Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Emile Schrijver

Emile Schrijver is sinds 2003 conservator van de Bibliotheca Rosenthaliana, de bijzondere collectie voor judaica en hebraica in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. Hij was voordien onder meer directeur van het Menasseh ben Israel Instituut voor Joodse sociaal-wetenschappelijke en cultuurhistorische studies. Hij is actief als onderzoeker van het oude Joodse boek en maakt daarnaast deel uit van verschillende besturen en adviesorganen van Joodse organisaties in binnen- en buitenland.
vrijdag 5 februari 2010
reageer op deze column
Delen |

Judah Leib Gordon was een belangrijke fabeldichter

Judah Leib Gordon (1831–1892) wordt algemeen gezien als een van de grootste vroegmoderne Hebreeuwse dichters. Hij werd geboren in Vilnius, in Litouwen, en genoot tot zijn zeventiende een traditionele Joodse opleiding. Daarna leerde hij ook Europese talen en werd hij leraar in verschillende Joodse regeringsscholen, waar hij onder meer Frans onderwees. Zijn grootste bewonderaar was Hayyim Nahman Bialik (1873–1934), nog een maatje groter als dichter, die hem de “machtige hamer van de Hebreeuwse taal” heeft genoemd. Gordon was een belangrijke spreekbuis voor de Haskalah, de Joodse Verlichting, en heeft vurige pleidooien geschreven voor klassieke Haskalah-thema’s. Een van die thema’s was het verlaten van het Jiddisj als “jargon”, ten faveure van de omgangstaal van zijn woonplaats, Russisch. Hij heeft veel felle artikelen geschreven tegen de naar zijn idee bekrompen religieuze elite en hij heeft, geïnspireerd door ideeën die ook in zijn niet-Joodse omgeving opgeld deden, een betere positie voor Joodse vrouwen bepleit. Zijn vertrouwen in de Russische maatschappij, waar hij de Joden verregaand aan wilde laten assimileren, werd zwaar geschokt door de pogroms van 1881 en door het oplevende Russische antisemitisme. Hoewel hij nooit werkelijk zionistisch werd, heeft hij later in zijn leven wel veel contact gehad met Joodse groepen die in het Heilige Land als Joodse staat de oplossing zagen van de bedroevende politieke positie van veel Joden in Europa. Hij is zelf altijd blijven geloven in een goede toekomst voor Joden in de West-Europese en Anglo-Amerikaanse wereld.

Ik heb hier in eerdere columns al eens aangegeven dat de aanhangers van de Haskalah zich om educatieve redenen graag bedienden van fabels. Judah Leib Gordon is onomstreden de grootste fabeldichter onder de Verlichters. Hij schreef zelf een aantal mooie fabels, maar is vooral bekend als vertaler naar het Hebreeuws van werk van beroemde niet-Joodse fabeldichters als de legendarische Aesopus, Jean de la Fontaine (1621–1695) en Ivan Andreevich Krylov (1769–1844).

Zijn bekendste fabelwerk is “Mishle Yehudah”, honderd rijmende “Fabels van Judah”, verschenen in Vilnius in 1859. In 1872 bundelde hij voor een Weense uitgever nog twintig andere fabels, onder de titel “Gam eleh Mishle Yehudah”, “Ook dit zijn Fabels van Judah”. Hij maakte er ook op de titelbladen van zijn boeken een punt van dat de fabels niet alleen bedoeld waren voor kinderen, maar ook ter lering en vermaak van volwassenen. Op het titelblad van de Weense uitgave van 1872 is sprake van ‘kleine fabels voor grote kinderen”. Ook in zijn in 1884 in St. Petersburg verschenen verzamelde werken nemen fabels een prominente plaats in.

