
Tot nu toe was deze rubriek eenrichtingsverkeer, maar deze week niet. Dit is Crescas – het centrum voor Joods leren. Wellicht heeft u de afgelopen weken iets van mijn stukjes geleerd, maar ik wil ook graag van u leren. Daarom vandaag een vraag: heeft u ervaring met het woord parg?
Parg, zegt de Grote Van Dale (2005), kan drie dingen betekenen: 1. hoofd met uitslag, zeer hoofd, kletskop; 2. scheldnaam voor Jood; 3. scheldnaam voor een onaangenaam persoon.
In alle betekenissen is het woord, dat in het Bargoens is opgetekend, ook aangetroffen in de vorm parag. Over de herkomst zegt Van Dale: de oorspronkelijke betekenis was ‘schurfthoofd’ en het komt van het Jiddisje parch. Mijn vraag aan u, en vooral aan de oudere lezers: bent u bekend met dit scheldwoord? Bent u zelf wellicht weleens uitgemaakt voor par(a)g en zo ja, waar en wanneer was dat dan? En wie gebruikte het woord: Joden of niet-Joden? Over de geschiedenis en het gebruik van parg lezen we meer in het uitstekende boek Koosjer Nederlands (2006) van Justus van de Kamp en Jacob van der Wijk. Het meervoud van parg is pareigem, schrijven zij, en de vrouwelijke vorm is pargte. Volgens Van de Kamp en Van der Wijk werd parg niet alleen gebruikt als scheldwoord voor ‘Jood’ (,,Wat een frotte parg’’), maar ook voor gojim, en dan in het bijzonder voor ‘gezagsdragers’.
Ha, nu komen we op bekender terrein: er bestaan hele lijsten met scheldwoorden voor ‘gezagsdragers’ (lees: politieagenten) en je kunt je voorstellen dat Joden uit voorzichtigheid kozen voor een woord dat niet algemeen bekend was. In het Jiddisj betekent parch ‘zweer, korstje, roofje, schurft’, kortom: iets erg onaangenaams, en contacten met politieagenten waren niet altijd even aangenaam. Mogelijk gaat het Jiddisje parch terug op het Hebreeuwse parach dat ‘bloeien, zich uitbreiden’ betekent, ook van huiduitslag.
Wanneer is parg voor het eerst in het Nederlands aangetroffen? Aan het begin van de 20ste eeuw. We komen het tegen bij Joodse schrijvers als Herman Heijermans (,,Zo trok het pareigem ’m vort’’, 1904), Sam. Goudsmit (,,wat ’n kale parrech’’, 1907) en Meyer Sluyser (,,een pargkop hadden ze’’, 1959). In geen van deze citaten wordt duidelijk dat parg werd gebruikt als scheldwoord voor ‘Jood’. Zijn daar dan wel bewijzen voor?
Ja, we kennen deze aantekening, uit 1928, van de Nijmeegse jezuïet J. van Ginneken: ,,Parg, Parrech, Pargkop (Jd.), van Hebr. parach: uitslag hebben; dus iemand, die om zijn huid-uitslag of hoofd-uitslag gemeden wordt. Vandaar in het algemeen: een akelig, onaangenaam mensch. Ook wel gebruikt van iemand, die zich welgesteld voordoet, doch arm is; door de Amsterdammers gerepliceerd als scheldnaam voor: Jood!’’
Dit maakt veel duidelijk: het gaat dus om iemand die je wilde mijden zoals je een schurftige mijdt. Kennelijk werd parg als scheldnaam voor ‘Jood’ vooral in Amsterdam gebruikt en dan moet het toch vooral door niet-Joden zijn gebruikt. Niet-Joden die een van oorsprong ‘Joods’ woord gebruiken om een Jood mee uit te schelden!
Of zijn er lezers die zich dit anders herinneren? Zoals gezegd: laten we van elkaar leren. Reacties kunt u hieronder toevoegen.
P.S. Een bepaalde vorm van huiduitslag wordt berg genoemd (‘eczemateuze huidaandoening met vettige, gele schilfers op het hoofd, die vooral bij zuigelingen voorkomt’). Zonder twijfel zijn parg en berg verwant.