
Wat is een geeltje? Velen van u zullen dat weten. Geeltje was de bijnaam voor het biljet van 25 gulden. Maar waarom heette zo’n biljet geeltje? Het was de laatste decennia toch een rood biljet?
Nog een vraag. Wat werd er met rooie rug bedoeld? Inderdaad, dat was de bijnaam voor een biljet van duizend gulden. Maar waarom? Zo’n biljet – weinigen van u zullen het in handen hebben gehad, al was het maar omdat je er nergens mee kon betalen – was groen van kleur.
Het geeltje heette zo omdat bankbiljetten van 25 gulden tussen 1862 en 1927 een gele keerzijde hadden; het bankbiljet van 1000 gulden had alleen van 1860 tot 1921 een rode keerzijde (daarna werd die grijs).
Geeltje en rooie rug tonen aan dat bijnamen voor geld heel hardnekkig kunnen zijn. Ook nadat het uiterlijk van een munt of biljet is veranderd kunnen ze heel lang blijven voortleven – soms zelfs eeuwen.
Toch moeten we vrezen voor het voortbestaan van de bijnaam heitje. Heitje werd, zoals u weet, tot de komst van de euro gebruikt als bijnaam voor ‘kwartje’. Maar inmiddels hebben we geen munten van 25 (euro)cent meer, en daarmee is heitje in de gevarenzone terechtgekomen.
Waar komt het woord heitje vandaan en sinds wanneer kennen we het? Via het Jiddisje hei is het ontleend aan he, de vijfde letter uit het Hebreeuwse alfabet, die als getalswaarde ‘vijf’ heeft. Het ging immers om vijf stuivers. Het woord is omstreeks 1860 voor het eerst aangetroffen in een Bargoense woordenlijst, opgesteld door M. Verwoert, indertijd directeur van een gevangenis te Utrecht.
Vervolgens vinden we het in De Boeventaal van de Amsterdamse commissaris W.L.H. Köster-Henke uit 1906. Naast heitje voor ‘vijf stuivers, kwartje’, vermeldt Köster Henke heit voor ‘vijf’ in vaste verbindingen als heit jantjes (‘vijf jaar gevangenisstraf’) en heit meier (‘vijfhonderd gulden’). Als samenstelling noemt hij heitjespiejijzer voor ‘kleine scharrelaar; klaploper’. Later zijn nog aangetroffen heitjespooier (in 1924, voor ‘souteneur’) en heitjesprent (in 1937, voor ‘briefje van vijfentwintig’). Als vormvarianten voor heitje vinden we onder meer haitje, heijtje, haatje, enzovoort.
Heitje mag dan wellicht verloren gaan als bijnaam voor een specifieke munt, het zal zeker nog lange tijd voortleven in de uitdrukking een heitje voor een karweitje. Die uitdrukking dateert van 1952 en is ontstaan bij de padvinderij, in navolging van een Engelse slogan. Op 10 april 1952 schreef de Leeuwarder Courant hierover:
Vraag: gebruikt u heitje nog als bijnaam voor een munt?
