Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 25 september 2009
reageer op deze column
Delen |

Bernard Malamud

In de boeken van Bernard Malamud lopen voornamelijk Joden rond. Maar in interviews antwoordde Malamud altijd kribbig op de vraag of hij zich één van de vele Joods-Amerikaanse schrijvers voelde. Hij hield niet van de term Joodse schrijver. Ik schrijf over Joden, zei hij altijd, omdat ik met hen nu eenmaal het meest vertrouwd ben. Bovendien zag hij de Joden in zijn boeken vooral als personen met algemeen menselijke karaktertrekken. In 1968 was Malamud voor twee weken in Israël en in een interview met The Jerusalem Post zei hij: I try to see the Jew as universal man. Every man is a Jew though he may not know it. The Jewish drama is prototypic, a symbol of the fight for existence in the highest possible human terms. Jewish history is God’s gift of drama.

De korte verhalen van Malamud behoren terecht tot de canon van de moderne Joodse literatuur waarover ik in mijn eerste column schreef. Het zijn prachtige verhalen: De jodenvogel, De Duitse vluchteling, De zilveren kroon, Saltzman, de huwelijksmakelaar, en niet te vergeten de verhalen van Fidelman, schilder en minnaar manqué. De verhalen van Fidelman spelen in Italië, zoals De vrouwe in het meer, dat de aanwijzing bevat dat je maar beter niet kunt ontkennen dat je een Jood bent. Over de Joodse kant van Malamud een enkele opmerking.

Lastig is dat Malamud altijd weinig over zichzelf heeft losgelaten. De interviews die zijn verzameld in Conversations with Bernard Malamud zijn kort en lijken bovendien erg op elkaar. Malamud was een gesloten man, zelfs in huiselijke kring. Roger Strauss, de uitgever van Malamud, schoot in de lach toen hem werd gevraagd wat hij vond van een biografie van Malamud: I think it’s ridiculous. There was nothing there; as a life it was unexciting. Saul Bellow was filet mignon. Malamud was hamburger. Maar nu zijn er dan toch de herinneringen van zijn dochter Janna Malamud Smith, onder de titel My Father is a Book, en de biografie van Philip Davis, Bernard Malamud, A Writer’s Life. Beide boeken geven ons zicht op het leven van Malamud en dan valt op dat er, meer nog dan we al konden vermoeden, een sterke samenhang bestaat tussen dat leven en een aantal van de romans en verhalen die Malamud heeft geschreven. You don’t find my autobiography in Dubin’s Lives, although I dipped my finger – not my hand – more deeply into the autobiographical cream, gaf Malamud toe. In Dubin’s Lives (Het leven van Dubin) is de relatie verwerkt die de 47-jarige Malamud was aangegaan met een 19-jarige studente, Arlene Heyman. Zo unexciting was het leven van Malamud nu ook weer niet.

Bernard Malamud is op 26 april 1914 in Brooklyn geboren. De ouders, Max (Mendel) Malamud en Bertha (Brucha) Fidelman, waren afkomstig uit een sjtetl in de Oekraïne, nabij Kamenets-Podoloski. Max Malamud dreef een kleine kruidenierszaak waarvan in het boek van Davis enkele foto’s te zien zijn. Toen Malamud een jongen was, in de jaren twintig en zeker de jaren dertig tijdens de Grote Depressie, was het een niet erg bloeiende zaak. Thuis sprak men Jiddisj en werd een Jiddisje krant gelezen, The Daily Forward. Het Joods zijn was in zijn ouderlijk huis een gegeven maar naar de synagoge ging men niet. Max Malamud beschouwde zichzelf als een socialist en een vrijdenker. Dat vinden we bijvoorbeeld terug in het verhaal over de bar mitswa van Malamud. Net als zijn vrienden wilde Malamud bar mitswa worden. Hij vond zelf een leraar die hem les gaf, maar veel moet dat niet om het lijf hebben gehad. Toen Malamud 13 jaar oud was geworden, nam zijn vader hem apart en leerde hem de tefilien om te doen en na een kort gebed dat hij moest nazeggen, zei zijn vader dat hij nu bar mitswa was geworden. Geen ceremonie, geen feest, geen geschenken.

In één van zijn mooiste boeken, The Assistent (De bediende), heeft Malamud de kruidenierszaak van zijn vader laten herleven. Het is ook het leven van mijn vader maar, waarschuwt Malamud, Morris Bober, de kruidenier in The Assistent, is niet mijn vader, mijn vader was 'ruimer'. Het verhaal behelst, kort aangeduid, een overval op een armzalige Joodse kruidenierszaak door twee overvallers, onder wie Frank Alpine. Frank krijgt spijt, in het bijzonder omdat Morris Bober bij de overval gewond is geraakt. Stap voor stap dringt Frank als bediende het leven van de kruidenier en diens vrouw en dochter binnen. Morris Bober is een sjlemazzel, maar de eerlijkheid zelf. Ik steel niet van mijn klanten. Stelen ze van mij?, zegt Morris. Frank Alpine echter heeft twee kanten. Hij helpt de kruidenier maar besteelt hem ook al legt hij soms uit berouw het gestolen geld weer terug in de kassa.

In het boek komt een passage voor waarin Frank aan Morris vraagt: wat is een Jood eigenlijk. Morris antwoordt dat de Tora het belangrijkste is, waarop Frank erop wijst dat Morris nooit naar de synagoge gaat en ook wel eens treife eet. Morris zegt hem dat dit er niet toe doet en hij herhaalt dat hij als Jood de Wet niet mag vergeten: dat wil zeggen, doen wat juist is, eerlijk zijn, goed zijn. Als Morris is overleden, houdt een rabbijn een toespraak waarin hij hem een ware Jood noemt: Morris Bober leefde wellicht niet volgens de officiële traditie, maar hij had het hart van een Jood.

In zijn persoonlijk leven was Malamud ambivalent. Hij trouwde een niet-Joodse vrouw en hun kinderen zijn niet Joods opgevoed. Maar het deed hem ook pijn dat hij alleen in zijn boeken het jodendom heeft kunnen doorgeven. Toen zijn dochter Jane een niet-Joodse man wilde trouwen, verzuchtte hij: You know, I wish you were marrying someone Jewish. Op 18 maart 1986 is Malamud overleden. Cynthia Ozick heeft een mooie en zuivere necrologie over Malamud geschreven waarin zij hem als Joods schrijver eert. Zij trekt een parallel met Morris Bober. Ook Malamud had het hart van een Jood.

Het kaddisj komt in de romans en verhalen van Malamud op verschillende plaatsen voor. Saltzman, de huwelijksmakelaar, zegt het kaddisj als hij ziet dat de rabbijnenstudent Leo Finkle in liefde ontvlamt voor zijn dochter. In de roman Gods Grace (De gratie Gods) wordt ook voor de laatst overgebleven, stervende mens, Calvin Kohn, kaddisj gezegd. Op de crematie van Malamud, schrijft zijn dochter Janna, zong de tenor Paul Sperry het kaddisj. Zo komen de lijnen bij elkaar. Een magere bar mitswa die toch een bar mitswa was. Een crematie die toch een lewaje was.

Jane Malamud Smith, My Father Is a Book, a Memoir of Bernard Malamud, Houghton Mifflin Company, 2006. Philip Davis, Bernard Malamud, A Writer’s Life, Oxford University Press, 2007.Deze column is een verkorte en gewijzigde versie van de bespreking van deze boeken in Kol Mokum 5768-2. Van Bernard Malamud, Alle verhalen, is vorig jaar bij Meulenhoff een herdruk verschenen.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon