Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns bloeme

Een tweewekelijkse column van Bloeme Evers-Emden

BAT- EN BAR MITSWA

Batmitswa
Als een Joods meisje twaalf jaar is en een Joodse jongen dertien, worden ze beschouwd als 'volwassen', in de zin dat ze 'het juk van het Jodendom' op hun schoudertjes gelegd krijgen, anders gezegd: dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor het nakomen van hun godsdienstige plichten.

Tot enkele tientallen jaren geleden werd aan de batmitswa weinig aandacht besteed; het bleef beperkt tot een feestje, meestal binnenshuis, met vriendinnetjes en eigengebakken (vis)koekjes. Hierbij werd meer of minder het belang van deze mijlpaal belicht maar verder had (en heeft) het weinig konsekwenties. Het stapeltje cadeaus voor het meisje stak (en steekt) schril af bij de grote hoeveelheid geschenken van haar barmitswa broers. De eis dat ze zich zou verdiepen in enige tak van het Joodse weten, meer dan al in haar opvoeding was opgenomen, werd niet of nauwelijks gesteld.

Onze oudste dochter was, voor zover ik weet, het eerste meisje dat tijdens de aan de sjoelgangers aangeboden kidoesj een leervoordracht hield over de sidra -oftewel parasja- van die week, onder het goedkeurend oog overigens van de toenmalige (orthodoxe) opperrabbijn. Dit voorbeeld heeft in orthodoxe kring tot nu toe maar weinig navolging gevonden: de meeste meisjes vinden het 'eng', 'niemand doet het' en 'ze kijken zo naar je...'

De aandacht die tegenwoordig aan de batmitswa wordt besteed is aanmerkelijk groter; er zijn ouders die een receptie organiseren en/of een diner-met-feest. In sjoel spreekt op die Sjabbat de belangrijkste functionaris van de sjoel het meisje toe; of dat tijdens of na afloop van de dienst gebeurt is nog altijd een twistpunt. Een proeve van haar kennis van het Jodendom blijft echter achterwege. Dit heeft zeker te maken met het feit dat vrouwen geen enkele rol vervullen in de als openbaar beschouwde sjoeldiensten. In de opvattingen van sommigen zou dat in strijd zijn met de vereiste ingetogenheid van vrouwen: vrouwen dienen in het openbaar te zwijgen...
In de liberale gemeenten in Nederland is dat anders: daar heeft de batmitswa de verantwoordelijkheid voor een deel van de dienst op 'haar' Sjabbat, en wordt daarin gesteund door familie en functionarissen. Ze kan ook laten horen wat ze geleerd heeft van het Jodendom.

Barmitswa
Voor jongens ligt de nadruk geheel anders. Van de jongen wordt wèl een proeve van zijn kennis en kundigheden in het Jodendom verwacht; die bestaat vooral in het 'laajenen', het reciterend voorlezen van de sidra van 'zijn' week.

