Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Ewoud Sanders

Ewoud Sanders is historicus en journalist. Hij is columnist bij NRC Handelsblad en vaste medewerker van onder meer Onze Taal, KB.nl en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Ewoud Sanders heeft verschillende taalboeken op zijn naam staan en is bezig met een onderzoek naar het beeld van de Joden in kinderboeken én in de Nederlandse taal.
vrijdag 27 maart 2009
3 reacties
reageer op deze column
Delen |

Jodenkoffie

Eind 1970 werd dr. Cornelis Kruyskamp, de bewerker van de Grote Van Dale, voor het gerecht gedaagd. In een kort geding eiste H. Boekdrukker uit Voorburg dat in de niet-verkochte exemplaren van Van Dale de bladzijde met het woord Jood zou worden vervangen. Boekdrukker voelde zich persoonlijk gekrenkt en beledigd doordat bij Jood in Van Dale stond ‘vaak als smaadnaam of scheldwoord gebezigd’, met als voorbeeldzin: ‘oude, vuile Jood!’ Bovendien vermeldde Van Dale dat Jood overdrachtelijk werd gebruikt voor ‘woekeraar, afzetter, bedrieger’. De voorbeeldzin bij deze betekenis luidde: ‘Ik zou bij zo’n Jood niet willen kopen.’

Kruyskamp was verontwaardigd over deze kritiek. Tegen het Algemeen Handelsblad zei hij indertijd: ‘Men kan een woordenboek er toch niet aansprakelijk voor stellen dat het woord Jood soms als scheldwoord of discriminerend wordt gebruikt. Een woordenboek is een inventaris van woordbetekenissen en taalfeiten.’

Boekdrukker verloor het geding. Van Dale hoefde de pagina niet te vervangen, maar de advocaat van Martinus Nijhoff, de toenmalige uitgever van Van Dale, verklaarde dat in nieuwe uitgaven van het woordenboek tot uitdrukking zou worden gebracht ‘dat bepaalde gebruiken van het woord Jood verwerpelijke gebruiken zijn’.

Dat gebeurde inderdaad in 1976. De aanstootgevende voorbeeldzinnen werden geschrapt of vervangen en bij de betekenis ‘afzetter, woekeraar’, kwam te staan dat hier werd gezinspeeld ‘op zekere eigenschappen die vaak aan Joden worden toegeschreven’. Pas in een latere editie werd hieraan toegevoegd dat die vermeende eigenschappen op een vooroordeel berusten.

In de druk die verscheen in 1984 gebeurde niet veel. Bij de samenstellingen met het woord Joden- werd één woord geschrapt, jodenkost (‘gerechten waar Joden op gesteld zijn’) en kwamen er vijf bij, waaronder het curieuze jodenmes. Volgens Van Dale was dit een ‘mes door Joden gebruikt om beweerde hostieschennis te plegen’. Waarom dit woord werd toegevoegd is een raadsel.

Ondertussen liep de druk op Van Dale op. In 1991 stuurde de Utrechtse hoogleraar Henk Verkuyl, mede op verzoek van een Joodse vrouw, uitgeverij Van Dale een uitvoerige analyse van de woorden Jood en Joden-. Volgens Verkuyl stonden er in Van Dale ‘restanten van antisemitisme’. Verkuyl maakte zich daar ontzettend kwaad om. Hij beschuldigde Hans Heestermans, een van de opvolgers van Kruyskamp, er zelfs van een lulsmoes te gebruiken door zich te verschuilen achter het argument dat je met het schrappen van betekenissen en woorden de taalwerkelijkheid geweld aandoet.

De ruimte ontbreekt om hier alle argumenten van Verkuyl te herhalen, maar feit is dat Heestermans en zijn opvolgers vervolgens ruimschoots in de samenstellingen met Joden- zijn gaan schrappen. Stonden er in 1984 nog 61 van die samenstellingen in de Grote Van Dale, in 1992 waren dat er nog maar 35 en in 1999 32 – bijna een kwart minder dan voor de Tweede Wereldoorlog.

Wat voor woorden zijn er nu geschrapt? In de eerste plaats woorden met een negatieve betekenis, zoals jodenbet (‘onbevallige vrouw, hobbezak’), jodenlawaai (‘grote drukte om niets’), jodenwinst en jodenwoeker (‘ongeoorloofde winst, woekerwinst’). Daarnaast verdwenen vier religieuze en politieke aanduidingen (waaronder jodenchristenen en jodengeloof), zes plantennamen (o.a. jodenbloempje en jodenkriek) en acht benamingen voor voedsel en drank, waaronder jodenkoffie (‘koffie met kaneel, suiker en melk’, ook wel boerenkoffie genoemd, een woord dat wel is blijven staan).