Omdat fabels zo leuk zijn: eentje die op pagina 13 van de Weense uitgave van 1872 te vinden is. Hij heet “Vreemde kinderen” en verhaalt van een kip die een aantal onbeheerde eieren vond. De kip besloot zich over de eieren te ontfermen en broedde ze uit. Toen de eieren opengingen, zorgde ze voor de kuikens en hield ze warm. ’s Nachts sliepen ze onder haar vleugels en zelfs dan maakte ze zich nog zorgen om ze. De kuikens werden groter en waren al snel groot genoeg om er alleen op uit te trekken om hun voedsel te vinden. De kip besloot haar kuikens van een afstandje te volgen tot ze bij een riviertje kwamen, waar de kuikens het water insprongen en naar de overkant zwommen, terwijl de kip zelf moest blijven staan. Ze realiseerde zich daar dat ze kuikens van een gans had grootgebracht, “of”, zoals de laatste zin verhaalt, “de kinderen van geleerde Joden.” De fabel is alleen maar te begrijpen in het licht van de discussie tussen het naar Gordons idee verstarde religieuze establishment en de vooruitstrevende aanhangers van de Haskalah, “vreemde eenden in de religieuze bijt”, als we het bij gevogelte wensen te houden.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mrt 2011Paulus Fagius en Elijah Levita werkten samen in Isny
feb 2011Mag je in sjoel uit een gedrukte Megille lezen?
jan 2011Over neuzen
nov 2010Sjnoderboekjes: wonderlijke vorm en religieuze functie
okt 2010Eliëzer Steinbarg was niet zomaar een fabeldichter
okt 2010Een boek is nooit alleen gewoon maar een boek
sep 2010Bloy vi bleter fun alte sforim
sep 2010Joden aan de basis van boekdruk in Turkije
aug 2010Het Machzor uit Esslingen
jul 2010Mensen hebben fabels nodig om de waarheid te willen kennen
jun 2010Ook Joodse miniatuurboekjes zijn bibliofiele curiositeit
mei 2010Sefer Tashbets wel of niet gebonden in vissenhuid?
apr 2010Van wie zijn Hebreeuwse handschriften?
apr 2010Aaron Wolfsohn-Halle
mrt 2010Digitalisering van oude joodse bronnen biedt grote mogelijkheden
mrt 2010Nog eens: Hebreeuwse schrifttypen
feb 2010Variatie in Hebreeuwse schrifttypen
feb 2010Een Haggadah met misdrukken
feb 2010Judah Leib Gordon was een belangrijke fabeldichter
jan 2010Vroegste geïllustreerde Estherrol tentoongesteld in New York
jan 2010Boeken in de Middeleeuwen (2)
jan 2010Boeken in de Middeleeuwen (1)
dec 2009Joodse dwergen in de boekgeschiedenis
nov 2009Edele bloemmotieven
nov 2009Concurrenten
okt 2009Fernando Cardoso of Isaac Cardoso?
okt 2009Perek Shirah bevat lofzangen van de schepping op de Schepper
sep 2009Een bijzonder besnijdenisboekje
sep 2009Aan de wieg van een Joodse uitgeversbranche
aug 2009Een Esther-rol van ruim zeven meter!
jun 2009Joden in India en hun kunstzinnige smaak
jun 2009Nederlands-Joodse archieven aan de vergetelheid ontrukt
mei 2009Abraham Gómez Silveira (1656–1740) in discussie
mei 2009De Haggadah van Mantua (1560)
mei 2009De responsen van het seminarium Ets Haim
apr 2009Amsterdamse veelschrijver interesseerde zich voor Joodse sprookjes
apr 2009Tijd om de Haggadot weer tevoorschijn te halen
mrt 2009Een Duits sprookje in Hebreeuwse letters (Karlsruhe, 1809)
mrt 2009Maimon Abohbot schreef met links
feb 2009Isaac Satanow (1732–1804), een verlichte vervalser
feb 2009Rabbijnen vertellen fabeltjes
jan 2009Op welke berg mocht Mozes de Torah ontvangen?
jan 2009Een volk van boeken