Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Ewoud Sanders

Ewoud Sanders is historicus en journalist. Hij is columnist bij NRC Handelsblad en vaste medewerker van onder meer Onze Taal, KB.nl en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Ewoud Sanders heeft verschillende taalboeken op zijn naam staan en is bezig met een onderzoek naar het beeld van de Joden in kinderboeken én in de Nederlandse taal.
vrijdag 27 november 2009
2 reacties
reageer op deze column
Delen |

Zijn voeten noemden we strijkijzers

Vorige keer ging het hier over het woord woestijnpas, dat volgens de Grote Van Dale ‘vermoeide, sjokkende gang (als van de Israëlieten toen zij veertig jaar door de woestijn trokken)’ betekent. Ik vond wel een paar plaatsen in de literatuur, maar relatief weinig. Bij nader onderzoek bleek dat niet woestijnpas de gangbare aanduiding was, maar woestijngang. Dat woord komen we op diverse plaatsen tegen, onder meer in een brief van de verzetsheld dominee Dirk Arie van den Bosch.

Van den Bosch was Hervormd predikant in Den Haag. Zijn preken trokken duizenden mensen. In november 1940 verscheen een boek van zijn hand waarin hij waarschuwde voor het gebrek aan menselijkheid, getiteld 666, Het getal eens menschen. Naar aanleiding van dit boek werd Van den Bosch opgepakt en na een verblijf in het ‘Oranjehotel’ in Scheveningen kwam hij terecht in het concentratiekamp Amersfoort. Daar gaf hij kerkdiensten en bijbelles en vanwege de grote morele steun die hij de gevangenen bood, kreeg Van den Bosch na de oorlog het Verzetskruis. Postuum, want hij overleed in 1943 aan de combinatie van dysenterie en een kaakontsteking.

Uit kamp Amersfoort schreef Van den Bosch allerlei brieven en die zijn in 1946 gebundeld door zijn dochter, onder de titel Dominee D.A. van den Bosch. Op 31 augustus 1941 schreef Van den Bosch vanuit de strafgevangenis in Scheveningen aan zijn vrouw:

,,De Joden draagt men zooals je wellicht weet niet zoo’n gloeiend warm hart toe. Met uitzonderingen natuurlijk, zooals iedere nette regel die heeft. De kleermaker hier b.v. is een Jood van zijn haren tot z’n voeten. Zelfs de woestijngang ontbreekt niet, dus twijfel is voor zelfs de domste D[uitser] uitgesloten. Maar deze man wordt in de watten gelegd omdat hij voor de lui, pardon de ‘heeren’ zelfs voor hun dames zoo goedkoop en zoo fijn costuums en mantelpakken maakt.’’

We vinden het woord woestijngang trouwens ook bij een Joodse schrijver, namelijk Salvador Hartog. Die schreef in 1981 in een boekje getiteld Meijer en ik, waarin hij herinneringen ophaalt aan zijn Joodse jeugd in Limburg: ,,Niettegenstaande zijn woestijngang – zijn voeten noemden we strijkijzers – en zijn meer dan levensgrote Cyrano de Bergerac-neus, die uitdagend onder zijn flambard uitstak, werd hij zelden voor jood uitgescholden.’’

En in 1989 lezen we bij een andere Joodse schrijver, Lisette Lewin, in Voor bijna alles bang geweest: ,,In alle oprechtheid was Irma – ofschoon de twee mannen in haar leven joden waren – ervan overtuigd dat bepaalde uiterlijke kenmerken en eigenschappen ‘typisch joods’ waren en dat je die, voor zover mogelijk, moest onderdrukken of verbergen. Ze had zich tot taak gesteld Emma’s uiterlijke verzorging op zich te nemen en haar goede manieren te leren. Daarbij hoorde vanzelfsprekend dat Emma moest leren zo min mogelijk ‘joods’ te zijn. Krom lopen was joods, evenals je voeten naar buiten zetten in de ‘woestijngang’, hard praten, tactloos zijn, ad rem of geestig proberen te zijn, slordig zijn, je onvrouwelijk gedragen.’’

Ik blijf benieuwd naar de ervaringen en herinneringen van lezers over deze typische manier van lopen. Kwam dit inderdaad relatief vaak bij Joden voor of gaat het hier om een vooroordeel? Ik hoor graag van u.

Reacties

Roland van Geens

maandag 22 februari 2010
De uitdrukking "woestijngang" ken ik alleen uit de reeds door u aangehaalde voorbeelden. Wel had ik een (Joodse) "tante" - ze was familie maar wat verder weg dan een echte tante - van wie mijn moeder altijd zei, dat ze liep alsof ze 40 jaar door de woestijn had gesjokt. Dat is een uitdrukking die ik wel vaker, ook van anderen, heb gehoord over de manier van lopen van Joodse familieleden of vrienden. Waarom dat voor niet-Joden niet zou gelden heb ik nooit begrepen, terwijl je een dergelijke manier van lopen ook bij hen aantreft. Met de stand van de voeten had dat weinig of niets te maken, ze liepen wat dat betreft vrijwel allemaal normaal. Bijna elk mens Joods of niet zet zijn voeten lichtelijk schuin naar buiten, omdat je zo steviger staat en loopt. Het is iets dat meestal niet opvalt. Alleen als iemand dat extreem doet valt het op. Zo herinner ik me uit mijn gymnasiumtijd een klasgenoot die dat deed. Joods was hij zeker niet. Aan zijn naam te oordelen was hij katholiek, ik ken althans een aantal mensen van dezelfde naam die allen katholiek waren. Hoe dan ook onze leraar Grieks en Latijn, die altijd bijnamen voor iedereen verzon, noemde hem altijd "platvoet-indiaan" waarbij hij met zijn handen de stand van de voeten van die klasgenoot uitbeeldde, terwijl hij besmuikt lachte. Om nu de vraag te beantwoorden: het lijkt mij een vooroordeel, zoals de kromme neus, het zwarte haar en meer van dat soort zaken. Kijk maar eens naar foto's van de "grote" Nazileiders en tel de kromme neuzen en het zwarte haar maar, terwijl ze toch "Edelgermanen" waren ... Ik zal me dan ook altijd blijven verzetten tegen het "typisch Joodse uiterlijk". Dat bestaat namelijk niet! Met vriendelijke groeten, Roland van Geens

Roland van Geens

maandag 22 februari 2010
Ik vergat de strijkijzers. Dat is een tamelijk gewone uitdrukking voor iemands voeten, vaak gehoord. Geldt voor zover ik weet in algemene zin en is niet specifiek voor "Joodse" voeten. Roland van Geens

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in