Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 1 april 2011
1 reactie
reageer op deze column
Delen |

Laurent Binet, HhhH

De verrassende en vorig jaar met de Prix Goncourt voor het beste debuut bekroonde roman van Laurent Binet is niet alleen het verhaal van de aanslag op Reinhard Heydrich, gepleegd in Praag 27 mei 1942. Het is ook, ik citeer uit een interview in de Volkskrant, een soepele, lichtvoetige oefening in koorddansen tussen fictie en werkelijkheid. Koorddansen is een rake typering.

Over deze aanslag, operatie Anthropoid, is veel geschreven maar Binet noemt slechts andere literatuur als deze reliëf geeft aan zijn zoektocht. Systematische verwijzingen naar vindplaatsen of noten vind je in zijn boek niet. Ook geen foto’s. HhhH is geen historische verhandeling maar een roman. Niettemin een roman waarin Binet uitdrukkelijk alleen werkelijk gebeurde feiten wil weergeven en zich verzet tegen de verleiding van verzonnen innerlijke monologen. Dan knaagt de onzekerheid over de geraadpleegde bronnen en ontstaan er hiaten in het verhaal want de geschiedenis ontvouwt niet altijd haar geheimen. Hoe los je dat op?

Dan Porat heeft in de vorige week besproken Holocaust Story de ontbrekende feiten intuïtief aangevuld met wat gebeurd of gedacht zou kunnen zijn. Ook Laurent Binet vult aan en interpreteert, want te vermijden valt het niet. Maar Binet wil niet dat de fictie het wint van de geschiedenis. Dat gaat zo maar niet want voordat er ook maar iets in het geheugen blijft hangen moet het eerst in literatuur worden veranderd. Binet maakt daarom, noodgedwongen, ook literatuur van zijn zoektocht naar de feiten en van zijn, vaak onzekere, interpretatie van die feiten. Hij vertelt wanneer hij zijn bronnen niet vertrouwt en hij waarschuwt de lezer regelmatig dat het maar om een eigen interpretatie gaat. Zo koorddanst de lezer met hem mee. Binet schroomt ook niet zijn eigen achtergrond en bedoelingen in te vlechten. We vernemen zelfs de voornamen van zijn vriendinnen. Ik maak een persoonlijke zaak van deze geschiedenis, schrijft hij. Daarom vermengen mijn droombeelden zich soms met de bewezen feiten. Zo is het nu eenmaal. Er zijn eigenlijk vier hoofdpersonen, Heydrich, de vanuit Londen gestuurde Tsjechische parachutisten Jozef Gabcik en Jan Kubis (zij pleegden de aanslag op Heydrich) en Binet zelf.


Laurent Binet

Je vraagt je af waarom Laurent Binet nu juist dit onderwerp koos voor zijn eerste roman. Binet, lees ik, is de zoon van een Joodse moeder en een communistische vader. Over de moeder vernemen we verder niets meer. Wel over de vader. Zijn vader heeft hem - door, en passant, over de aanslag te vertellen - op het spoor gezet van het onderwerp van de roman. Het boek is het resultaat van een paar woorden van een vader tegen een zoon. Binet, die tegenwoordig Frans doceert aan de universiteit van Seine-Saint-Denis, heeft bovendien enige tijd in Praag gewoond en is van die stad gaan houden. Hij noemt Praag de mooiste stad ter wereld.

Heydrich, een fanatiek antisemiet, was de rechterhand van Himmler en, zei men, Himmlers hersens heten Heydrich. Vandaar de titel van de roman. Het blonde beest, de beul van Praag, Heydrich had een groot aantal bijnamen. Hitler heeft respect voor Heydrich, omdat hij wreedheid aan doeltreffendheid paart. Voeg daar een niet-aflatende loyaliteit ten opzichte van de Führer aan toe en we hebben de drie termen voor de formule van de perfecte nazi. Onder Heydrich ressorteerden alle Joodse zaken en dat bleef zo, ook toen hij vanaf september 1941 als protector van Bohemen en Moravië meester was in Praag. Zo was Heydrich de organisator van de conferentie die 20 januari 1942 in de Villa Marlier aan de Wannsee werd gehouden en waar de Endlösung, de genocide op de Joden, officieel werd bekrachtigd. De bijeenkomst zelf duurt nauwelijks twee uur. Heydrich, Eichmann en Gestapo-Müller, schrijft Binet, bleven nog even na, dronken een glas cognac en rookten een sigaar. Heydrich was in een uitstekend humeur, vertelde Eichmann daarover later.

Overal en altijd dook het gerucht op dat Heydrich Joodse voorouders had. Het berustte op een misverstand. Zijn grootmoeder was hertrouwd met een zekere Gustav Robert Süss, ondanks die naam geen Jood. Hiermee werd Heydrich op school regelmatig gepest. Dat zou zijn fanatiek antisemitisme verklaren. Maar Binet gelooft niet dat de pesterijen waar hij het slachtoffer van werd omdat men hem voor een Jood hield, de noodzakelijke verklaring vormen voor wat dan ook. Ik noem deze feiten slechts vanwege het ironisch tintje dat ze aan zijn lot geven... De Jood Süss zal veranderen in de grote planningsdeskundige van de Holocaust.

