Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Emile Schrijver

Emile Schrijver is sinds 2003 conservator van de Bibliotheca Rosenthaliana, de bijzondere collectie voor judaica en hebraica in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. Hij was voordien onder meer directeur van het Menasseh ben Israel Instituut voor Joodse sociaal-wetenschappelijke en cultuurhistorische studies. Hij is actief als onderzoeker van het oude Joodse boek en maakt daarnaast deel uit van verschillende besturen en adviesorganen van Joodse organisaties in binnen- en buitenland.
vrijdag 23 januari 2009
1 reactie
reageer op deze column
Delen |

Op welke berg mocht Mozes de Torah ontvangen?

Paulo de Pina werd waarschijnlijk in 1575 in Lissabon geboren. Zijn ouders waren zogenaamde Nieuw-Christenen, Sefardische Joden die onder druk van de Inquisitie een katholieke identiteit hadden aangenomen. In 1599 vertrok Paulo naar Rome om daar monnik te worden, maar onderweg werd hij door de beroemde arts Elijah Montalto overgehaald om terug te keren naar het geloof van zijn voorvaderen. Nadat hij drie jaar in Brazilië had doorgebracht, vestigde hij zich in Amsterdam, waar hij de naam Rehuel Jessurun aannam. Hij zou een van de prominentere leden worden van de eerste van de drie Portugese synagoges ‘Beth Jahacob’, ‘Huis van Jacob.’ Hij zou uiteindelijk in 1635 in Amsterdam overlijden.

Ter ere van zijn synagoge schreef Jessurun in het Portugees een wonderlijk toneelstuk, dat waarschijnlijk tijdens Sjavoeot, het Wekenfeest, in 1624 in de synagoge is opgevoerd, maar pas in 1767 in Amsterdam in druk verscheen. Het heet ‘Dialogo dos montes’, ‘Gesprek van de bergen’, en bestaat uit een serie gesprekken tussen de zeven belangrijkste bergen van het Heilige Land, waarin de bergen proberen te bepalen welke van hen belangrijk genoeg is om er Mozes de Torah te laten ontvangen. Uiteindelijk wint de berg Sinai. De enige menselijke figuur die optreedt in het toneelstuk is de Bijbelse koning Jehosaphat, die als scherprechter optreedt. Het toneelstuk grijpt terug op een oude thema uit de Midrasj, waarin al beschreven wordt hoe de bergen twistten over de vraag wie Mozes mocht ontvangen (de Midrasj laat zich het eenvoudigst typeren als een verzameling verhalende Joodse verklaringen van Tanach, het Oude Testament). Het opvoeren van toneelstukken in de synagoge was en is zeer ongebruikelijk en de ‘Dialogo dos Montes’ is het enige voorbeeld in zijn soort. In 1636 verbood de nieuwe verenigde Portugees-Joodse gemeente in Amsterdam, Talmud Torah, dergelijke uitvoeringen expliciet.

De bestaansreden van het toneelstuk moet sowieso gezocht worden in de historische context van de Amsterdamse Portugees-Joodse gemeente. Die bestond goeddeels uit Joden die door de inquisitie gedwongen waren katholiek te worden. Velen hadden daarbij gekozen voor een bestaan als crypto-Jood (katholiek buitenshuis en Joods binnenshuis), terwijl anderen, zoals Rehuel Jessurun, echt katholiek geworden waren. In Amsterdam konden beide groepen weer tot het jodendom terugkeren, maar dat ging bepaald niet vanzelf. Het betrof hier namelijk veelal kooplieden, vaak welgestelde kooplieden, die moeite hadden afscheid te nemen van hun flamboyante en cultureel hoogstaande Iberische levensstijl, ten faveure van een bestaan als religieuze Jood in het vrije Amsterdam.

De ‘Dialogo dos Montes’ van Jessurun laat zich goed vergelijken met de zogenaamde ‘Auto’, een populair soort eenakter met een sterke religieuze inslag die in Spanje op feestdagen in de kerk gespeeld werd, maar het is geen regelrechte kopie. Jessurun had aan zijn werk namelijk een aantal religieuze preken toegevoegd van de hand van de zeventiende-eeuwse geleerde Saul Levi Mortera (ca. 1596-1660), een van de leermeesters van Spinoza. Daarmee voegde hij een typisch Joods element toe aan deze oorspronkelijk Iberische kunstvorm, een Joods element bovendien dat uitstekend paste in het streven van de intellectuele elite van de Amsterdamse Portugezen om de katholiek geïndoctrineerde massa terug te brengen naar het jodendom.

