Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Emile Schrijver

Emile Schrijver is sinds 2003 conservator van de Bibliotheca Rosenthaliana, de bijzondere collectie voor judaica en hebraica in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. Hij was voordien onder meer directeur van het Menasseh ben Israel Instituut voor Joodse sociaal-wetenschappelijke en cultuurhistorische studies. Hij is actief als onderzoeker van het oude Joodse boek en maakt daarnaast deel uit van verschillende besturen en adviesorganen van Joodse organisaties in binnen- en buitenland.
vrijdag 11 september 2009
1 reactie
reageer op deze column
Delen |

Aan de wieg van een Joodse uitgeversbranche

De laatste paar keer heb ik hier steeds geschreven over oude of heel oude boeken en over oude of heel oude rollen. Joodse boeken zijn soms echter ook nieuwe boeken. Boeken die door nette uitgeverijen op de markt worden gebracht en via Amazon, Bruna en bol.com verkocht worden. Hoe is die overgang van traditionele Joodse boekdruk, met wat losse boekwinkels en reizende boekverkopers in de achttiende eeuw, naar de moderne uitgeverij van de twintigste en eenentwintigste eeuw eigenlijk verlopen?

De basis voor die overgang werd gelegd in de late achttiende en vroege negentiende eeuw, in de tijd van de Haskalah, of Joodse Verlichting. Deze beweging probeerde de integratie van de Joden in de maatschappijen waarin zij leefden onder meer te bevorderen door de wetenschappelijke bestudering van Joodse en niet-Joodse teksten èn door het gebruik van Duits in plaats van Jiddisj als omgangstaal. In de vraag naar dit soort werken werd voorzien door drukkerijen die zich toelegden op de productie van wetenschappelijke teksten, satirische teksten en een aantal belangrijke tijdschriften. De Haskalah-beweging was ontstaan in Berlijn, maar zou zich later uitbreiden naar het westen, en vooral naar het oosten.

Het belangrijkste tijdschrift dat tijdens de Haskalah werd uitgegeven was Ha-me’asef (de Verzamelaar). Het werd oorspronkelijk gepubliceerd door Die Gesellschaft der hebräischen Literatur-Freunde, tussen 1784 en 1811. Het tijdschrift werd al snel de stem van de Haskalah. De idealen van de Verlichting waren het best gediend bij goede scholing, waartoe overigens verrassend veel fabels werden ingezet. In Ha-me’asef komen maar liefst 55 fabels voor.

In de loop van de negentiende en in het begin van de twintigste eeuw werd steeds meer bellettrie, laten we zeggen ‘normale literatuur,’ gepubliceerd in het Hebreeuws en in Hebreeuwse en Jiddisje vertalingen. Dit heeft alles te maken met de voortgaande emancipatie van Joodse intellectuelen in Europa, maar ook met de opkomst van effectief opererende uitgeverijen die de verspreiding van die literaire werken op zich namen. Het opkomende zionisme speelde ook een rol van betekenis, vooral omdat het een markt deed ontstaan voor historische romans die de toenmalige Joden met hun voorvaderen verbond.

Één man is van groot belang geweest in het ontstaan van een Joodse uitgeversbranche, namelijk Abraham Leib Shalkovich, of Ben-Avigdor. Hij begon in Warschau 1891 met de uitgave van een serie ‘stuiverromans’ en richtte twee uitgeverijen op, één in 1893 en één in 1896. Ben-Avigdor formuleerde zijn drijfveren zelf ooit als volgt:

‘Wanneer ik de in ieder opzicht armoedige toestand van onze Hebreeuwse literatuur bekijk, dan kan ik slechts vaststellen dat een van de belangrijkste redenen voor de gebrekkige ontwikkeling gelegen is in de afwezigheid in ons midden van bemiddelde uitgevers, die schrijvers en geleerden fatsoenlijk zouden kunnen betalen voor hun werk.’

De inspanningen van Ben-Avigdor en zijn opvolgers, die met hun goedkope uitgaven voldoende middelen wisten te genereren om ook betere literatuur uit te geven, heeft de weg geëffend voor de ontwikkeling van de moderne Hebreeuwse literatuur, te beginnen met de werken van schrijvers als Hayyim Nahman Bialik (1873–1934) en Saul Tchernichovski (1875–1943).

