Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Emile Schrijver

Emile Schrijver is sinds 2003 conservator van de Bibliotheca Rosenthaliana, de bijzondere collectie voor judaica en hebraica in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. Hij was voordien onder meer directeur van het Menasseh ben Israel Instituut voor Joodse sociaal-wetenschappelijke en cultuurhistorische studies. Hij is actief als onderzoeker van het oude Joodse boek en maakt daarnaast deel uit van verschillende besturen en adviesorganen van Joodse organisaties in binnen- en buitenland.
vrijdag 4 maart 2011
1 reactie
reageer op deze column
Delen |

Paulus Fagius en Elijah Levita werkten samen in Isny

Om allerlei zakelijke en minder zakelijke redenen rijd ik een paar keer per jaar op de A 96, de Zuid-Duitse snelweg tussen Memmingen en Lindau, richting Bodensee. Ik doe dat nu sinds een jaar of vijftien. Gedurende deze vijftien jaar zag en zie ik een kilometer of twintig voor de Oostenrijkse grens twee, inmiddels zelfs drie uitritten naar Isny im Allgäu, een stadje met een kleine 15.000 inwoners dat zichzelf, net als een paar dozijn andere stadjes, afficheert als een van de Duitse steden met de meeste uren zon. Ik verveel mijn medepassagiers al vijftien jaar met het verhaal dat ik altijd nog eens naar Isny moet, omdat daar in de zestiende eeuw gedurende een paar jaar Hebreeuwse boeken zijn gedrukt door een christelijke drukker en een Joodse geleerde uit Venetië. Zo’n ‘running gag’ kan vervelend worden, en dat werd hij ook, maar er gloorde hoop voor mijn familieleden. Ongeveer een half jaar geleden werd ik vanuit Isny, via via, benaderd om een lezing te komen geven over deze korte episode uit de Hebreeuwse boekgeschiedenis. Ik kon natuurlijk niet anders dan die uitnodiging aannemen en twee weken geleden was het zover. Ik zal nu vijftien jaar lang vertellen hoe leuk het was in Isny.

De Hebreeuwse boekdruk in Isny vormt een belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis van de christelijke studie van het Hebreeuws. Die was al begonnen in de Middeleeuwen, maar is echt tot bloei gekomen in de hoogtijdagen van het humanisme, in het bijzonder in het Duitse taalgebied. De humanisten vonden dat serieuze Bijbelstudie slechts bedreven kon worden op grond van de drie grondteksten, namelijk de Hebreeuwse tekst van het Oude Testament, de Griekse tekst van het Nieuwe Testament en de Latijnse tekst van de Vulgaat bijbel. Dit ideaal van de eruditio trilinguis, of drietalige geletterdheid, heeft talloze grammaticale en lexicografische werken op het terrein van het Hebreeuws opgeleverd en in zekere zin is de moderne studie van het Bijbels Hebreeuws nog steeds schatplichtig aan de grammaticale inzichten van deze groep geleerden. Belangrijke humanisten die zich hebben beziggehouden met Hebreeuwse grammatica waren Johannes Reuchlin (1455–1522), Sebastian Münster (1489-1552) en vader (1564-1629) en zoon Johannes Buxtorf (1599-1664). Al deze mannen waren vooral actief in het Zwitserse Bazel.

Een iets mindere god als hebraïst, hoewel inhoudelijk niet per se van minder kaliber, was Paulus Fagius uit Isny. Hij werd geboren als Paul Buchheim in Rheinzabern in de Pfalz in 1504. Hij studeerde vanaf 1515 in Heidelberg, bij de grote hebraïsten Konrad Pellikan en Fabritius Capito en studeerde nadien ook nog in Straatsburg. Van 1527 tot 1535 was hij leraar in Isny, daarna ging hij twee jaar naar Straatsburg om in 1537 weer terug te keren naar Isny, als leraar en predikant. In deze periode heeft hij ook Hebreeuws gedrukt, waarna hij voor twee jaar naar Konstanz aan de Bodensee vertrok om daar de protestantse zaak te dienen en ook weer Hebreeuws te drukken. Daarvandaan ging hij naar Straatsburg, in 1544, en naar Heidelberg in 1546, om uiteindelijk in 1549 in Cambridge te landen. Daar stierf hij op 13 november van datzelfde jaar. Oudere bronnen zeggen dat hij aan de pest bezweken is, maar zelf beklaagt hij zich in brieven over de droevige kwaliteit van het Engelse eten. Ook stond het hem tegen dat men in Engeland zoveel koud voedsel at. Zijn eeuwige rust bleek een tijdelijke, want Bloody Mary besloot op 6 februari 1557 het gebeente van Paulus Fagius en zijn protestantse tijdgenoot Martin Bucer op te laten graven, ze (althans hun gebeente) als ketters tijdens een publiek schijnproces te veroordelen en vervolgens publiekelijk te laten verbranden. Pas in 1560 werden beide mannen gerehabiliteerd.

