal van Tamar die trouwde met Er, zoon van Jehuda maar die stierf, waarna ze trouwde met de tweede zoon van Jehuda, die "verdierf zijn zaad ter aarde". Ook hij stierf. Toen Tamar zag dat de derde zoon van Jehuda haar niet gegeven werd, verzon ze een list en liet zich bevruchten door haar schoonvader. Wellicht had deze ook de plicht van de jibboem, maar dan had Tamar, die kennelijk persé een kind uit de stam Jehuda wilde, wel een gemakkelijker weg kunnen bedenken.

De Talmoedische uitwerking
In de Talmoed is de jibboem nader uitgewerkt: het 'leviraatshuwelijk', zoals het ook wel genoemd wordt, is verplicht als een man ook geen zoon of dochter heeft bij een andere vrouw met wie hij getrouwd was. Het telt ook als zijn kind na zijn overlijden wordt geboren en zelfs als dat kind sterft.
De woorden: "als broers samen wonen" wordt geïnterpreteerd als de broers die geboren zijn voordat de kinderloze man stierf. Maar is er een broer die slechts één dag tevoren is geboren dan moet de weduwe wachten tot hij 13 jaar en één dag oud is, zodat hij haar kan huwen of chalitza kan ondergaan.
De huwelijksplicht is in de eerste plaats voor de oudste broer, maar ook andere broers kunnen die vervullen. De verplichting gaat in direct na de dood van de kinderloze man, maar de huwelijkssluiting moet drie maanden wachten, omdat de vrouw zwanger kan zijn van de overledene.
Gedurende die tijd wordt ze onderhouden van het geld van de overledene, maar daarna niet meer. De man die haar zal huwen wordt levir genoemd, (de vrouw jebama, van jiboem). De levir hoefde haar niet te onderhouden gedurende de drie maanden tot aan de huwelijksdag, maar de rabbijnen legden hem die verplichting op, ook als hij ziek werd of naar het buitenland vertrok.
De levir erfde van zijn broer niet meer dan het broedersdeel. De ketubah, het huwelijkscontract, vermeldt dit broedersdeel en de levir mag dit niet 'vervreemden': verkopen of weggeven. Bij een chalitza krijgt de weduwe het in de ketubah vermelde bedrag uit de nalatenschap van haar man.
De chalitza wordt alleen uitgevoerd als de man niet wil trouwen met zijn schoonzuster, maar niet als hij niet kan, b.v. erg ziek is, op een of andere wijze ongeschikt is of bij een erg groot leeftijdsverschil. Evenmin wordt de chalitza toegepast als die voor hem verboden is, b.v. als hij Cohen is, die immers niet mag trouwen met een gescheiden vrouw of een jebama. Er zijn geleerden geweest die meenden dat in bepaalde gevallen toch chalitza nodig was en hun uiterste best deden de levir van de noodzaak ervan te overtuigen.
De chalitza is bedoeld om de levir beschaamd te maken omdat hij weigert 'zijn broeders huis te bouwen', want nu zal niemand zijn naam dragen en zal hij vergeten worden.
In de loop van de tijden is er veel discussie geweest over wat voorrang moest krijgen: leviraat of chalitza. Maimonides b.v. vond dat het leviraatshuwelijk preferabel was, want besloot men tot chalitza zonder weigering van de levir , dan werd die beschaamd gemaakt zonder reden. Kabbalisten meenden dat het leviraatshuwelijk ten goede kwam aan de ziel van de overledene.
Nog steeds zijn het leveraatshuwelijk en de chalitza in zwang bij vooral Oriëntaalse Joden, maar Franse en Duitse geleerden raakten ervan overtuigd dat een chalitza te verkiezen is boven een leviraatshuwelijk. Zozeer zelfs dat men van incest sprak wanneer een levir de weduwe van zijn broer trouwde om andere redenen dan het vervullen van de mitswa. Rabbenoe Gershom, die omstreeks het jaar 1000 bigamie verbood (ik wacht nog altijd op de omkering: dat vrouwen meer mannen kunnen trouwen), leverde met dit verbod een belangrijke bijdrage aan de oplossing van dit probleem: de levir was immers vrijwel altijd al getrouwd.

