Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Ewoud Sanders

Ewoud Sanders is historicus en journalist. Hij is columnist bij NRC Handelsblad en vaste medewerker van onder meer Onze Taal, KB.nl en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Ewoud Sanders heeft verschillende taalboeken op zijn naam staan en is bezig met een onderzoek naar het beeld van de Joden in kinderboeken én in de Nederlandse taal.
vrijdag 13 februari 2009
reageer op deze column
Delen |

Dieuwertje schonk hem twintig Catsjes

Je hoort het oudere mensen nog wel eens zeggen, dat ze een catzje of katsje willen drinken. Catz is eigenlijk de naam van een bepaald soort kruidenelixer van de firma Catz en Zoon uit Pekela, maar het woord is ook gebruikt als soortnaam voor ‘jenever met kruidenelixer’. Het bedrijf is ruim twintig jaar geleden opgekocht door Bols en het elixer wordt niet meer gemaakt, maar de borrelnaam waart nog steeds rond in enkele Nederlandse dialecten, in verbasterde vormen als katske (in het westen van Noord-Brabant) en ketske (in de Achterhoek). Daarnaast is het onder andere gevonden als cats, catsie en catsje – alledrie ook wel met een k geschreven – en als katsku. Deze laatste vorm is in 1980 opgetekend in Oisterwijk.

De firma Catz werd aan het eind van de 18de eeuw opgericht door Heiman Cohen Catz (1754-1841), een Duitse Jood die volgens sommigen zijn moederland was ontvlucht vanwege de pogroms, maar volgens de familieoverlevering om een duel te ontlopen. Aanvankelijk combineerde hij de drankhandel met een drogisterij, later splitsten zijn nazaten het bedrijf op.

Met name in de tweede helft van de 19de eeuw ontwikkelde Catz en Zoon zich zeer voorspoedig. Het elixer won de ene internationale prijs na de andere en op het hoogtepunt had de firma vestigingen in Rotterdam, Amsterdam, Antwerpen, Californië en Batavia. Er verschenen ronkende reclamebiljetten, waarop Catz-elixer werd aangeprezen als ‘het zuiverste en gezondste maagbitter ter wereld’.

‘Het versterkt de maag, verdunt het slijm, bevordert den eetlust, smaakt bovendien zeer aangenaam, en wordt met goed gevolg bij alle ziekten aangewend, die uit slechte spijsvertering ontstaan’. Driemaal daags een half likeurglaasje Catz-Elixer voor de maaltijd, dat is wat het bedrijf propageerde, en ook op zeereizen was het elixer ‘onontbeerlijk’. Voor wie nog twijfelde: het elixer was onderworpen aan ‘opzettelijk wetenschappelijk onderzoek’ en het was daar ‘zeer gunstig’ uit naar voren gekomen.

Het publiek wilde wel en op den duur werd er onderscheid gemaakt tussen jonge, oude en lichte Catz, al naar gelang de concentratie elixer en de combinatie met oude of jonge jenever.

Het catsje is in onze literatuur opmerkelijk vaak bezongen. Speenhoff gebruikte de borrelnaam in 1918 in een liedje getiteld ‘De stille zwabber’:

Dan trekt-ie naar z’n bittertafel
En slokt z’n eerste borrel op;
Dan komt de trek naar ’n sigaretje,
Naar zoute bollen of ’n peer,
En bij z’n vijfde ouwe-katsje
Is-die de stille zwabber weer.

Kees Stip schreef in 1943 in Dieuwertje Diekema:

Dieuwertje schonk hem twintig Catsjes,
de schipper dronk ze allemaal op
en toen hij er dertig had gedronken
zag hij Dieuwertje op haar kop.

En Willem van Iependaal schreef in een gedicht over de Bevrijding:

Tientjes die geen stuiver houen,
Zwarte catzies bij de vleet!
Zware jongens! Ouwe knullen!
Hoki Poki in de keet!!

Met zwarte catzies zal hier ‘op de zwarte markt gekochte Catz’ zijn bedoeld. Carmiggelt had het in 1965 over lichte cats en hoewel er nog veel andere vindplaatsen te geven zouden zijn, heeft het woord opmerkelijk genoeg geen van de grote Nederlandse woordenboeken gehaald.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in