Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Ewoud Sanders

Ewoud Sanders is historicus en journalist. Hij is columnist bij NRC Handelsblad en vaste medewerker van onder meer Onze Taal, KB.nl en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Ewoud Sanders heeft verschillende taalboeken op zijn naam staan en is bezig met een onderzoek naar het beeld van de Joden in kinderboeken én in de Nederlandse taal.
vrijdag 20 augustus 2010
4 reacties
reageer op deze column
Delen |

Blijf met je rotpoten

Omdat ik niet echt kan leven van mijn werkzaamheden voor Crescas, althans niet op de voet die ik zou willen, doe ik er af en toe nog iets bij. Zo heb ik een taalrubriek in NRC Handelsblad en daarin kwam de afgelopen week een onderwerp ter sprake dat ook lezers van deze column zou kunnen interesseren, namelijk de uitdrukking: blijf met je rotpoten van onze rotjoden af.
Niet de allersympathiekste uitdrukking in de Nederlandse taal, dat zullen velen van u met mij eens zijn, maar wel een uitdrukking die sinds de Tweede Wereldoorlog een eigen leven is gaan leiden. Het is ook een uitdrukking die veel navolging heeft gekregen. Ik noem enkele varianten:

  • Blijf met je poten van onze poten af (onlangs te horen in verband met Gay Pride);
  • Blijf met je kutpoten van onze kut-Marokkanen (ook wel, in verkorte vorm: "Maar het zijn wel ónze kut-Marokkanen", een uitspraak van Job Cohen);
  • en, een iets nettere variant die in 2007 als kop diende in NRC Handelsblad: ”Blijf met je tengels van onze rotcorporaties af.”

Waar komt de oorspronkelijke uitdrukking – blijf met je rotpoten van onze rotjoden af – vandaan?
In allerlei bronnen staat dat het hier gaat om een Amsterdamse muurtekst uit de Tweede Wereldoorlog. Volgens sommigen dateert die tekst uit 1943, anderen houden het erop dat hij ontstond tijdens de Februaristaking. Zoals bekend brak op 25 februari 1941 in Amsterdam een algemene staking uit, georganiseerd door de CPN, als reactie op razzia's in de Jodenbuurt enkele dagen daarvoor.
Het probleem is dat al die bronnen van na de Tweede Wereldoorlog dateren. De oudste bron dateert bij mijn weten van 1952. Het gaat hier om de 'Kroniek der jodenvervolging' door Abel J. Herzberg, opgenomen in deel 3 van Onderdrukking en verzet. Herzberg beschrijft de gebeurtenissen in Amsterdam van januari en februari 1941 die de opmaat tot de Februaristaking vormden. Op bladzijde 84 schrijft hij: "Uit die dagen dateert de zin, die een straatjongen met krijt op een muur geschreven had: Blijf met je Moffenpoten van onze rotjoden af."

Nu is 1952 niet lang na de Tweede Wereldoorlog, maar toch is het geen contemporaine bron. Er bestaan geen foto's van deze muurtekst, zoals sommige mensen denken, en ook in de standaardwerken over de Februaristaking – studies van onder anderen Ben Sijes en Gerard Maas – komt de uitdrukking niet voor. Het geheugen is voor dit soort dingen een notoir onbetrouwbare bron, maar een brief of dagboekfragment uit de Tweede Wereldoorlog zou mij wel overtuigen, schreef ik in mijn taalrubriek.

Nog diezelfde avond mailde een lezer: "Mijn moeder hield gedurende de oorlog een dagboek bij. 'Er moet een pogrom gaande zijn in Amsterdam', schrijft ze op 13 februari 1941. En op 4 maart 1941 doet zij verslag van wat mijn ouders die toen op Walcheren woonden, gehoord hadden over wat wij inmiddels de Februaristaking noemen. Het verhaal ging rond, schrijft ze, dat een groep Rotterdamse havenarbeiders op weg naar Amsterdam zou zijn gegaan onder de leuze: 'De rotmoffen moeten met hun rotpoten van onze rotjoden afblijven'."

