Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Ewoud Sanders

Ewoud Sanders is historicus en journalist. Hij is columnist bij NRC Handelsblad en vaste medewerker van onder meer Onze Taal, KB.nl en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Ewoud Sanders heeft verschillende taalboeken op zijn naam staan en is bezig met een onderzoek naar het beeld van de Joden in kinderboeken én in de Nederlandse taal.
vrijdag 22 januari 2010
3 reacties
reageer op deze column
Delen |

Een heitje voor een karweitje

Wat is een geeltje? Velen van u zullen dat weten. Geeltje was de bijnaam voor het biljet van 25 gulden. Maar waarom heette zo’n biljet geeltje? Het was de laatste decennia toch een rood biljet?

Nog een vraag. Wat werd er met rooie rug bedoeld? Inderdaad, dat was de bijnaam voor een biljet van duizend gulden. Maar waarom? Zo’n biljet – weinigen van u zullen het in handen hebben gehad, al was het maar omdat je er nergens mee kon betalen – was groen van kleur.

Het geeltje heette zo omdat bankbiljetten van 25 gulden tussen 1862 en 1927 een gele keerzijde hadden; het bankbiljet van 1000 gulden had alleen van 1860 tot 1921 een rode keerzijde (daarna werd die grijs).

Geeltje en rooie rug tonen aan dat bijnamen voor geld heel hardnekkig kunnen zijn. Ook nadat het uiterlijk van een munt of biljet is veranderd kunnen ze heel lang blijven voortleven – soms zelfs eeuwen.

Toch moeten we vrezen voor het voortbestaan van de bijnaam heitje. Heitje werd, zoals u weet, tot de komst van de euro gebruikt als bijnaam voor ‘kwartje’. Maar inmiddels hebben we geen munten van 25 (euro)cent meer, en daarmee is heitje in de gevarenzone terechtgekomen.

Waar komt het woord heitje vandaan en sinds wanneer kennen we het? Via het Jiddisje hei is het ontleend aan he, de vijfde letter uit het Hebreeuwse alfabet, die als getalswaarde ‘vijf’ heeft. Het ging immers om vijf stuivers. Het woord is omstreeks 1860 voor het eerst aangetroffen in een Bargoense woordenlijst, opgesteld door M. Verwoert, indertijd directeur van een gevangenis te Utrecht.

Vervolgens vinden we het in De Boeventaal van de Amsterdamse commissaris W.L.H. Köster-Henke uit 1906. Naast heitje voor ‘vijf stuivers, kwartje’, vermeldt Köster Henke heit voor ‘vijf’ in vaste verbindingen als heit jantjes (‘vijf jaar gevangenisstraf’) en heit meier (‘vijfhonderd gulden’). Als samenstelling noemt hij heitjespiejijzer voor ‘kleine scharrelaar; klaploper’. Later zijn nog aangetroffen heitjespooier (in 1924, voor ‘souteneur’) en heitjesprent (in 1937, voor ‘briefje van vijfentwintig’). Als vormvarianten voor heitje vinden we onder meer haitje, heijtje, haatje, enzovoort.

Heitje mag dan wellicht verloren gaan als bijnaam voor een specifieke munt, het zal zeker nog lange tijd voortleven in de uitdrukking een heitje voor een karweitje. Die uitdrukking dateert van 1952 en is ontstaan bij de padvinderij, in navolging van een Engelse slogan. Op 10 april 1952 schreef de Leeuwarder Courant hierover:

Zaterdagmiddag zal de stad Leeuwarden een vreemde optocht door haar straten zien trekken. Circa 450 padvinders, uitgerust met tuin- en timmergereedschappen, schoonmaakartikelen enz., maken dan een mars door de stad, waarbij de politiekapel de muziek verzorgt. Deze optocht volgt de inleiding tot een bijzondere actie, welke ‘De Nederlandsche Padvinders’ en de ‘Verkenners van de Katholieke Jeugdbeweging’ in de komende week zullen voeren onder de leuze ‘’n heitje voor ’n karweitje’ (ter verduidelijking, een heitje is de Amsterdamse benaming voor een kwartje). Onder de slagzin a bob a job (een shilling voor een werkje) wordt nu reeds enkele jaren in Engeland, in de week na Pasen door de welpen, verkenners en voortrekkers geld verdiend om hun vereniging te steunen. Dit jaar wordt nu ook met deze actie in Nederland gestart.