De vraag is of Van Dale er goed aan heeft gedaan om aan deze druk toe te geven. Van Dale zegt de woordenschat vanaf circa 1850 tot nu te beschrijven. Van veel van de geschrapte woorden kun je echter aantonen dat ze in de laatste honderdvijftig jaar wel degelijk zijn gebruikt. Het is ook duidelijk dat antisemitisme niet verdwijnt door voor Joden krenkende of beledigende woorden weg te poetsen.

(Slot volgt)

Reacties

Francoise Geyskens

vrijdag 27 maart 2009
Geachte heer, Ik vind Uw artikels zeer boeiend en heb ze ook al allemaal met veel aandacht gelezen. Ik ben zelf joodse, geboren en getogen in Antwerpen en -al zeg ik het zelf-onderlegd in het Antwerps dialect. Een kind dat zich vies maakt, maar vooral een ander viesmaakt is "ne vuile jood"... subtiel verschil! Iemand met een joods uiterlijk "ne smouskop". Het woord "smous" grijpt terug op "jatmoos". Maar wordt in het Antwerpse dialect verkort en snel uitgesproken, omgetoverd naar "smous" ofte "onbetrouwbaar individu". Een vader die zijn zoon niet graag ziet omgaan met een bepaald meisje, neemt zijn zoon terzijde en zegt : "moar die ee (heeft) nen echte smouskop, joenge (jongen). M.a.w. opletten geblazen! Een andere afleiding van het woord "jatmoos" is in het Antwerps "moeze of staan moeze", staan prutsen, klungelen, staan niksen in de hoop dat er iemand opdaagt, die het werk op zich zal nemen en voor geen of zeer weinig geld zal afwerken. In dezelfde trant "een jodenpré" pré betekent loon, dus weinig of geen loon verdienen en toch hard moeten werken. Of wat dacht u van een "mosheschnitsel"? Moshe eet schnitsel, een jood die varkensvlees eet......dus... Of mischien "ne carnavalsjood", een allusie op de kleding van ultra- orthodoxe joden in het Antwerpse straatbeeld. Wanneer iemand in Antwerpen begint af te dingen op de prijs en negatief wordt onthaald : "héla, schiet ga moar noar 't joodekwartier aon de stoase, doar zen ze da gewoen..." Of in het Algemeen Nederlands : Gaat U maar gauw naar de jodenwijk bij het station, daar is men zulke (wan)praktijken gewend...... Geloof me, ik kén nog woorden en uitdrukkingen over ons, geen enkele vleiend, of nee ik lieg... Ik was eens op de tram en knuffelde mijn dochtertje en ik hoorde stil achter mij zeggen :" zoe joodemoeke zie heur joeng toch gere, zenne, in feite zen da de beste moekes, wette da....."(zo'n joodse mama ziet haar kind toch graag, hoor, in feite zijn het de beste moeders, weet je dat... ). Alles is leven en laten leven. Met vriendelijke Antwerpse groeten, Mevr. Francoise Geyskens-Wagemakers (overdag wel een carnavalsjodin!!!!!)

Emma Rouwenhorst

zondag 29 maart 2009
Hallo Ewoud, Ook ik heb in de tachtiger jaren bezwaar gemaakt bij Van Dale over de hoeveelheid beledigende woorden over joden. Als antwoord kreeg ik te horen dat deze woorden nog gebruikt werden en dat ze daarom nog opgenomen werden in hun encyclopedie. Ik werd giftig en toen ik op de envelop las dat ze als frankering "het laatste woord" gebruikten, heb ik ze nog geschreven dat ze toch ook moesten weten dat een joods iemand graag het laatste woord wil hebben. Of ze dat ook nog op wilden nemen bij de andere woorden. Groetjes, je verre verwante, Emmy Rouwenhorst.

Bert Oude Engberink

zondag 23 augustus 2009
Hallo Ewout, nogmaals een reactie. Een jodenmes is het mes van de sjouchet, die natuurlijk onmogelijk kan slachten met het mes van een niet koosjere slachter. Het mes is ook anders geslepen. Groet van een andere verre verwant (via Nathan Helpman zl), Bert Oude Engberink

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in