De emigratie van deze schrijvers en veel van hun collega’s naar Palestina in de eerste decennia van de twintigste eeuw zou uiteindelijk leiden tot de nu voor kennisgeving aangenomen prominentie van het heilige land, eerst nog Palestina en nu natuurlijk Israël, als centrum van de Hebreeuwse literatuur. Een ander centrum ontstond als gevolg van een andere immigratiegolf, die van Europa naar de Verenigde Staten. Ook daar ontstond al snel een bloeiende Joodse uitgeversbranche, die deze nieuwe markt ging bedienen. De intrede van Joodse auteurs in de algemene literatuur van de landen waarin ze leefden, in de landstaal en met universelere dan slechts Joodse thema’s, was de laatste stap in deze ontwikkeling, die inmiddels met de nieuwe media een nieuw tijdperk lijkt in te gaan. Maar daarover later meer.

PS Het feit dat ik in deze column niet heb geschreven over de grote tentoonstelling van Hebreeuwse handschriften en gedrukte boeken die de Bibliotheca Rosenthaliana van 16 oktober 2009 tot 17 januari 2010 organiseert, betekent natuurlijk niet dat u die tentoonstelling niet moet gaan zien.

Reacties

Eva van Sonderen

maandag 26 oktober 2009
Met interesse uw stuk over het besnijdenisboekje gelezen. Is Raphael in de joodse traditie niet ook gewoon de engel van healing, van genezing?

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mrt 2011Paulus Fagius en Elijah Levita werkten samen in Isny
feb 2011Mag je in sjoel uit een gedrukte Megille lezen?
jan 2011Over neuzen
nov 2010Sjnoderboekjes: wonderlijke vorm en religieuze functie
okt 2010Eliëzer Steinbarg was niet zomaar een fabeldichter
okt 2010Een boek is nooit alleen gewoon maar een boek
sep 2010Bloy vi bleter fun alte sforim
sep 2010Joden aan de basis van boekdruk in Turkije
aug 2010Het Machzor uit Esslingen
jul 2010Mensen hebben fabels nodig om de waarheid te willen kennen
jun 2010Ook Joodse miniatuurboekjes zijn bibliofiele curiositeit
mei 2010Sefer Tashbets wel of niet gebonden in vissenhuid?
apr 2010Van wie zijn Hebreeuwse handschriften?
apr 2010Aaron Wolfsohn-Halle
mrt 2010Digitalisering van oude joodse bronnen biedt grote mogelijkheden
mrt 2010Nog eens: Hebreeuwse schrifttypen
feb 2010Variatie in Hebreeuwse schrifttypen
feb 2010Een Haggadah met misdrukken
feb 2010Judah Leib Gordon was een belangrijke fabeldichter
jan 2010Vroegste geïllustreerde Estherrol tentoongesteld in New York
jan 2010Boeken in de Middeleeuwen (2)
jan 2010Boeken in de Middeleeuwen (1)
dec 2009Joodse dwergen in de boekgeschiedenis
nov 2009Edele bloemmotieven
nov 2009Concurrenten
okt 2009Fernando Cardoso of Isaac Cardoso?
okt 2009Perek Shirah bevat lofzangen van de schepping op de Schepper
sep 2009Een bijzonder besnijdenisboekje
sep 2009Aan de wieg van een Joodse uitgeversbranche
aug 2009Een Esther-rol van ruim zeven meter!
jun 2009Joden in India en hun kunstzinnige smaak
jun 2009Nederlands-Joodse archieven aan de vergetelheid ontrukt
mei 2009Abraham Gómez Silveira (1656–1740) in discussie
mei 2009De Haggadah van Mantua (1560)
mei 2009De responsen van het seminarium Ets Haim
apr 2009Amsterdamse veelschrijver interesseerde zich voor Joodse sprookjes
apr 2009Tijd om de Haggadot weer tevoorschijn te halen
mrt 2009Een Duits sprookje in Hebreeuwse letters (Karlsruhe, 1809)
mrt 2009Maimon Abohbot schreef met links
feb 2009Isaac Satanow (1732–1804), een verlichte vervalser
feb 2009Rabbijnen vertellen fabeltjes
jan 2009Op welke berg mocht Mozes de Torah ontvangen?
jan 2009Een volk van boeken