Eerst nog even terug naar 19 november 1941, de dag dat president Hacha op de Hradcany, hoog boven Praag, plechtig de zeven sleutels overhandigt aan Heydrich, de nieuwe meester... Er bestaat een foto waarop Heydrich en Hacha vóór de kroon van de heilige Wenceslaus staan... Een oude legende verhaalt dat wie de kroon onrechtmatig opzet, binnen het jaar moet sterven. Binet bespreekt die foto en ik haal aan wat hij daarover opmerkt, omdat dit een mooi voorbeeld is van zijn verteltrant. Als hij de foto bestudeert, constateert Binet dat Hacha, die eruitziet als een kale oude zonderling, wantrouwig naar het koninklijk attribuut kijkt, terwijl Heydrich een enigszins noodgedwongen respect aan de dag lijkt te leggen: ik verdenk hem ervan dat hij niet bepaald verrukt is van iets dat hij wel eens als folkloristische snuisterij zou kunnen betitelen. Binet gelooft dan ook niet dat Heydrich bij die gelegenheid de kroon op zijn hoofd heeft gezet.

Nieuwsgierig geworden heb ik de foto opgezocht.


© CTK (Czech News Agency)

Nu van de gebeurtenis van 19 november 1941 foto’s zijn gemaakt en er geen foto van een gekroonde Heydrich bestaat, is het waarschijnlijk dat de kroon van de heilige Wenceslaus inderdaad alleen maar aan Heydrich werd getoond. Hacha lijkt volgens mij een beetje op Hitchcock. En Heydrich? Heydrich staat altijd op dezelfde manier op foto’s, strak in uniform. Als je beter kijkt vermoedt Binet, ja, is er alle reden om aan te nemen dat Heydrichs rechterhand de scepter aanraakt of gaat aanraken... Dat nieuwe gegeven is voor mij aanleiding de uitdrukking op Heydrichs gezicht nog eens te bekijken. Je kunt er net zo goed begeerte in lezen, die hij probeert te onderdrukken... Heydrich had, zo pragmatisch als hij was, toch een uitgesproken voorkeur voor de attributen van de macht. Zo speelt Binet zijn boeiende literaire spel tussen fictie en werkelijkheid.

Pas als de roman al bijna halverwege is, doen Jozef Gabcik, een kleine man, energiek en strijdlustig, en Jan Kubis, een lange man, goedmoedig en bedachtzaam, hun intrede in het verhaal. De roman komt dan in een stroomversnelling met als hoogtepunt het relatief korte deel twee waarin de aanslag en de gevolgen van de aanslag worden beschreven. Vlak voor deel twee kondigt die aanslag zich al aan. Weldra zal de loop van de wereld in een bocht tot stilstand komen... Maar nog niet. Ik weet best dat het nog te vroeg is. Nog niet alles staat volkomen op zijn plaats. Niet alles is gezegd.

Dan toch deel twee. De bom ontploft en blaast ogenblikkelijk de ramen uit de tram naast de auto. Er is veel fout gegaan, de aanslag lijkt mislukt. Maar 4 juni 1942 overlijdt Heydrich alsnog aan zijn verwondingen. Het relaas van de aanslag en van het heroïsche, niet te winnen gevecht rond de crypte van een kerk waar Gabcik, Kubis en enkele andere verzetsmensen zich na de aanslag hadden verschanst en als ratten in de val zaten, lees je in één ruk uit. Geboeid, onthutst.

Ik ben aan het eind van mijn verhaal, schrijft Binet, en ik voel me volkomen leeg, niet alleen uitgeput, maar leeg. Ik zou daar kunnen eindigen, maar nee, dat gaat hier zomaar niet... Toen Gabcik en Kubis landden, was het al vrij laat, de ramp was al voltrokken, op dat moment bleef hun niets anders over dan de wraak. En die was schitterend, maar voor hen, voor hun vrienden en hun volk, heel duur betaald.

Net als Binet ben ik dus ook nog niet aan het eind van deze column. Lidice moet nog worden genoemd, het dorp dat om de aanslag te vergelden van de aardbodem is weggevaagd. De aanleiding was een valse beschuldiging, geparachuteerde verzetsmensen zouden zich in Lidice hebben schuilgehouden. Alle mannen van het dorp zijn geëxecuteerd. De vrouwen en kinderen zijn weggevoerd. Van de kinderen hebben maar enkelen het overleefd. De al spoedig bekend geworden vernietiging van Lidice werkte als een boemerang. Met Lidice valt het masker van nazi-Duitsland ten overstaan van de hele wereld.

En de Tsjechische Joden moeten nog worden genoemd. Maar dat doen we volgende keer aan de hand van de ook door Binet genoemde Tsjechische schrijver Jiri Weil (1900-1959). Weil schreef onder andere een Elegie für 77.297 Opfer: Jüdische Schicksale in Tschechien 1939-1943.


© Laurent Binet, HhhH, Himmlers hersens heten Heydrich,
Meulenhoff, 2010.

Reacties

Ruud Schulten

maandag 12 december 2011
Leo Frijda geeft in zijn column een treffende beschrijving van de zoektocht van Laurent Binet tussen feit en fictie. Net als Leo kon ik de impuls op zoek te gaan naar de foto van 19 november 1941 niet weerstaan en zo kwam ij googelen zijn column tegen. In Binet's boek ben ik nu dus bij paragraaf 133 op blz. 171. Het boek bezorgt me een wonderlijk gevoel. Alsof Binet het in de vorm van een persoonlijk dagboek speciaal voor mij geschreven heeft. Leo verwoordt in zijn column sfeer en karakter van de historische zoektocht zoals gezegd heel goed. Al met al heel bijzonder leesvoer ...

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon