Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 20 november 2009
reageer op deze column
Delen |

Ernst Weiss

Ook van Ernst Weiss is een koffer met manuscripten verloren gegaan en net als in het geval van Schulz, over wie ik in mijn vorige column schreef, is dat in een boek van een andere schrijver, Anna Seghers, verwerkt.

Weiss is in 1882 geboren in Brünn (het huidige Brno) als zoon van een Joodse stoffenhandelaar. Hij is opgeleid tot arts en werkte als chirurg in Berlijn en Wenen. Hij heeft daarnaast een groot aantal romans geschreven, vóór 1940 onder andere Der Kampf en Der arme Verschwender. Weiss heeft in volgende drukken de titel van Der Kampf gewijzigd in Franziska. Toen moest Mein Kampf nog verschijnen. Dat had er dus niets mee te maken.

Weiss heeft tijdens zijn studietijd in Praag Kafka leren kennen. Op de omslagen van de boeken van Weiss staat steevast dat hij bevriend was met Kafka. Dat is niet onjuist maar er is wel aanleiding om een kanttekening te plaatsen. Vanaf 1913 vinden we in de dagboeken en brieven van Kafka verwijzingen naar Weiss. Kafka schrijft in het begin zeer positief over Weiss, Jood van de soort die het dichtst het type van de West-Europese Jood benadert, men voelt zich daarom meteen bij hem thuis. De vriendschap tussen Kafka en Weiss gaat in die jaren zover dat Weiss, hij woonde toen in Berlijn, nauw betrokken is geraakt bij de verwikkelingen rond de eerste verloving van Kafka met Felice Bauer. Op 12 juli 1914 vond in hotel Askanischer Hof in Berlijn het beroemde gesprek plaats waarbij de verloving werd verbroken. Canetti heeft in zijn boek Het andere proces de briefwisseling tussen Kafka en Felice Bauer en het gesprek in hotel Askanischer Hof indringend beschreven. Canetti en anderen gaan ervan uit dat ook Weiss daar aanwezig was, omdat Kafka later aan Felice Bauer schrijft dat zij Weiss toen met tranen in de ogen had aangehoord. Weiss bracht iets mee, schrijft Canetti, dat voor Kafka van onschatbare waarde was, zijn onvoorwaardelijke afwijzing van Felice Bauer. Weiss zag niet veel in een verbintenis die Kafka onvoldoende vrijheid liet om zich helemaal aan het schrijverschap te wijden.

Dat heeft echter ook de neergang van de vriendschap tussen Kafka en Weiss ingeluid. Weiss had weinig begrip voor de ambivalentie van Kafka ook in de relatie met Felice Bauer met wie Kafka de banden weer aanhaalde. Het onbegrip van Weiss irriteerde op zijn beurt Kafka die daarom enige afstand is gaan houden. Bij Weiss speelde nog iets wat een blijvende wrok lijkt te hebben opgeleverd. Volgens Weiss had Kafka hem beloofd Der Kampf, dat hij een goed boek vond, openlijk aan te bevelen. Maar dat heeft Kafka nooit gedaan. In de laatste levensjaren van Kafka lijkt de vriendschap weer enigszins hersteld. Weiss heeft Kafka nog in september 1923 in Berlijn opgezocht. Later uit Weiss zich toch weer kritisch over Kafka.

Weiss heeft in 1933 Duitsland verlaten. Hij ging eerst naar Praag om zijn moeder te verplegen, die in januari 1934 overleed. Daarna ging hij naar Parijs waar hij nog steeds woonde toen de Duitsers op 14 juni 1940 Parijs binnenvielen. Diezelfde dag nam Weiss vergif in en sneed hij zijn polsen door. Een koffer met handschriften is verloren gegaan. Ook is onbekend waar hij begraven ligt. Anna Seghers (1900-1983), eveneens uit Duitsland naar Parijs gevlucht, heeft de dood van Weiss en de verdwenen koffer met handschriften verwerkt in haar roman Transit uit 1944 waarin zij tevens haar ervaringen heeft weergegeven met de vele vluchtelingen die uit Marseille probeerden weg te komen. Anna Seghers lukte het om in 1941 Mexico te bereiken. In Transit heet Weiss Weidel. Weidel, die in een café altijd met zijn neus in een krant zit, om toch maar door niemand te worden aangesproken en in die krant heeft hij dan met een speldje gaatjes geprikt om zo verscholen het doen en laten van de mensen na te gaan.

Het is de omschrijving van de ooggetuige. Een manuscript van Weiss, Der Augenzeuge, is na de oorlog opgedoken en in 1963 alsnog in druk verschenen. Dat kwam omdat Weiss het manuscript van dit boek in 1938 in het kader van een prijsvraag naar een Amerikaanse uitgever had gestuurd. Dat leidde toen niet tot een publicatie en Weiss heeft het boek vervolgens omgewerkt. Dat manuscript is verloren gegaan, maar de naar Amerika gestuurde eerdere tekst kon in 1963 alsnog worden uitgegeven. De ooggetuige verscheen kort daarna ook in het Nederlands en is in 2007 door Van Gennep opnieuw uitgegeven. Terecht want De ooggetuige is een belangrijk boek. De hoofdpersoon, een arts, geneest tijdens de Eerste Wereldoorlog korporaal A.H. van zijn hysterische blindheid. Dat gegeven gaat een centrale rol spelen in het verdere leven van de arts. Het biedt Weiss de gelegenheid om het antisemitisme van zijn tijd haarscherp in beeld te brengen. De blinde haat tegen de Joden keerde steeds terug, het was de geheimzinnige kern van zijn ziel. Ik wist wel, dat ik hem voor altijd van zijn hysterische blindheid (...) maar geen ogenblik van zijn Jodenhaat had genezen. Het opmerkelijke boek van Weiss toont opnieuw aan dat men in 1938 kon weten wat daarvan komt.

In Praag is daarna plotseling nog een manuscript van Weiss opgedoken. Het is in 1998 voor het eerst uitgegeven en in 2006 ook in Nederlandse vertaling verschenen, eveneens bij Van Gennep. Het boek, Jarmila, Een liefdesgeschiedenis uit Bohemen, laat opnieuw zien dat Weiss een echte verteller is. Het is in de eerste plaats een liefdesgeschiedenis en de geschiedenis van de tijd vóór de sjoa komt, anders dan in De ooggetuige, niet springend naar voren. Toch ligt daaronder, net als in veel van zijn andere boeken, tevens het persoonlijke levensverhaal van Weiss. Ook de hoofdpersoon van Jarmila woont in Parijs. Het Praag dat Weiss goed heeft gekend, is door hem in deze mooie novelle met liefde beschreven. De verwikkelingen tussen Weiss en Kafka stonden daaraan gelukkig niet in de weg.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon