Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Ewoud Sanders

Ewoud Sanders is historicus en journalist. Hij is columnist bij NRC Handelsblad en vaste medewerker van onder meer Onze Taal, KB.nl en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Ewoud Sanders heeft verschillende taalboeken op zijn naam staan en is bezig met een onderzoek naar het beeld van de Joden in kinderboeken én in de Nederlandse taal.
vrijdag 30 oktober 2009
3 reacties
reageer op deze column
Delen |

Drie Joodse woorden

Afpeigeren, asjeweine en attenoje zijn woorden met een ‘Joodse’ herkomst.

afpeigeren
afsterven; dodelijk vermoeien
In 1858 voor het eerst opgetekend, in het levensverhaal dat ‘een ontslagen gevangene’ vertelde aan mr. C.J.N. Nieuwenhuis. Het komt hierin voor in de verbinding pijger maken voor ‘doden’. In 1899 vinden we het als pijgeren voor ‘vermoorden’. In 1906, in een Bargoens woordenboekje getiteld De Boeventaal, vermeldt de Amsterdamse commissaris W.L.H. Köster Henke peiger en pijger voor (onder andere) ‘dood, lijk, kapot, bedorven’, peiger maken voor ‘dood maken’ en peigeren voor ‘sterven, doodgaan’. De afleiding afpeigeren, met de nu gangbare betekenis ‘dodelijk vermoeien, afsterven’, duikt pas in 1928 voor het eerst op. We treffen dit woord ook aan in de vorm afpaageren. Het Jiddisje peiger is ontleend aan het Hebreeuwse pèger, beide met als betekenis ‘lijk, kadaver’.

asjeweine
weggaan, ervandoor gaan; kapot; dood
Asjeweine is in 1906 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, De Boeventaal van Köster Henke. Köster Henke vermeldt het als asjewijne en als gasjewijnen voor ‘weggaan, er van doorgaan’. Als voorbeeldzin geeft hij onder meer: ‘Maak de schim asjewijne’ (‘verdonkeremaan de bewijzen’). Asjeweine is in een recordaantal vormvarianten aangetroffen, waarvan gasjewijne, kasjewijle, kasjewijne, kassiewijle, kassiewijne en sjewijne het vaakst voorkomen. Het woord is via het Jiddische hasjeweine (‘weg, verdwenen’) ontleend aan het Hebreeuwse hasjivenoe (‘doe ons terugkeren’). Dit is de aanhef van de liturgische tekst bij het wegdragen en aan het gezicht onttrekken van de wetsrol aan het eind van de Joodse eredienst. Min of meer vaste verbindingen zijn asjeweine gaan voor ‘weggaan’ of ‘doodgaan’ en asjeweine maken voor ‘laten verdwijnen’. In 1924 schreef Is. Querido in een essay over het Bargoens, dat in 1931 werd opgenomen in zijn boek Mijn zwerftochten door Jordaan en donker Amsterdam:

Eigenaardig is echter dat de vreemde, vooral Hebreeuwsche of Jiddische uitdrukkingen vaak verschillend opgevangen en verwerkt worden. Zoo hoorde ik een misdadiger spreken van ‘gasjewijne’ (wat zeggen wil: uit de voeten maken of verdwijnen). Een andere, een jatter (dief) sprak van ‘assewijne’. Een derde, een tieijs-kraker (een brandkasten-inbreker) zei weer ‘hasjewijnoe’. En toch bedoelden ze het ééne Hebreeuwsche woord: hashibeina [hasjivenoe].

attenoje
Deze bekende uitroep van verbazing, verontrusting of ontsteltenis is 1901 voor het eerst aangetroffen, in een literaire tekst, maar zonder twijfel is zij ouder. Attenoje komt in zeer veel vormvarianten voor. Een greep: addenom, adennoje, atenoje, attenoie, attenoj, attenom, attenooi, attenooie, ottenoj, ottenoje, te-noij, enzovoort. In 1906 duikt de uitroep voor het eerst in een Bargoense woordenlijst op, andermaal De Boeventaal van Köster Henke. Die definieert het als ‘hemel, zeg, kijk’ en geeft onder meer als voorbeeldzin: ‘Attenoj daar komen Heintje en Pastoortje’ (‘hemel, daar komen twee bekende rechercheurs’). Attenoje is via het Jiddisje Addenoj ontleend aan het Hebreeuwse Adonai, beide voor ‘mijn Heer’ (God). Een verwante uitroep is attenojeleheine (ook met zeer veel vormvarianten). Dit gaat terug op het Hebreeuwse Adonai (‘mijn Heer’) plus Eloheinoe (‘onze God’).

Aanvullingen zijn welkom, zoals altijd.

Reacties

Jan Erik Grunveld

zondag 15 november 2009
Beste Ewoud Sanders, Een wat trage reactie, maar ik las de column over 'Drie Joodse woorden' nu pas. Ik ben van 1948 en had het woord 'attenooie' of hoe dan ook geschreven nog nooit gehoord. Tot ik het boek 'Hollen maar!' van Bas Bouwman (uitgeverij de Toorts, 1947) las. In deze (streek-)sleutelroman over de wederwaardigheden van autobuspioniers in het gebied tussen Rotterdam en Sliedrecht kwam ik het woord geregeld tegen, bijvoorbeeld 'Attenooi, wat een luchie'. Het riep bij mij de vraag op waar dit woord vandaan kwam - dat weet ik nu dus - maar ook of het wellicht vooral in de omgeving van Rotterdam veel gebruikt werd. Enig idee? Ik heb meteen nog een andere vraag. U kent ongetwijfeld de uitdrukking 'Ga zo door, en gij zult spinazie eten!' In het Spreekwoordenboek van K. ter Laan wordt slechts verwezen naar 'spinazie, als aanduiding voor een lekkere groente'. Ik meen wel eens gehoord te hebben dat het een verbastering zou zijn van 'gij zult Spinoza heten'. Dat lijkt me heel erg waarschijnlijk, en het zou meteen ook een verre Joodse connotatie van de uitdrukking betekenen. Merkwaardig dat de altijd goed geïnformeerde Ter Laan er niets over zegt. Enig idee hoe het zit? vriendelijke groet Jan Erik Grunveld, Utrecht

Ewoud Sanders

dinsdag 17 november 2009

Cindy

dinsdag 2 februari 2010
Van mn ouders, heb ik altijd : Kassieweine gehoord inplaats van Asjeweine...Ik geloof dat ook deze benamingen door het A'damse volk hun eigen uitspraken kregen...maar we begrepen én begrijpen altijd waar we het over hebben...en dat is het belangrijkste...Alleen Attenoje mochten we niet zeggen, en doen ik nog steeds niet...omdat je dan God's Naam ijdel gebruikt en dat kan en mag natuurlijk niet! :)De benamingen van het geld gebruik ik nog steeds, al betalen we nu met euro's...10 e is nog steeds een joet en 100; een meier etc....Ik vind dit Jiddische heerlijk!Het mag nooit verloren gaan opdat het Joodse volk in the picture blijft en we alles wat ons is aangedaan en nog aangedaan zal worden,niet vergeten zal worden!

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in