
Voor de zomervakantie schreef ik een paar keer over Joodse verwensingen. Er zijn er nog een paar – die thuishoren in de categorie ‘ironische verwensingen’. In tegenstelling tot andere verwensingen, die vaak bewust grof en uitermate direct zijn, kenmerken ironische verwensingen zich door een zekere subtiliteit. Het patroon is telkens hetzelfde: eerst wordt iemand in de waan gelaten dat hij geprezen gaat worden of dat hem iets goeds wordt toegewenst, maar uit het vervolg blijkt dat juist het tegendeel het geval is. Een voorbeeld is de Jiddisje verwensing moge hij een zoete dood sterven... dat hij overreden worde door een vrachtwagen met suiker.
Het Jiddisj kent relatief veel ironische verwensingen. Volgens sommigen is dit dan ook een typisch Joodse vorm van verwensen. Zo schreef M.H. Gans in 1985 in Het Nederlandse jodendom: ‘Echt joodse verwensingen [...] behelzen een zogenaamd hartelijke wens, eindigend met een vreemde zinswending.’ Als voorbeeld geeft hij: ‘Je zult tot 120 jaar blijven leven en altijd gezond blijven en je zult héél dik je brood verdienen, maar je zult een hele grote, straatarme familie- en kennissenkring hebben.’
Een tweede kenmerk van de ironische verwensing is de lengte: bij botheid past kortheid, bij subtiliteit hoort kennelijk uitgebreidheid. De kortere hebben altijd een dubbele bodem, zie bijvoorbeeld hieronder bij jullie lijken op elkaar.
Nog een ander kenmerk is dat de ironische verwensing vaak de functie van een scheldwoord heeft. Wie boos is op een ander, kan hem of haar simpel – en wel zo effectief – uitschelden. Wie iemand toevoegt je hebt een goed hart, maar het moest gebraden op je rug hangen bedoelt hetzelfde, maar heeft daar meer spraakwater voor nodig. De ironische verwensing is dan ook geen voorbeeld van effectief schelden, maar eerder een staaltje van verbaal vermogen en komisch talent.
IK WENS HEM EEN LANG LEVEN EN EEN HUIS VOL BOOIEN
In 1886 gebruikt door Justus van Maurik maar ook nu, met name in Joodse kringen, nog altijd in gebruik. Met booien wordt ‘dienstboden’ bedoeld. Personeel dus, en dat staat garant voor veel kopzorgen. Men zegt soms ook kortweg ik wens hem/je een huis vol booien.
IK WENS U VEEL PERSONEEL TOE
Een moderne variant van de vorige. Veel personeel betekent rijkdom maar ook veel zorgen. De verwensing ik wens u veel personeel toe is ook bekend in Vlaanderen en werd in 1997 nog opgetekend uit de mond van Luc van den Bossche, de toenmalige Vlaamse minister van Onderwijs. Men zegt ook, met dezelfde ironie: God geve je veel personeel.
JE HUIS VOL GASTEN EN JIJ NIET THUIS
Jiddisje verwensing die verwijst naar het zogenoemde sjiwwe-zitten. Zoals bekend zit men na het overlijden van een naaste bloedverwant zeven dagen op de grond of op een laag stoeltje. Je huis zit dus vol – gezellig! – maar jij bent er niet bij, want je bent dood. Men zegt ook je huis vol gasten, op lage stoeltjes, en jij niet thuis.
JULLIE LIJKEN OP ELKAAR
‘Mijn vader,’ aldus een informant, ‘heeft ooit tegen een lastige klant gezegd, toen die hem aan zijn zoon voorstelde: “Jullie lijken op elkaar”. Dat is een typisch Joodse verwensing. Je zou dit kunnen begrijpen als “jullie zien er hetzelfde uit”, maar hij bedoelde: “jullie dode lichamen op elkaar”. Dit moet zich in de jaren dertig hebben afgespeeld.’
STA OP EN GA ZITTEN
Het is moeilijk voor te stellen dat sta op en ga zitten in Joodse kringen ooit als grof werd ervaren. Toch is dat zo. Volgens sommige bronnen was de Jiddisje uitdrukking sjtei oef en gei zitse een ironisch eerbewijs als er iemand van slechte reputatie ter sprake kwam, maar G. Oznowicz heeft een andere verklaring. In 1962 schreef hij in Amsterdam uit Naatjes tijd:
Ook in deze verwensing zit het venijn in de staart. Opstaan is niet erg, weer gaan zitten wel. Sta op en ga zitten is onder andere gevonden in het werk van Reens en Querido maar zal inmiddels wel verouderd zijn.
DE KEIZERSGRACHT IN, DE KERKSTRAAT UIT
Een oorspronkelijk Joodse verwensing die voor de Tweede Wereldoorlog nog in Amsterdam kon worden gehoord. Op de Nieuwe Keizersgracht was een Joods ziekenhuis gevestigd (het Nieuw Israëlitisch Ziekenhuis) en in de Kerkstraat het lijkenhuis. De eigenlijke betekenis is dus zoiets als: je moet eerst zeer ernstig ziek worden, overlijden en het lijkenhuis uitgedragen worden.