Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Ewoud Sanders

Ewoud Sanders is historicus en journalist. Hij is columnist bij NRC Handelsblad en vaste medewerker van onder meer Onze Taal, KB.nl en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Ewoud Sanders heeft verschillende taalboeken op zijn naam staan en is bezig met een onderzoek naar het beeld van de Joden in kinderboeken én in de Nederlandse taal.
vrijdag 1 oktober 2010
reageer op deze column
Delen |

Van smeris tot knopknolsmeris

Dit is voorlopig mijn laatste column voor Crescas. Ik schrijf ze met plezier, maar ik heb de neiging teveel hooi op mijn vork te nemen en op een dag moet je besluiten daarmee te stoppen – al was het maar voor een tijdje.
Wellicht zult u mij hier af en toe nog een keer terugzien – als de leiding van Crescas dat goed vindt – maar voorlopig even niet.
Ik wil besluiten met de geschiedenis van een van die vele woorden in het Nederlands die een 'Joodse' herkomst hebben.

Het gaat om het woord smeris, dat omstreeks 1800 voor het eerst is opgenomen in een Bargoense woordenlijst, samengesteld uit de processtukken van de zogenoemde Brabantse Bende. In die lijst komt het woord voor in de vorm smeer en heeft het als betekenis 'ijder persoon die op schildwacht moet staan'. Vervolgens vinden we het in 1844 terug in de Algemeene Konst- en Letterbode, indertijd een bekend tijdschrift, in de uitdrukking zij staan smeris voor 'zij staan op de uitkijk'. Smeris komt in deze tekst ook voor in de betekenis 'wachter, oppasser'. Via het Jiddisje sjemiere is het ontleend aan het Hebreeuwse sjemiera, beide voor 'wachter' en 'bewaking'. In andere bronnen komen we het tegen in de vormen smieris en smeres.


bron: http://www.politiemuseum.nl/gratisplaatjes.php

Aanvankelijk werd smeris vooral gebruikt voor de crimineel die de uitkijk hield – die op smeris stond. Vervolgens vinden we smeris voor de overheidsdienaar die een oogje in het zeil houdt, voor de 'politieagent' dus. In die betekenis is smeris in 1887 voor het eerst opgetekend, in het weekblad De Amsterdammer. Het komt voor in een onderschrift bij een spotprent van Johan Braakensiek waarop we een beschonken matroos op straat een agent zien aanhouden met de tekst: 'Zeg ereis smeris! Ken jij de drankwet, ouwe jongen!'

Smeris had een negatieve bijklank, zo schreef Justus van Maurik in 1899 in het tijdschrift Eigen Haard, in een reportage over een huldeblijk aan de Amsterdamse politie:

Het ambt van agent is nog altijd bij het volk geen geëerde betrekking en als een man of vrouw uit de volksklasse zelf geen permetasie [familie, relaties] bij de pelisie heeft, klinkt het met een soort van minachting: 'agent, diender, smeris! ik zou nog liever!'; maar toch kan men tegenwoordig, dank zij de betere organisatie van ons politiewezen en het degelijker gehalte der agenten, langzaam aan meer respect voor hen constateeren en zegt de volksmond: 'Vroeger was 't meer dollen met de pelisie, weet je? maar tegenwoordig verstaan ze geen gekheid meer, ze maken meenes. De agenten benne beleefder en netter dan vroeger, maar ze rukken je steviger in ook en die ouwe kereltjes, die je met je pink omgooide bennen d'r allemaal uit; 't zijn nou jongens met vermogens in d'r handen!'

Aan het begin van de 20ste was de gevoelswaarde van smeris zelfs onderwerp van een rechtszaak. Hierover schreef F.A. Stoett op 5 november 1905 in De Amsterdammer:

Naar den oorsprong van het woord is dus ons smeris in geen enkel opzicht beleedigend, daar het juist uitdrukt, wat de agent in de eerste plaats moet wezen, een wachter. Maar de waarde der woorden wordt niet bepaald door de afkomst, doch door het gebruik, en ik kan me daarom best voorstellen, dat het Hof te Amsterdam, een vonnis van de Haarlemsche rechtbank vernietigend, smeris voor een beleedigende uitdrukking verklaarde, tenminste in den mond van een beschaafd man.

Smeris is in diverse samenstellingen aangetroffen. Het mooist is het rijtje: knopsmeris, knolsmeris en knopknolsmeris – wellicht bij oudere Amsterdammers nog bekend. Knopsmeris betekent 'brigadier' (de brigadier had een knop op zijn helm), knolsmeris betekent 'bereden agent' (hij reed op een knol, een 'paard') en knopknolsmeris betekent – uiteraard – 'bereden brigadier'. Ik dank de lezers voor hun aandacht en hun aanvullingen. Tot bij een volgende gelegenheid!

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in