Vraag: gebruikt u heitje nog als bijnaam voor een munt?

Reacties

Roland van Geens

dinsdag 16 februari 2010
Beste Emile, Leuk verhaal. Dank je wel. Maar er zijn nog veel meer van dit soort woorden. Zo heb je nog een joetje, dat voor een (gouden) tientje staat. Dat het van de tiende letter van het Hebreeuwse alfabet is afgeleid hoef ik jou niet uit te leggen. En met dat joet bestaat ook nog een aantal samenstellingen. Joet-beis is 12 in het Bargoens. Joet-meier is/was f. 1000.-, terwijl beis-joetjes 20 is, was bas een stuiver en was joet bas 10 stuiver oftewel 50 cent, wat ook wel een joeter werd genoemd. En - ook leiuk - er beis joetjes op hebben zitten betekent, dat je 20 jaar in de bak hebt gezeten! Een andere die je niet noemde is pieterman voor f.1.- Een paar pietermannen is toch niet te jouker? (Een paar gulden is toch niet te duur?) En wat te zeggen van de moppentrommel? Op televisie door zgn. Jordanezen altijd fout gebruikt. Met moppen in de zin van grappen heeft het niets maar dan ook helemaal niets te maken. In een moppentrommel bewaar je je effecten, het is dus een soort geldkist! En ken je Mokum Beis voor Berlijn? En weet jij misschien de verklaring voor een philippie? Het is een bankbiljet van f.10.- Waar ik daar bij aan moet denken zou ik niet weten. Dan heb je nog een plak gehad voor een halve stuiver, een twee-en-een-half centstuk, ook wel schol geheten. ik heb er nog wel een. Nog ouder, denk ik, is de pozer of posser, dat was een duit. Kan ik ook niet herleiden. En wat die padvinderij betreft: ik denk, dat het juni 1945 was. De padvinderij was in Nijmegen, waar wij toen woonden, als een van de eerste organisaties heropgericht. Omdat er nog geen AJC was, tenminste niet voor tienjarigen, werd ik lid. Het duurde maar kort, omdat we in september '45 weer naar Den Haag teruggingen. Maar wel moest ik voor die tijd nog even ingezworen worden: linkerhand op de vlag , rechterhand omhoog: "Ik zweer... " Een volstrekt onbegrijpelijke vertoning voor een kind. Gelukkig was er in Den Haag wel al een AJC-afdeling en daar werd ik dus lid van. Ook wij zamelen geld in voor de eigen organisatie. Maar de actie van de padvinders, dat vonden we maar niets. Wij hadden op hun kreet, dan ook een mooie parodie: Een kusje voor een klusje! Vonden ze niet leuk! Maar war verwacht je anders van een gemengde club eigenzinnige jongeren, die niet zo volgzaam waren als de padjakkers, zoals wij hen noemden? Hartelijke groet, Roland van Geens

Roland van Geens

dinsdag 16 februari 2010
Beste Ewoud Sanders. Ikwas er heilig van overtuigd, dat ik een verhaal van Emile Schrijver zat te lezen, en heb u tot mijn spijt met hem verward . De aanhef van mijn vorige mail was dus fout. Mijn excuses! H.gr., Roland van Geens

Jan Erik Grunveld

vrijdag 19 februari 2010
Beste Ewoud, De uitdrukking 'heitje voor een karweitje' wordt nog steeds wel gebruikt, door jochies die een klusje willen komen doen, al of niet van de scouting (want padvinderij schijn je niet meer te mogen zeggen). Of ze zelf de betekenis kennen, is natuurlijk de vraag. Jan Erik Grunveld, Utrecht

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in