Reacties

Paul de Klerk

zaterdag 22 mei 2010
Geachte meneer Schrijver, er is mij door mijn vader verteld, dat de naam Jesserun de oorspronkelijke familienaam van de Pina familie was en niet andersom. Het lijkt me een mis- interpretatie van Lucien Wolf in 1889, tenminste, daar waar het de Jesserun de Pina familie betreft. Maar hij weet wel waarover hij het heeft, dus wie heeft er gelijk? Ten tweede zijn er aanwijzingen dat Rehuel in Hamburg is gestorven en niet in Amsterdam. Misschien weet u inmiddels beter, maar ik zou graag uw uitleg horen. Mijn vader was een Jesserun (de Pina) van afkomst middels zijn moeder Lea Jesserun de Klerk. Haar vader was Rabbijn en Gabay van de Portugeesche gemeente. Kunt u me vertellen wat er aan de and is met de naam Jesserun en wat betekent die eigenlijk?

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mrt 2011Paulus Fagius en Elijah Levita werkten samen in Isny
feb 2011Mag je in sjoel uit een gedrukte Megille lezen?
jan 2011Over neuzen
nov 2010Sjnoderboekjes: wonderlijke vorm en religieuze functie
okt 2010Eliëzer Steinbarg was niet zomaar een fabeldichter
okt 2010Een boek is nooit alleen gewoon maar een boek
sep 2010Bloy vi bleter fun alte sforim
sep 2010Joden aan de basis van boekdruk in Turkije
aug 2010Het Machzor uit Esslingen
jul 2010Mensen hebben fabels nodig om de waarheid te willen kennen
jun 2010Ook Joodse miniatuurboekjes zijn bibliofiele curiositeit
mei 2010Sefer Tashbets wel of niet gebonden in vissenhuid?
apr 2010Van wie zijn Hebreeuwse handschriften?
apr 2010Aaron Wolfsohn-Halle
mrt 2010Digitalisering van oude joodse bronnen biedt grote mogelijkheden
mrt 2010Nog eens: Hebreeuwse schrifttypen
feb 2010Variatie in Hebreeuwse schrifttypen
feb 2010Een Haggadah met misdrukken
feb 2010Judah Leib Gordon was een belangrijke fabeldichter
jan 2010Vroegste geïllustreerde Estherrol tentoongesteld in New York
jan 2010Boeken in de Middeleeuwen (2)
jan 2010Boeken in de Middeleeuwen (1)
dec 2009Joodse dwergen in de boekgeschiedenis
nov 2009Edele bloemmotieven
nov 2009Concurrenten
okt 2009Fernando Cardoso of Isaac Cardoso?
okt 2009Perek Shirah bevat lofzangen van de schepping op de Schepper
sep 2009Een bijzonder besnijdenisboekje
sep 2009Aan de wieg van een Joodse uitgeversbranche
aug 2009Een Esther-rol van ruim zeven meter!
jun 2009Joden in India en hun kunstzinnige smaak
jun 2009Nederlands-Joodse archieven aan de vergetelheid ontrukt
mei 2009Abraham Gómez Silveira (1656–1740) in discussie
mei 2009De Haggadah van Mantua (1560)
mei 2009De responsen van het seminarium Ets Haim
apr 2009Amsterdamse veelschrijver interesseerde zich voor Joodse sprookjes
apr 2009Tijd om de Haggadot weer tevoorschijn te halen
mrt 2009Een Duits sprookje in Hebreeuwse letters (Karlsruhe, 1809)
mrt 2009Maimon Abohbot schreef met links
feb 2009Isaac Satanow (1732–1804), een verlichte vervalser
feb 2009Rabbijnen vertellen fabeltjes
jan 2009Op welke berg mocht Mozes de Torah ontvangen?
jan 2009Een volk van boeken