Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Emile Schrijver

Emile Schrijver is sinds 2003 conservator van de Bibliotheca Rosenthaliana, de bijzondere collectie voor judaica en hebraica in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. Hij was voordien onder meer directeur van het Menasseh ben Israel Instituut voor Joodse sociaal-wetenschappelijke en cultuurhistorische studies. Hij is actief als onderzoeker van het oude Joodse boek en maakt daarnaast deel uit van verschillende besturen en adviesorganen van Joodse organisaties in binnen- en buitenland.
vrijdag 6 november 2009
reageer op deze column
Delen |

Concurrenten

In alle inleidingen over de geschiedenis van het Joodse boek in Amsterdam wordt verhaald over de grote expertise van de Amsterdams-Joodse drukkers in de zeventiende en achttiende eeuw en over de mate waarin de drukkers samenwerkten en gezamenlijk bijdroegen aan Amsterdams faam als centrum van het Joodse boek. Het ligt echter voor de hand dat de drukkers niet alleen maar vrienden van elkaar waren, maar evenzeer concurrenten. Een ‘cause célèbre’ van een dergelijke concurrentieslag wordt gevormd door twee in 1678 en 1679 vrijwel gelijktijdig verschenen Jiddisje vertalingen van het hele Oude Testament.

Tot die tijd bestonden Jiddisje bijbelvertalingen uit de Torah, de haftarot (profetenlezingen) en de megillot (de feestrollen: Hooglied, Ruth, Klaaglied, Prediker en Esther). Uri Fayesh Halevi was de eerste drukker die het in Amsterdam aandurfde het hele Oude Testament in het Jiddisj te vertalen. Hij was daarbij zeker geïnspireerd door het succes van andere bijbelvertalingen, naar het Spaans, die in gebruik waren bij de Portugese Joden, en naar het Nederlands, in de vorm van de Statenvertaling van 1637. Uri Fayvesh verstrekte de opdracht om een Jiddisje vertaling te maken aan Jekoetiël ben Isaac Blitz, die bij zijn vertaling vrij zwaar leunde op bestaande niet-Joodse vertalingen, zoals de al genoemde Statenvertaling. Blitz’ eigen kennis van het Hebreeuws was bovendien niet zo groot dat hij het in zijn eentje af kon.

Omdat Blitz’ vertaling zeer eigenzinnig was, vaak polemisch van toon, en vol met Duitse en Nederlandse invloeden, besloot een van de financiers van de onderneming, de Portugees-Joodse drukker Joseph Athias, zich uit het project terug te trekken. Hij ging nog een stap verder en besloot om een van zijn eigen mensen, de letterzetter Joseph ben Alexander Witzenhausen, een veel betere en vooral betrouwbaarder vertaling te laten maken.

In de boeken is in de voorwoorden de concurrentie nog goed te zien. Athias had een Nederlands privilege om te drukken, terwijl Uri Fayvesh een Pools privilege had weten te bemachtigen. Athias had zelfs een deel van de reeds gedrukte bladen van de vertaling die hij verwierp, gebruikt om dat Nederlandse privilege te bemachtigen, nota bene uit angst dat ‘iemand er met zijn idee vandoor zou gaan’. Ook heeft hij een paar bladen met de vertaling van Blitz gewoon opgenomen in zijn uitgave, blijkbaar omdat hij de investering niet geheel verloren wilde laten gaan, of omdat hij vond dat dat deel van het project ook aan hem toebehoorde. De uitgave van Uri Fayvesh verscheen aan het einde van 1678, die van Athias in 1679. Beide uitgaven werden in grote oplages gedrukt, maar werden commerciële flops.

Voor meer informatie verwijs ik graag naar een artikel van Prof Marion Aptroot: Jaartal 1678. klik hier
Ik heb voor deze column rijkelijk uit deze bron geput.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mrt 2011Paulus Fagius en Elijah Levita werkten samen in Isny
feb 2011Mag je in sjoel uit een gedrukte Megille lezen?
jan 2011Over neuzen
nov 2010Sjnoderboekjes: wonderlijke vorm en religieuze functie
okt 2010Eliëzer Steinbarg was niet zomaar een fabeldichter
okt 2010Een boek is nooit alleen gewoon maar een boek
sep 2010Bloy vi bleter fun alte sforim
sep 2010Joden aan de basis van boekdruk in Turkije
aug 2010Het Machzor uit Esslingen
jul 2010Mensen hebben fabels nodig om de waarheid te willen kennen
jun 2010Ook Joodse miniatuurboekjes zijn bibliofiele curiositeit
mei 2010Sefer Tashbets wel of niet gebonden in vissenhuid?
apr 2010Van wie zijn Hebreeuwse handschriften?
apr 2010Aaron Wolfsohn-Halle
mrt 2010Digitalisering van oude joodse bronnen biedt grote mogelijkheden
mrt 2010Nog eens: Hebreeuwse schrifttypen
feb 2010Variatie in Hebreeuwse schrifttypen
feb 2010Een Haggadah met misdrukken
feb 2010Judah Leib Gordon was een belangrijke fabeldichter
jan 2010Vroegste geïllustreerde Estherrol tentoongesteld in New York
jan 2010Boeken in de Middeleeuwen (2)
jan 2010Boeken in de Middeleeuwen (1)
dec 2009Joodse dwergen in de boekgeschiedenis
nov 2009Edele bloemmotieven
nov 2009Concurrenten
okt 2009Fernando Cardoso of Isaac Cardoso?
okt 2009Perek Shirah bevat lofzangen van de schepping op de Schepper
sep 2009Een bijzonder besnijdenisboekje
sep 2009Aan de wieg van een Joodse uitgeversbranche
aug 2009Een Esther-rol van ruim zeven meter!
jun 2009Joden in India en hun kunstzinnige smaak
jun 2009Nederlands-Joodse archieven aan de vergetelheid ontrukt
mei 2009Abraham Gómez Silveira (1656–1740) in discussie
mei 2009De Haggadah van Mantua (1560)
mei 2009De responsen van het seminarium Ets Haim
apr 2009Amsterdamse veelschrijver interesseerde zich voor Joodse sprookjes
apr 2009Tijd om de Haggadot weer tevoorschijn te halen
mrt 2009Een Duits sprookje in Hebreeuwse letters (Karlsruhe, 1809)
mrt 2009Maimon Abohbot schreef met links
feb 2009Isaac Satanow (1732–1804), een verlichte vervalser
feb 2009Rabbijnen vertellen fabeltjes
jan 2009Op welke berg mocht Mozes de Torah ontvangen?
jan 2009Een volk van boeken