Helaas bleek mijn informant zich te hebben gebaseerd op een register dat hij op zijn moeders dagboeken had gemaakt. Toen ik vroeg om de oorspronkelijke dagboekpagina, antwoordde hij: "Ik heb weer een lesje in de onbetrouwbaarheid van het eigen geheugen gekregen." Zijn ouders bleken in 1941 niet op Walcheren maar (nog) in Utrecht te wonen en het citaat – de kern van de zaak – bleek niet letterlijk te zijn overgenomen.

Wat stond er wel? "B. heeft gehoord dat een troep Rotterdammers met de fiets naar Amsterdam is gegaan om daar mee te knokken tijdens de relletjes, onder het motto: 'Van onze smouzen moeten ze afblijven'."
Was getekend 4 maart 1941, een kleine week na het uitbreken van de Februaristaking. Geen rotmoffen, geen rotpoten en geen rotjoden, maar wel smousen – ooit een tamelijk neutraal woord voor 'Duitse Joden', maar toen al sinds lang een scheldwoord voor 'Joden' in het algemeen.

'Van onze smouzen moeten ze afblijven' ademt weliswaar de geest van de Februaristaking, maar er ontbreken te veel elementen om hierin de moeder van de blijf met je rotpoten-uitdrukking te zien.
Stand van zaken: we hebben nog steeds geen eigentijdse schriftelijke bron. Voorlopig denk ik dat die uitdrukking een naoorlogs verzinsel is. Met haar combinatie van heroïek en antipathie geeft zij als geen andere uitdrukking de ambivalente houding ten opzichte van Joden weer.
Gaat het hier inderdaad om een naoorlogs verzinsel? Wellicht zijn er lezers die het beter weten. Op voorhand zeg ik: alleen schriftelijke vindplaatsen zullen mij overtuigen.

Reacties

Ettiena Borgman

vrijdag 20 augustus 2010
Mij lijkt het een uitdrukking uit de CPN-hoek. Collega Etty weet misschien de weg in het Waarheid-archief.

Ettiena Borgman

vrijdag 20 augustus 2010
Annet Mooy schreef De strijd om de Februaristaking. In dit indrukwekkende boek(je) zou de gezochte 'stoere' uitdrukking wel eens terug te vinden kunnen zijn. Over een poosje biedt de K.B. uitkomst! Succes met de boeiende zoektocht.

Jacob Polak

zondag 19 september 2010
# Blijf met je kutpoten van onze kut-Marokkanen (ook wel, in verkorte vorm: "Maar het zijn wel ónze kut-Marokkanen", een uitspraak van Job Cohen); Ik geloof er niets van. Zo laat Job Cohen zich niet uit. Van wie de uitspraak wél was: Rob Oudkerk.

Ewoud Sanders

maandag 20 september 2010
NASCHRIFT EWOUD SANDERS Ik was iets te kort door de bocht. Het zit als volgt: een van de markantste woorden van 2002 was kut-Marokkanen. Niet omdat het echt nieuw is. Kut wordt al decennia gebruikt als versterkend voorvoegsel bij scheldnamen. En het gebruik is alleen maar toegenomen. ‘Als taboewoord’, schreef de Leidse hoogleraar P.G.J. van Sterkenburg in 1997, ‘maakt kut in onze tijd furore.’ Wat kut-Marokkanen toch de moeite waard maakt is de politieke dimensie: een ervaren politicus als Rob Oudkerk die meent in een onderonsje tegen burgemeester Job Cohen te zeggen ‘Wij hebben hier toch ook kut-Marokkanen, … al mag je dat zo niet zeggen’ (een toevoeging die in berichten hierover vaak weg werd weggelaten), terwijl de camera nog loopt en de microfoon nog open staat. En de snelle en integere reactie van Cohen: ‘Maar het zijn wel ónze kut-Marokkanen’ – waarschijnlijk een variant op het bekende blijf met je rotpoten van ónze rotjoden af. Oudkerk betuigde spijt, maar de kwestie bleef hem achtervolgen, wat weer eens laat zien hoe onvoorstelbaar kwetsbaar politici zijn.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in