
In 1881 schreef de Amsterdamse volksschrijver Justus van Maurik in zijn boek Van allerlei slag: ‘Afijn! ze kunnen ’t niet helpen, ze moeten ook leven en daarom wensch ik ze massel en brochem.’
Bij die laatste woorden plaatste Van Maurik een voetnoot. Massel en brochem, zo verklaarde hij, betekent ‘goede zaken’.
Nou is dat niet helemaal correct, want mazzel en broge – zoals wij het nu spellen – betekent eigenlijk ‘geluk en zegen’, maar onder handelaars en zakenlieden werd en wordt dit inderdaad als zegenwens gebruikt voor ‘(doe) goede zaken’.
Voor zover bekend was Van Maurik, die een zeer goed oor had voor de Amsterdamse volkstaal, de eerste die het woord mazzel optekende. Na hem komen we het vooral bij Joodse auteurs tegen: bij Herman Heijermans in 1897 (‘“Die heit met z’n pruime ’n mazzeltje”, dacht Zelik en slaaprig keek hij de straat in’), bij Is. Querido in 1901 (‘hier hèt u uwes prachtklok,... mazzele-brooge’) en bij Jules de Vries in 1906 (‘Nou dag Beer! Mazzel en brooge!’).
Tegen die tijd was het Amsterdamse rechercheurs opgevallen dat mazzel (al dan niet in de combinatie mazzel en broge) werd gebruikt door leden van het Amsterdamse dievengilde. Zij gingen er vanuit dat het Bargoens was en daardoor werd dit woord in 1906 opgenomen in een Bargoense woordenlijst, De Boeventaal van Köster Henke. Köster Henke vermeldt het in de vorm massel en geeft als betekenissen ‘winst, geluk, voorspoed’. Als voorbeeldzin geeft hij: ‘Hij is in zijn massel’ voor ‘hij heeft geluk’. Daarnaast vermeldt Köster Henke masselen voor ‘goede zaken’.
Mazzel, dat in de literatuur in allerlei spellingvarianten is aangetroffen (onder andere als mazaal, masel, massel, massil en maszel), is natuurlijk een ‘Joods’ woord: via het Jiddisj is het ontleend aan het Hebreeuwse mazzal, dat ‘gesternte, geluk’ betekent.
Mazzel is in allerlei samenstellingen en afleidingen gevonden, waaronder mazzeltje voor ‘meevaller’, mazzelaar, mazzelkont en mazzelpik voor ‘bofkont, geluksvogel’, mazzelig voor ‘door een gelukkig toeval’, mazzelen voor ‘boffen, zwijnen’, enzovoort. Een veelgehoorde hedendaagse afscheidsgroet is de mazzel en mazzel en broge is, zeker in Joodse kringen, nog altijd een veelgebruikte uitdrukking.