Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 9 december 2011
3 reacties
reageer op deze column
Delen |

Gerron

Vieles in diesem Roman ist erfunden. Dieses leider nicht: Am 30. Oktober 1944 wurden Kurt Gerron und Seine Frau Olga in Auschwitz ermordet. Drei Tage später wurden die Vergasungen endgültig eingestellt.

De vertaling van de nieuwe roman van Charles Lewinsky, Gerron, is er nog niet. Maar daarop wilde ik niet wachten. Ik was te nieuwsgierig naar de roman over de bekende toneelman en filmregisseur Kurt Gerron. Gerron verbleef vanaf 1933 in Nederland. Hij is omstreden omdat hij in Theresienstadt een nationaalsocialistische propagandafilm heeft moeten maken. Wat Gerron, zijn vrouw en meer dan twintig anderen die in de film optraden, met de dood hebben moeten bekopen. Toen de film klaar was, werden zij vrijwel onmiddellijk op de trein naar Auschwitz gezet en daar vermoord. Wie was Kurt Gerron?

Kurt Gerron is als Kurt Gerson 11 mei 1897 in Berlijn geboren. In een geassimileerd Joods gezin. Als frontsoldaat liep hij in de Eerste Wereldoorlog een ernstige verwonding op. Zijn studie medicijnen gaf hij op om aan het toneel te gaan. Gerron is vooral bekend geworden door zijn optreden in de Dreigroschenoper van Bertold Brecht en door zijn rol in de film Der blaue Engel, naar het boek Professor Unrat van Heinrich Mann. Daarin is hij te zien samen met Marlene Dietrich en Emil Jannings. Ook heeft hij een groot aantal films geregisseerd. Met zijn vrouw Olga en met zijn ouders vlucht Gerron in 1933 naar Parijs en vervolgens naar Nederland waar hij de kans krijgt om de film Merijntje Gijzen’s jeugd, naar het boek van A.M. de Jong, te regisseren. Maar ook in Nederland blijkt hij in de val te zitten. In 1943 wordt hij in Westerbork geïnterneerd en februari 1944 gaat hij, als Prominenter, op transport naar Theresienstadt. Daar krijgt hij de opdracht van kampcommandant Karl Rahm om over Theresienstadt een propagandafilm te maken. De indruk moet worden gewekt dat de Joden het daar goed hebben. Ein Dokumentarfilm aus dem jüdischen Siedlungsgebiet heette de film oorspronkelijk. De film is meer bekend onder de naam Der Führer schenkt den Juden eine Stadt. Fragmenten van de film zijn bewaard gebleven en kunnen op internet worden bekeken.

Kampcommandant Rahm gaf Gerron drie dagen respijt om te reageren op de opdracht een film over Theresienstadt te maken. Drie dagen respijt. Keuzevrijheid had Gerron echter niet. Niet meewerken, wist hij, betekende op transport worden gesteld naar Auschwitz. Het boek van Lewinsky draait om die drie dagen. Het is geschreven in de ik-vorm, in de vorm van een innerlijke monoloog waarin Gerron in vertwijfeling nadenkt over de opdracht een de nazi’s welgevallige film te maken. Een film waarin hij tegelijkertijd terugblikt op zijn leven. Het biedt Lewinsky de gelegenheid het verhaal een ruimere historische achtergrond te geven en na het succes van zijn eerdere roman, Het lot van de familie Meijer, opnieuw te laten zien dat hij een knap verteller is.

De gekozen opzet heeft het voordeel dat men veel te weten komt over het leven van Gerron, ook over zijn tijd in Nederland, en dat is interessant. Maar aan die opzet kleven ook bezwaren. Dat het om slechts drie dagen respijt gaat verdwijnt uit het zicht en voor de geloofwaardigheid van een innerlijke monoloog wordt alles uit het leven van Gerron wel erg breed uitgemeten, vooral in het begin. Dit is echter geen literaire kritiek en daarom voeg ik aan mijn aarzeling over de gekozen opzet maar een positieve noot toe: Meine Erinnerungen kann Rahm nicht einsperren, denkt Gerron, solange wir noch unsere eigenen Gedanken denken, solang sind wir noch Menschen.

Lastiger vind ik de geloofwaardigheid van het verhaal zelf. Lewinsky waarschuwt zijn lezers, ik begon daarmee, dat hij veel heeft verzonnen. Dat mag. Maar door een bekende figuur die werkelijk heeft bestaan tot hoofdpersoon van een roman te maken, waarbij ook anderen met naam en toenaam worden genoemd, verwacht de lezer dat de verzonnen feiten toch zoveel mogelijk aansluiten bij wat wel bekend is. Ik kan het niet controleren. Zo heb ik het standaardwerk van H.G. Adler over Theresienstadt er echt niet naast gelegd. Dat kan van een lezer niet verlangd worden. Toevallig vond ik wel een detail waaruit kan volgen dat, al heeft Lewinsky veel verzonnen, hij toch niet alles zo maar uit zijn duim heeft gezogen.


Kurt Gerron

L.C. Barnstijn heeft Gerron in 1933 naar Nederland gehaald om Merijntje Gijzen’s jeugd, het boek van A.M. de Jong, te regisseren. De film, waarin De Jong zelf de rol van pastoor speelt, had veel succes. Merijntje werd gespeeld door Marcel Krols en de broer van Merijntje door een toen nog jonge Kees Brusse.

In Theresienstadt roept Gerron zich dit alles weer in herinnering. Pappie haben sie mich damals ... genannt. Mich den kinderlosen dicke Gerron ... Keine andere Rolle habe ich lieber gespielt. Gerron gaat met de beide jongens uit eten en behandelt hen als volwassenen. Dat had destijds de grootvader van Gerron ook met hem gedaan, een prachtig verhaal in het begin van de roman en een goede les voor opvoeders.

Es war eine so schöne Zeit. Auch wegen des Films. Aber vor allem wegen der Jungs.
'Pappie' haben sie zu mir gesagt.
Pappie.

Mels de Jong heeft een biografie over zijn oom A.M. de Jong geschreven en daarin staat een passage waarin Kees Brusse desgevraagd terugkijkt op zijn rol in Merijntje Gijzen’s jeugd. Hij herinnert zich de onvergetelijke warmte, aandacht en liefde voor zijn film èn ons, kinderen, van regisseur Kurt Gerron. Hij is mij mijn hele leven bijgebleven als de ideale regisseur!

In het boek van Lewinsky komt op veel plaatsen de liefde van Gerron voor kinderen naar voren. Uit de herinneringen van Kees Brusse blijkt dat dit een betrouwbare achtergrond kan hebben. Gerron heeft in de roman een hechte relatie met zijn vrouw Olga. Ik weet niet of dit eveneens op geverifieerde feiten berust. Hoe dan ook, net als de liefde van Gerron voor kinderen ontroert de relatie tussen Gerron en Olga. Gerron kan op Olga leunen. Olga hat immer das richtige Gefühl.

Ik kan in dit kort bestek niet alles aanroeren. Het gaat erom aandacht te vragen voor een interessant boek dat tot nadenken noopt en dat kan nooit kwaad. Ik kom dus nu tot de kern, de twijfel van Gerron of hij de film al dan niet zal maken. Een film waarin hij de werkelijkheid geweld moet aandoen. Ich soll ein Theresienstadt erfinden, in dem alle Menschen glücklich sind. Zufrieden. