SJAWOEOT - WEKENFEESTDe opdracht Sjawoeot te vieren staat op verschillende plaatsen in de Torah. In mijn gevoel is Sjawoeot een beetje een ratjetoe; er wordt van alles bijgehaald: het oogstfeest en het feest van de de eerstelingen van "de zeven soorten", aan te bieden aan de Priesters van de Tempel in Jeroesjalajim, afsluiting van Pesach, de Wetgeving op de Sinaï.
Wellicht geïnspireerd door de oogst, ontstond de gewoonte de lieflijke geschiedenis van Ruth de Moabitische op Sjawoeot voor te lezen. Ruth is volgens de legende één van de voormoeders van Koning David. De geschiedenis is ondergebracht in een apart boek, Ruth geheten en daar loopt nu eens echt alles goed af, met de wet op de jibboem in de hand en zonder bloedvergieten, geen ontucht, niks van dat al.
Tegelijk betekent Sjawoeot dus de afsluiting van Pesach, verbonden als beide feesten zijn door 49 dagen Omer-tellen. Dit Voetfeest is gloedvol beschreven: men trok op naar Jeroesjalajim, de offerstieren fraai versierd, men was beladen met manden met de mooiste eerstelingen, om er op Sjawoeot, op 6 Siwan, aanwezig te zijn. Met zang, tamboerijnen en dans werden de deelnemers aan het Voetfeest binnengehaald als degenen die op de uitkijk stonden de lange stoeten hadden gesignaleerd.
Vanaf de zionistische vestiging in het Land zijn de eerste producten bij ontstentenis van een Tempel feestelijk aan vertegenwoordigers van het Joods Nationaal Fonds aangeboden. Die maakten de geschenken voor nuttige projecten te gelde, dat wel, maar een beetje potsierlijk en zelfs wat gênant kwam mij die vertoning wel voor.
Ik vind de Tien Woorden, die na zeven weken op de berg Sinaï zijn gegeven, het mooist om over te leren en na te mijmeren. De Idee is groots: een slavenmassa die al generaties lang een andere wet had moeten gehoorzamen en in de plotse vrijheid tot chaos kon vervallen, is snel een gebiedende Wet opgelegd.
Stilletjes ben ik er trots op dat mijn volk deze Woorden aan de wereld heeft geschonken, al ben ik er tegelijkertijd van overtuigd dat ze de manifestatie zijn van de wezenlijke en universele behoefte van mensen aan ordening, regelgeving en binding.
(Alleen erger ik me er een beetje aan dat in Sjmot 19:15, parsjat Jitro, Mosjé geheel op eigen gezag, dus zonder dat God hem dit geboden heeft volgens de tekst, mannen verbiedt gemeenschap te hebben met een vrouw. Mocht een vrouw wel gemeenschap hebben?
Evenzo maak ik op Sjabbat Jitro elk jaar op Sjmot 20:14 de opmerking dat ik, als vrouw, wel de man van mijn naaste mag begeren, want er staat: “begeer niet de vrouw van je naaste”. De grap wordt me niet in dank afgenomen....).
Er zijn weinig symbolen met Sjawoeot. Ja, de gewoonte melkproducten te eten omdat "we" nog niet wisten hoe kosjer te slachten en als consequentie: kaaskoek, die bij mij altijd mislukt, de bloemen in sjoel (ter herinnering aan de lentetooi van de berg Sinaï bij de Wetgeving), die niet opgemerkt worden totdat er een vaas omvalt. Tot slot het nachtelijk leren dat dreigt uit te groeien tot een soort wedstrijdje wie de sterkste lucifers tussen haar of zijn oogleden kan wrikken.
In ons sjoeltje zijn het geen nachtleerders, dus we gaan met het - soms ludieke - leren door tot enige tijd na "nacht" en dan hebben we aan onze plicht voldaan, verzekerde een rabbijn ons op onze vraag.
Vroeger begòn het voor onze grotere kinderen dan pas. Daar wij in een buitenwijk woonden en de sjoel ook niet echt in het Joodse centrum van Amsterdam gelegen is, begonnen ze aan een wandeling van een klein uur naar hun jeugdclub Bne Akiwa, waar elk jaar geleerd wordt in deze nacht.
Daar bleven ze tot het ochtendgloren, al dan niet met behulp van genoemde lucifers, want dan konden ze het ochtendgebed zeggen. Daar het hoogzomer is met Sjawoeot, is de zon vroeg en dat is voor gewone burgers midden in de nacht. Op dat uur dus begonnen ze aan een uur terug wandelen en vielen doodmoe in bed om een gat in de dag te slapen.
Ik moet bekennen dat mijn moederhart niet zózeer klopte dat ik niet in slaap viel; mijn man had een beter hart: hij sliep niet tot hij ze veilig thuis wist. Maar ik werd wel op een gegeven moment met een schok wakker en ging op de tast aan hun voeteneinden voelen of er voeten te bespeuren waren; zo ja, dan kon ik er redelijk zeker van zijn dat de rest dáár weer aan vast zat.
Op Sjawoeot was ik altijd nijdig: "is dát mijn Jomtov met een stel slapende en daarna slaapdronken zwaaiende slungels!" Maar er hielp geen enkel jaar lieve-moederen aan: ze gíngen.
Eens werd er door enkelen een relletje geschopt op Bne Akiwa. Stel je voor: een (daartoe ruimschoots gekwalificeerd) méísje heeft voorgeleerd. Gelukkig waren de tegenstemmers maar enkele mán sterk.
De zware werkzaamheden en de vele symbolen van Pesach ontbeert Sjawoeot en ook de uitbreiding van je taken met dat van aannemer om een soeka te bouwen, eist dit lentefeest niet. Het is eigenlijk gemakkelijk te doen maar "naar de mate van de inspanning is de bevrediging".... Het is ook nooit goed.
In Israël hangen, liggen, staan de bloemen overal, tot in en om de liften van de flatgebouwen. Een kaaskoek-walm drijft door het land. Overal wordt geleerd, door de nacht lopend straalt er licht uit vele huizen, het is zomer en de ramen staan open, je hoeft maar even stil te staan en je kunt méé-leren.
En dan, tegen de tijd dat de zon zal opkomen, zie je van alle kanten mensen in lange rijen zingend naar de Kotel stromen, waarheen immers eens onze voorouders optrokken om hun offers aan de Cohaniem aan te bieden. Het ziet er zwart van de mensen, vooral zwart vanwege de kledinggewoonten van de orthodoxen. Het bruist en het vibreert, de vreugde trekt in je botten, het is zo'n machtige aanblik, een levend volk dat haar rituelen en symbolen materialiseert. Am Jisraeel chai!
Bloeme Evers-Emden