De procedure
De chalitza-procedure start als de jebama en de levir, na voorbereiding, voor een Beth Din verschijnen. Het Beth Din is voor de gelegenheid uitgebreid van 3 tot 5 man, want de procedure dient in de publiciteit te komen. Van de levir en de jebama wordt vastgesteld dat beiden volwassen zijn en in het bezit van hun verstandelijke vermogens. De levir heeft aan zijn rechtervoet een speciale schoen, de chalitza-schoen, die volgens halachische voorschriften gemaakt moet zijn. De Joodse gemeenten bezitten zo'n schoen en, omdat de schoen eigendom van de levir moet zijn, wordt hem die schoen geschonken. Ik denk dat de levir daarna de schoen weer aan de Joodse Gemeente schenkt, want wat mot-ie ermee...
De jebama reciteert de bovengenoemde verzen en de levir bevestigt zijn weigering; dit alles in het Hebreeuws zoals voorgeschreven in Dewarim 25:9 e.v., de jebama voltrekt de handelingen. De aanwezigen herhalen drie keer de woorden: chalitza ha na'al = trekt de schoen uit. De rechters spreken aan het einde van het ritueel de wens uit dat de het Gods wil moge zijn dat de dochters van Israël geen leviraatshuwelijk hoeven te sluiten dan wel een chalitza hoeven te voltrekken.

Problemen
In deze ingewikkelde zaak konden heel wat problemen ontstaan. Zo wordt in de Misjna verteld over een erg zieke man die een scheidsbrief schreef die in werking zou treden bij zijn overlijden, maar die gedateerd was voor zijn dood. Zijn bedoeling was zijn vrouw te vrijwaren van een huwelijk met de levir; ze was immers al gescheiden.
Een ander probleem ontstaat als de levir de wetten aan zijn laars lapt, waardoor hij een afvallige is, of in een onbereikbaar land woont - denk aan een levir in de toenmalige Sovjet-Unie die geen uitreisvisum kreeg. Ze kreeg dan, volgens sommige geleerden, de status van een agoena, de zgn. 'geketende vrouw' die zonder scheidsbrief door haar man verlaten is en niet kan hertrouwen. Andere geleerden echter oordeelden dat ze vrijgesteld was van chalitza als de levir al voor de dood van haar man een afvallige was.
Om de levir te verleiden tot chalitza hebben rabbijnen takanot (verbeteringen) aangebracht, b.v. een groter deel in de erfenis van zijn broer dan het broedersdeel, mits hij beschikbaar stelde voor de chalitza. Natuurlijk ontstond er veel geruzie over die 'verbeteringen', waarvan sommige de vrouw afhankelijk maakten van de levir. Dat was al helemaal zo als de levir nog maar een klein jongetje was: tot zijn barmitswah plus één dag bleef zij een agoenah.
De rabbijnen zochten creatieve oplossingen, waarvan één bedoeld was om de levir in zijn portemonnee te treffen: zolang hij geen chalitza toestond moest hij zijn jebama onderhouden.

Huidige ontwikkeling
In 1944 besloot de toenmalige Opperrabbijn van Eretz Jisraël een bindende takana uit te vaardigen waarin de levir de jebama moest onderhouden totdat hij haar toestond de chalitza uit te voeren. Dit was niet bedoeld als een vorm van boete of dwangmiddel maar werd opgenomen in de wetten van het leviraatshuwelijk. In 1950 besloot het Opperrabbinaat van Israël een takana uit te vaardigen waarbij het leviraatshuwelijk verboden werd en de chalitza verplicht. Dit gold ook voor Sefardische en Oriëntaalse Joden, en met vermelding van de volgende redenen: omdat de meeste levirs een leviraatshuwelijk niet aangaan om de mitswa (wat wel moest) en voorts om eenheid te scheppen in Israël, ter bevordering van vrede en harmonie.
In de loop der jaren is uiteraard ervaring opgedaan met de takanot. Een van de toegestane procedures: een onwillige levir die na de voorgeschreven drie maanden wachttijd i.v.m. mogelijke zwangerschap, dus een levir die onwillig blijft de chalitza te ondergaan, kan zelfs gevangenisstraf opgelegd krijgen, hoewel de halacha expliciet vermeldt dat de levir vrijwillig tot de beslissing van chalitza moet zijn gekomen. Bij eerdere gelegenheden heb ik wel eens iets verteld over de houding van de gemeenschap t.o. een man die geen scheidsbrief, een get, wil geven. Gelukkig is er wel het een en ander ten goede veranderd in de houding t.o.v. vrouwen die in een moeilijke positie komen.

Bloeme Evers-Emden




<< Bat- en Bar mitswa >>
Crescas Weblogs
NIEUWSBRIEF NIET ONTVANGEN?

Dan heeft u zich waarschijnlijk nog niet opnieuw aangemeld.
Vul hieronder uw email-adres in, klik op aanmelden, en vanaf aanstaande vrijdag kunt u onze nieuwsbrief weer tegemoet zien.


ARCHIEF

Kennis vergaren kan ook door regelmatig een bezoek te brengen aan onze website. Lezingen en essays (tekst- geluids- en videobestanden), columns, foto's - dit alles wordt op onze site gepubliceerd. Het archief wordt voortdurend aangevuld met nieuwe publicaties. Kies in de menubalk (helemaal links) archief en kom regelmatig terug voor een bezoek. Om niets te missen, raden wij u aan gebruik te maken van de RSS-feed.
Amphora