De orthodoxe jongen begint al ruim van tevoren met het aanleggen van tefillien, de gebedsriemen, zodat hij daarin vaardig is als hij barmitswa is en dat in het vervolg dagelijks zal doen tijdens het ochtendgebed. Ook bereidt hij zich al ver voor de grote dag voor op het laajenen. Een belangrijke rol speelt daarbij de Joodse opvoeding die hij tot dan toe genoten heeft. Is die summier geweest, dan moet zijn leraar beginnen met hem de beginselen bij te brengen, maar hij concentreert zich toch vooral op de voordracht: het laajenen van de parasja. Als de jongen niet of nauwelijks Hebreeuws kan lezen, moet die vaardigheid eerst geoefend worden alvorens het onderwijs in het laajenen kan beginnen. Er zijn ook jongens die het moeilijke lezen in de Tora niet onder de knie krijgen en zich beperken tot de zegenspreuken voor en na het lezen. Hier doet zich een extra moeilijkheid voor: de tekst van de Tora-rol waaruit de jongen straks moet voordragen, bevat geen punten, komma's of andere leestekens, noch klinkers of zangtekens. Die staan echter wel in de gedrukte uitgaven van de Tora, zodat hij daaruit kan oefenen.
Het Hebreeuws kent 22 medeklinkers; de klinkers bestaan uit hulptekentjes, boven, in of onder de medeklinkers geplaatst. Voor de nog niet zeer geoefende lezer zijn ze een grote en onmisbare hulp. De jongen moet de tekst dan ook heel goed leren en repeteren en daarna met de Tora-rol oefenen, zodat hij straks heelhuids de proeve van bekwaamheid kan doorstaan. Jongens zonder uitgebreide kennis van het Jodendom zullen zich beperken tot het lezen van één parasja (é´nzevende deel) van de sidra van die week. Jongens met een grotere kennis zullen proberen de hele sidra te lezen, dan wel meerdere parsjiot ( meervoud van parasja). In de Portugese traditie laajenen de jongens niet uit de Tora maar lezen ze de Haftara, een stuk uit de Profeten, behorend bij de sidra van die week.

De dienst en daarna
Door het vele oefenen kennen de andere zusjes en broertjes in het gezin en de ouders de parasja net zo goed als de barmitswa zelf. En als je kind dan is opgeroepen met zijn naam en de toevoeging 'de barmitswa', om voor de Tora te komen en je ziet hem daar staan, vreselijk zenuwachtig, dan ben je als moeder net zo gespannen als hij. 'Als het er maar goed uit komt...' In zijn eerste woorden hoor je het bonzen van zijn hart, maar gelukkig gaat het allengs beter en dan opeens is het voorbij.... Andere moeders met barmitswa-zonen komen je een zoen geven omdat ze uit eigen ervaring weten hoe je je voelt. Het het gebeurt vaak dat de barmitswa naar de vrouwenafdeling gaat om zich door zijn moeder te laten omhelzen.
Vroeger gebeurde het in Nederland niet, maar tegenwoordig worden, naar voorbeeld van het buitenland, onder de vrouwen handenvol snoepjes uitgedeeld, die naar de mannenafdeling gegooid worden als de barmitswa klaar is. Ik hoop altijd maar dat het verpakte snoepjes zijn die onze telgen bijeengrabbelen... Soms wordt er wat gezongen en kort met de barmitswa gedanst alvorens de dienst wordt voortgezet. Na de dienst wordt de barmitswa toegesproken; bij die gelegenheid hoor je alleen maar over zijn goede eigenschappen...
Al weken tevoren zijn de uitnodigingen rondgestuurd om in sjoel getuige te zijn van deze mijlpaal. De intimi krijgen ook een uitnodiging om bij het diner aanwezig te zijn. Het feest wordt net zo groots gevierd als de ouders zich willen en kunnen vooroorloven. Vaak worden tijdens het diner door de gasten zelfgeschreven liedjes gezongen, sketches opgevoerd en gedanst. Ook geeft de jongen -althans bij de orthodoxen- nog een voordracht over een door hemzelf samen met zijn leraar gekozen en voorbereid onderwerp. Veel cadeaus worden al daags tevoren bezorgd, maar ook na de dag zijn ze nog steeds zeer welkom.

In sommige gemeenten dragen de jongens vanaf hun barmitswa op die Sjabbat een hoed. De meeste jongens zijn op de dag van hun barmitswa namelijk nog niet in de puberteits-groeispurt, en dan is moeilijk te zien dat ze wel al meetellen voor het minjan, het vereiste quorum van tien mannen van dertien jaar en ouder dat nodig is voor een volledige orthodoxe sjoeldienst. In een liberale sjoel worden twaalfjarige meisjes ook meegeteld voor het minjan.

Bloeme Evers-Emden





<< Kledingvoorschriften binnen het orthodoxe JodendomDe Jiboem - het zwagerhuwelijk >>