Fagius had in samenspraak met een lokale bankier, Peter Buffler, in Isny rond 1539 het plan opgevat een drukkerij te stichten om Hebreeuws te drukken. Hij had daartoe de beroemde, toen al 71-jarige Joodse geleerde Elijah Levita uitgenodigd, die bekend stond als groot grammaticus en die een leven lang voor christelijke drukkers had gewerkt, als auteur en als corrector. Het verhaal wil dat de oude Levita, die in Venetië verbleef, de tocht over de Alpen goeddeels te voet heeft afgelegd, in de winter, waarbij hij, zoals hijzelf ook in een van zijn boeken meldt, in de avonduren verder schreef aan de boeken die hij in Isny wilde drukken. Levita zag de uitnodiging van Fagius zeker als een uitgelezen mogelijkheid om nog ongepubliceerde werken te publiceren en de vergoeding zal ook in orde geweest zijn, want anders laat zich nauwelijks verklaren waarom de grijsaard huis en haard, en echtgenote, zou verlaten om twee jaar in Schwaben door te brengen.

Levita was wel een reizend leven gewend, moet daarbij worden opgemerkt. Hij was in 1468 in Neustadt bij Nürnberg geboren, trok in 1504 naar Padua en in 1514 van Padua naar Rome. Daar was hij de privéleraar van de latere kardinaal Egidio de Viterbo. In 1518 verschenen zijn eerste grammaticale werken van eigen hand, nadat hij al eerder werken van grote Middeleeuwse grammatici als David Kimchi (1160–1235) had gepubliceerd. De belangrijkste christelijke pleitbezorgers van het werk van Levita waren Daniël Bomberg, de beroemde uit Antwerpen afkomstige christelijke drukker van Hebreeuwse boeken in Venetië, en de reeds genoemde Sebastian Münster, die vooral in Basel boeken van Levita heeft gepubliceerd. De meest voor de hand liggende verklaring voor de keuze van Levita om naar Isny te gaan is mogelijk gelegen in zijn behoefte om zijn geboorteland nog eens te zien. Maar zijn keuze voor Zuid-Duitsland hangt zeker ook samen met het feit dat Bomberg van 1539 tot 1542 drie jaar lang niet gedrukt heeft. Levita is in 1542 weer teruggekeerd naar Venetië, waar hij uiteindelijk op 5 januari 1549 is gestorven.

Levita heeft grammaticale, lexicografische en liturgische werken uitgegeven, maar was ook een van de eerste auteurs die in het Jiddisj geschreven en gedrukt heeft. Daartoe beschikten de mannen in Isny over speciale Jiddisje lettertypen. Ze hebben in totaal 18 edities verzorgd, goeddeels, maar niet alleen, van boeken van Levita. Onlangs is een interessante waarneming gedaan over de drukkersmerken die door Fagius werden gebruikt. In een van de werken die door Fagius zijn geschreven, het missionaire Sefer Amanah (‘boek van het geloof’), of Liber Fidei, aan de tweetalige uitgave waarvan beide mannen samen moeten hebben gewerkt, komen twee varianten voor van het drukkersmerk. De ene variant is te vinden aan het eind van Fagius’ Latijnse tekst, de ander aan het eind van de Hebreeuwse tekst die Levita heeft verzorgd. Die aan het eind van de Latijnse tekst heeft onder het plaatje de gebruikelijke Hebreeuwse tekst, hier links, ‘mijn hoop is gevestigd op de messias, die gezonden is om in de toekomst te oordelen over de levenden en doden.’ Hierin is het woord ‘gezonden’ het Hebreeuwse nisjlach, met een chet aan het einde. Elijah Levita, of een van zijn kleinzoons die hem in Isny geassisteerd hebben, heeft aan het einde van de Hebreeuwse versie van Sefer Amanah een wonderlijke variant ingevoegd, waarbij de chet van nisjlach is vervangen door een slot-kaf. De uitspraak is dezelfde, nisjlach, maar de betekenis een hele andere: ‘Mijn hoop is gevestigd op de verworpen messias, die in de toekomst zal oordelen over de leven en de doden.’ Het lijkt erop dat Levita een stil protest wilde laten horen tegen de missionaire inhoud van dit werk van Fagius.

Ondanks dit alles is de samenwerking tussen de twee mannen een heel bijzondere geweest, die geleid heeft tot een heel respectabele productie van zeer aantrekkelijke Hebreeuwse boeken. Aan mijn bezoek werd nog een extra toefje slagroom toegevoegd, doordat ik de oude predikantenbibliotheek in Isny mocht bekijken, waar naast andere Middeleeuwse schatten de boeken van Fagius en Levita nog bewaard worden in een onverwarmde, onverlichte Middeleeuwse omgeving. De Hebreeuwse boeken in die heerlijke bibliotheek zijn rechtstreeks afkomstig uit een legaat van de voornoemde financier van Fagius, Peter Buffler. Dit nieuwe Duitse snelwegverhaal over Isny is mooier dan het vorige.

Reacties

dick wursten

zaterdag 2 april 2011
werkelijk aangrijpende episode, spannend ook om toen geleefd te hebben. Ik ben op zoek naar een Latijnse Vertaling van Kimchi's psalmcommentaar uit 1544. Ik las uit een partiele editie hiervan in het Engels in 1919 "A latin translation of the whole of the commentary on the Psalms was made by Janvier, and published at Constanz 1544. Ik vind die niet. U hebt misschien gewoon een bibliografisch repertorium naast u liggen waarin het staat... ? vg Dick Wursten

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mrt 2011Paulus Fagius en Elijah Levita werkten samen in Isny
feb 2011Mag je in sjoel uit een gedrukte Megille lezen?
jan 2011Over neuzen
nov 2010Sjnoderboekjes: wonderlijke vorm en religieuze functie
okt 2010Eliëzer Steinbarg was niet zomaar een fabeldichter
okt 2010Een boek is nooit alleen gewoon maar een boek
sep 2010Bloy vi bleter fun alte sforim
sep 2010Joden aan de basis van boekdruk in Turkije
aug 2010Het Machzor uit Esslingen
jul 2010Mensen hebben fabels nodig om de waarheid te willen kennen
jun 2010Ook Joodse miniatuurboekjes zijn bibliofiele curiositeit
mei 2010Sefer Tashbets wel of niet gebonden in vissenhuid?
apr 2010Van wie zijn Hebreeuwse handschriften?
apr 2010Aaron Wolfsohn-Halle
mrt 2010Digitalisering van oude joodse bronnen biedt grote mogelijkheden
mrt 2010Nog eens: Hebreeuwse schrifttypen
feb 2010Variatie in Hebreeuwse schrifttypen
feb 2010Een Haggadah met misdrukken
feb 2010Judah Leib Gordon was een belangrijke fabeldichter
jan 2010Vroegste geïllustreerde Estherrol tentoongesteld in New York
jan 2010Boeken in de Middeleeuwen (2)
jan 2010Boeken in de Middeleeuwen (1)
dec 2009Joodse dwergen in de boekgeschiedenis
nov 2009Edele bloemmotieven
nov 2009Concurrenten
okt 2009Fernando Cardoso of Isaac Cardoso?
okt 2009Perek Shirah bevat lofzangen van de schepping op de Schepper
sep 2009Een bijzonder besnijdenisboekje
sep 2009Aan de wieg van een Joodse uitgeversbranche
aug 2009Een Esther-rol van ruim zeven meter!
jun 2009Joden in India en hun kunstzinnige smaak
jun 2009Nederlands-Joodse archieven aan de vergetelheid ontrukt
mei 2009Abraham Gómez Silveira (1656–1740) in discussie
mei 2009De Haggadah van Mantua (1560)
mei 2009De responsen van het seminarium Ets Haim
apr 2009Amsterdamse veelschrijver interesseerde zich voor Joodse sprookjes
apr 2009Tijd om de Haggadot weer tevoorschijn te halen
mrt 2009Een Duits sprookje in Hebreeuwse letters (Karlsruhe, 1809)
mrt 2009Maimon Abohbot schreef met links
feb 2009Isaac Satanow (1732–1804), een verlichte vervalser
feb 2009Rabbijnen vertellen fabeltjes
jan 2009Op welke berg mocht Mozes de Torah ontvangen?
jan 2009Een volk van boeken