Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 7 mei 2010
1 reactie
reageer op deze column
Delen |

Carry van Bruggen: De verlatene

Rebbe de Haan was een man, herinnert zich een tijdgenoot, wiens tragisch lot zijn dochter Carolien later zo overgegeven-scherp en meevoelend in ‘De verlatene’ heeft beschreven. Hij wás de verlatene, reeds toen, als ik hem zag gaan over ons marktplein ...

In haar roman De verlatene heeft Carry van Bruggen, zo zagen we eerder, de vaderfiguur veel hardvochtiger gemaakt dan Izak de Haan en de vader in Seideravond. De vader in De verlatene houdt niet alleen streng vast aan de Joodse gebruiken maar eist van zijn kinderen ook onvoorwaardelijke gehoorzaamheid. Hij overdacht nooit, wat zijn kinderen wel kon hebben bewogen ... noch waarom de heilige verplichtingen niet meer in aanzien waren. In die knellende ouderlijke omgeving gaan de vier kinderen uiteindelijk allemaal hun eigen weg en die vrijheid lijkt steeds te gaan ten koste van hun Joodse identiteit.

Het is natuurlijk niet verwonderlijk dat Carry van Bruggen het thema van de rebellerende kinderen, want dat is het eigenlijke thema van deze mooie en ontroerende roman, heeft behandeld aan de hand van haar eigen ervaringen. Zij kon putten uit wat zijzelf had meegemaakt in een kleine kille in de provincie. Door de roman in de mediene te laten spelen, koppelde zij bovendien de knellende banden van een kleinsteedse Joodse gemeenschap aan de armoede die toen nog heerste in de gezinnen van een melammed van de laagste rang. Maar het was in velerlei opzicht ook een overgangstijd. Binnen het jodendom sloeg de assimilatie toe. En er deden zich al kansen voor om zich verder te ontwikkelen. Dus kon de intelligente zoon van het gezin, Daniël, naar de HBS. Ook de vader was daar trots op. Schoolgeld hoefde Daniël niet te betalen. Helaas wordt dat bekend en Daniël wordt op school met zijn armoede en zijn Jood-zijn gepest. De roman begint er al mee dat de kinderen voor smaus worden uitgescholden. Armoede en antisemitisme zijn sterke drijfveren om weg te komen uit het kleinsteedse Joodse milieu. Net zoo goed menschen waren Joden, denkt de jonge Daniël al. Later in de roman zal Daniël, die dan in Amsterdam studeert, weer tegen het antisemitisme oplopen. Met alle pijn en eenzaamheid vandien.

Als de kinderen voor smaus worden uitgescholden, kopen zij radijs voor de seideravond. Die seideravond wordt liefdevol beschreven. Zachtkens beurden ze nu de paaschbroden en den schotel daar bovenop, van de witte tafel omhoog, vaders hand en moeders hand en de vier kleine kinderhanden. Eén van de meisjes verzucht: Héérlijk, dat ’t Seideravond is. Maar na het overlijden van de moeder valt het gezin uit elkaar. Esther, die de armoede binnen het gezin en de maatschappelijke minachting haat, gaat er met een rijke getrouwde man vandoor. Met haar loopt het slecht af. De zachtmoedige Roosje, die na enige tijd alleen in het huis is overgebleven om voor haar vader te zorgen, had geen sterk karakter. Ze had alleen een eindeloos-groote behoefte aan liefde, aan verteedering, te geven en te ontvangen. Uiteindelijk vindt ze een begrijpende niet-Joodse man. Jozef gaat naar Amsterdam. Hij blijft wel Joods maar is door zijn huwelijk in een materialistisch en vrijblijvend Joods milieu terecht gekomen. Als hij een zoon krijgt, zwicht Jozef voor de druk het kind niet te laten besnijden. In zijn hart heeft hij daar wel spijt van. Dikwijls peinsde Jozef terug aan z’n moeders huis, herdacht hij de gezelligheid van hun Joodsch gezin in den goeden tijd (...) en ook dit voelde hij: als vader redelijk was geweest, dat hij niet zo gauw en zoo geheel van alles losgeraakt zou zijn. En toen zijn zoon op de achtste dag, die de besnijdenisdag zou zijn geweest, niet werd besneden, voelde hij een geweldige heimwee naar het dorp, het buurtje, het oude huis en naar zijn verkommerden vader.

De tweede zoon, Daniël, is in de roman het meest uitgewerkt. In hem zien we een centrale gedachte in het werk van Carry van Bruggen terug: het zelfstandig denken tegenover de druk van de collectiviteit. Daniël leerde graag en vlug. Maar de sjoel begon hij, met ontwakend onderscheidingsvermogen, een zotte en levenlooze comedie te vinden. Op Joum-Kippoer houdt hij het niet meer vol. Hij verlaat voortijdig de sjoel. En dat leidt tot een heftige botsing tussen vader en zoon. Toch een scène, het is Grote Verzoendag, met twee kanten. Daniël voelt ook deernis voor zijn vader, hij voelde de zoon-liefde, de oude, de vergetene, bijkans-verlorene, die uit de allereerste jaren en daarna niet meer gewetene, warm en smartelijk door zich henenslaan. Maar berouw kan Daniël niet hebben. En de toornige vader jaagt hem het huis uit: Vort jij ... vort jij ... weg ... en nóóit meer in mijn huis terug. Daniël zal echter vasthouden aan zijn Joodse identiteit en hij lijdt zeer onder het antisemitisme waar hij zelfs in zijn vriendenkring tegen oploopt. Het knauwt hem en maakt hem eenzaam.

Als Daniël eindelijk een keer op bezoek gaat bij familie in Amsterdam die niets meer aan de seideravond doet, al weten ze nog wel dat het jom tov is, herinnert hij zich de seideravond van zijn jeugd. En dan volgt een mooie passage:

Hij alleen, peinsde de jongen, hij alleen kon nog de waarachtig diepe schoonheid van het jodendom gevoelen, die er – maar zonder haat – worstelend en brekend boven uit gestegen was, zoals de dalbewoner, ten hoogen berg gestegen, pas de schoonheden van zijn werkplek ziet.

In de vorige column heb ik Ruth Wolf aangehaald die heeft opgemerkt dat het herdenken van de uittocht uit Egypte zijn samenbindende betekenis heeft verloren als de gezinsband verslapt. Het is daarom veelbetekenend dat de roman ook weer eindigt met de seideravond, als de vader zich opmaakt ter viering van het uitnemendste Joodsche familiefeest. Zijn vrouw is al jaren geleden overleden. Geen van zijn kinderen is er. Hij is gestorven als Roosje, die de seideravond eerst had vergeten, toch nog komt. Maar is alleen de vader de verlatene?

Reacties

Jan Erik Grunveld

vrijdag 7 mei 2010
Uw uitgebreide bespreking van het werk van Carry van Bruggen, in het bijzonder 'De Verlatene', doet mij goed. Jaren geleden kocht ik dit boek op een rommelmarkt, en het lezen ervan heeft - naast een tentoonstelling over joodse gebruiken in het Utrechtse Universiteitsmuseum - voor mij een grote rol gespeeld bij mijn beslissing tot mijn joodse 'roots' terug te keren. Juist door de liefdevolle en warme manier waarop Carry van Bruggen de joodse feesten beschrijft, en waarvan u een aantal treffende passages citeert.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon