
Het gebeurt niet vaak dat het Nederlands er nieuwe uitdrukkingen bij krijgt die meteen algemeen bekend zijn. Tien jaar geleden was het raak: door het ongeluk met het El Al-toestel.
Weinig uitdrukkingen zullen in korte tijd zo algemeen bekend zijn geworden als onder de pet houden. Dat komt doordat de lancering was gekoppeld aan een bericht dat Nederland even op z’n kop zette.
Zoals bekend stortte op 4 oktober 1992 een Boeing 747 van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al neer op de Bijlmer in Amsterdam. Omdat de toedracht van het ongeluk lang onduidelijk bleef, hield de Tweede Kamer een parlementaire enquête. Op 3 februari 1999 – ruim zes jaar na het ongeluk dus! – maakte M.J. Augusteijn-Esser, lid van de enquêtecommissie die de Bijlmerramp onderzocht, bekend dat het neergestorte vliegtuig explosieven, gif, munitie, gassen en brandbare vloeistof had vervoerd. El Al had dit meteen na de ramp aan de verkeersleiding in Amsterdam laten weten. Maar de Israëli’s hadden er ook op aangedrongen hierover geen mededelingen naar buiten te doen. De verkeersleiding had dat toegezegd, aldus Augusteijn-Esser. Een en ander was gebleken uit bandopnamen van telefoongesprekken, banden die ondanks alle eerdere onderzoeken nooit boven water waren gekomen. Volgens Augusteijn-Esser was er gezegd: ‘Dat zullen ze niet van ons horen’. En: ‘Die informatie moeten we onder de pet houden.’ Wie dat laatste had gezegd wilde zij niet kwijt.
Een paar dagen later werden de transcripten van de banden vrijgegeven. De uitdrukking onder de pet houden bleek te zijn gebruikt in een gesprek tussen T. Polman, de dienstdoende chef van de verkeersleiders, en diens voorlichter G. Knook. Het gesprek had plaats op 4 oktober 1992, een halfuur na de crash van het El Al-toestel. Polman zei letterlijk, aldus het eindverslag van de commissie:
De uitlatingen van Augusteijn-Esser, die volgens NRC Handelsblad ‘onnodig onheilspellend’ werden gepresenteerd, zorgden voor enorme opschudding. Er had gif en munitie in het vliegtuig gezeten, dit was al járen bekend maar Nederlandse ambtenaren hadden dit op eigen houtje onder de pet gehouden! En ze hadden ruim zes jaar een belangrijke geluidsband achtergehouden.
Politici tuimelden over elkaar heen om hun verontwaardiging uit te spreken en premier Kok gaf op eigen houtje opdracht om de betrokken ambtenaren meteen op non-actief te stellen. Dit zonder de conclusies van de commissie af te wachten, iets wat veel irritatie wekte. Heel Nederland praatte over de zaak en binnen een paar dagen leek het of onder de pet houden er altijd was geweest. Sterker nog: het NOS-journaal gebruikte de uitdrukking al de volgende dag in een bericht over een heel ander onderwerp, in de betekenis ‘iets in de doofpot stoppen’.
Geen columnist kon er weerstand aan bieden en in het humorhoekje op de voorpagina van NRC Handelsblad verscheen het grapje ‘wat de een onder de pet houdt, gaat de ander erboven’. Binnen een paar maanden doken er ook allerlei variaties op, zoals onder de hoed of muts houden en onder de pet schuiven of proppen. Aanvankelijk voorzagen de kranten de uitdrukking van aanhalingstekens, maar die kwamen al snel te vervallen.
Zoals dat gaat bij taalgeschiedenis, werd langzaamaan steeds schimmiger hoe de uitdrukking nu exact was gelanceerd. Bij de presentatie van de nieuwe editie van de Grote Van Dale, in september 1999, schreef Nova de uitdrukking toe aan Augusteijn-Esser. Zij bevestigde dit voor de camera, zij het enigszins schuchter, wat ook te maken zal hebben gehad met het feit dat de commissie zich inmiddels herhaalde malen had geëxcuseerd voor de ‘sensationele’ presentatie van de geluidsbanden.
Al eerder, in april 1999, meende Henk Hofland, columnist bij NRC Handelsblad, dat de uitdrukking was verzonnen door Henk Wolleswinkel van de Rijksluchtvaartdienst. Hij schreef:
Is het zo gegaan? Je zou dit fragment nog wel eens willen zien, vertraagd. Als ik het bij het rechte eind heb, is dit een historisch ogenblik.
Hofland had het zeker niet bij het rechte eind, want zoals gezegd was de uitdrukking al te horen op de bandopname uit 1992. Maar zij is nog ouder: al in 1977 schreef Leonhard Huizinga in Adriaan met Olivier natuurlijk: ‘Adriaan... fluisterde ik, in Godsnaam, hou het onder je pet...’. Vooralsnog is dit de vroegste vindplaats van een uitdrukking die in 1999 plotseling vleugels kreeg.
|
|