
Voor niet-Joden is het gezin de hoeksteen van de samenleving. Voor Joden is dat net zo, maar wij hebben het over misjpoge.
Misjpoge is zelfs meer dan alleen het gezin, want dit woord wordt gebruikt voor vier verschillende dingen. Voor ‘verwanten’ en ‘familie’, voor ‘medejoden’, voor ‘groep bij elkaar horende mensen, clan’ en – in het Bargoens – voor ‘zaak’ of ‘handel’.
Misjpoge gaat via het Jiddisj terug op het Hebreeuwse misjpacha, dat ‘familie’ betekent. Net als veel ‘Joodse’ woorden in het Nederlands kom je het in allerlei spellingvarianten tegen. Zo vind je het onder andere als mespoge, mischpoge, mishpoge, misjpooche, mispoche, mispoge enzovoorts.
Waarom zijn er altijd zoveel spellingvarianten van Joodse woorden in het Nederlands? Dat zal nog wel vaker ter sprake komen, dus ik sta er hier even bij stil. Al sinds het begin van de 19de eeuw verschijnen er spellinglijsten voor het Nederlands (de eerste verscheen in 1803), maar daar stonden zelden Joodse woorden in, want die werden voornamelijk door een kleine groep gebruikt – door de Joden namelijk. Joodse schrijvers en schrijfsters moesten dus zelf verzinnen hoe zij woorden van Hebreeuwse of Jiddisje herkomst noteerden. Ook niet-Joodse schrijvers gebruikten weleens woorden die ze van Joden hadden geleerd, maar die maakten van de schrijfwijze helemaal een potje. Die hoorden bijvoorbeeld het Jiddisje hasjeweine, dat ‘weg, verdwenen’ betekent, en maakten daar dan kassiewijle, kasjewijle of kassiewijne van.
Maar goed, terug naar de misjpoge. Heel vaak hoor je, zeker in Joodse kring: de hele misjpoge voor ‘alles en iedereen’. Een andere bekende uitdrukking is: mazzel en broge voor de hele misjpoge. We komen deze zegswijze bijvoorbeeld tegen in een smartlap waarmee Rika Jansen, beter bekend als ‘Zwarte Riek’, in 1964 een grote hit had, getiteld ‘Amsterdam huilt’
U kunt dit nummer hier horen:
Niet-Joden vragen ook weleens naar familierelaties (‘Ben jij soms familie van Sanders Meubelstad in Amsterdam, ik wil daar een bed kopen’), maar onder Joden is deze zogenoemde misjpogologie uitgegroeid tot een internationale sport. Altijd moet er, bij een eerste ontmoeting, even worden vastgesteld of je soms familie bent van.... volgt de naam van iemand die, in mijn geval, me bijna nooit iets zegt, want mijn familie is – net als zoveel Joodse misjpoges – nogal klein.
Wie het woord misjpogologie heeft verzonnen is niet bekend, maar we vinden het al in 1957 in het werk van Meyer Sluyser. En de Amsterdamse onderwijzer Simon Gosselaar schreef ooit over zijn moeder, die het Nieuw Israelietisch Weekblad las: ‘Mijn moeder was er op geabonneerd. Heel gek, al die joodse mensen, die dat blad alleen maar lazen voor de misjpochologie.’