Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Ewoud Sanders

Ewoud Sanders is historicus en journalist. Hij is columnist bij NRC Handelsblad en vaste medewerker van onder meer Onze Taal, KB.nl en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Ewoud Sanders heeft verschillende taalboeken op zijn naam staan en is bezig met een onderzoek naar het beeld van de Joden in kinderboeken én in de Nederlandse taal.
vrijdag 18 december 2009
1 reactie
reageer op deze column
Delen |

Bajes

Tot de bekendste ‘Joodse’ woorden in het Nederlands behoort bajes. Niet dat veel mensen beseffen dat dit woord oorspronkelijk uit een andere taal komt. Bajes wordt wel als een informeel woord beschouwd (op het Journaal zullen ze het eerder over gevangenis hebben dan over bajes, hoewel Bijlmerbajes ook daar een gangbaar woord is), maar niet als een leenwoord.
Sinds wanneer komen wij bajes in het Nederlands tegen? Omstreeks 1800 is het voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, opgesteld uit processtukken van de zogenoemde Brabantse Bende, in de samenstelling scheftbeijes voor ‘rasphuis’. Een rasphuis was een tuchthuis waar opgepakte landlopers, zwervers en misdadigers verfhout, met name het keiharde brazielhout, moesten raspen – zeer zwaar en smerig werk. Vervolgens komen we bajes in 1844 tegen in de samenstelling nachtbajes voor ‘nachtverblijf’ en in 1858 in de zin: ‘Uit welke bajes komt gij?’
Zoals gezegd is bajes, dat we decennia daarna in allerlei spellingvarianten tegenkomen, een ‘Joods’ woord. Via het Jiddisj is het ontleend aan het Hebreeuwse bajit, dat ‘huis’ betekent. ‘In het Bargoens werd dit woord, ten dele in navolging van het gebruik in het Jiddisj, ook toegepast op huizen of gebouwen met een maatschappelijke functie’, schrijft het Etymologisch woordenboek van het Nederlands (2003), ‘al had het bij huizen met een economische functie concurrentie van kit, keet en spieze. Bij gebouwen met een penitentiaire functie was deze concurrentie er echter nauwelijks.’
In 1906 geeft de Amsterdamse politiecommissaris W.L.H. Köster Henke in zijn boekje De Boeventaal nog als betekenissen ‘winkel, huis, gevangenis’, maar na 1950 komen we bajes vrijwel uitsluitend tegen voor ‘gevangenis’. Het woord is in de loop der tijd in allerlei samenstellingen terechtgekomen. Een kleine greep, in alfabetische volgorde:

  • bajeskar (voor het eerst gevonden in 1906)
  • bajesklant (sinds 1903)
  • bajeslef (sinds 1937 voor ‘brutale moed’)
  • bajeswagen (1906)
  • gokbajes (1906, voor ‘speelhuis’)
  • golabajes (1937, voor ‘ziekenhuis’)
  • gondelbajes (1922, voor ‘bordeel’)
  • groot-bajes (1907, voor ‘tuchthuis’ en voor de ‘strafgevangenis te Leeuwarden’)
  • mokkelbajes (1937, voor ‘bordeel’)
  • sijbelbajes (1937, voor ‘wc’)
  • sikkerbajes (1937, voor ‘herberg’)
  • sjaskelbajes (1937, voor ‘herberg’)
  • temeiebajes (1921, voor ‘bordeel’)
  • trederiksbajes (1937, voor ‘schoenenwinkel’), enzovoort.

Ik wens iedereen een goede jaarwisseling. Tot volgend jaar!

Reacties

Roland van Geens

dinsdag 16 februari 2010
Wat ik in deze opsomming mis is de uitdrukking: beis jan in bajes scheffen (of scheften) wat zoveel wil zeggen als 2 jaar in de gevangenis zitten. En dan is er nog de bajes van de borgamak, het stadhuis, de borgamak = de burgemeester. De gevangenis werd ook wel kotel bajes genoemd en de gevangenis van Leeuwarden is de Hogeschool. En wat m.i. in dit overzicht ook niet mag ontbreken is de paraplu, de Bargoense benaming voor een koepelgevangenis, zoals in Breda of Haarlem. H.gr., Roland van Geens

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in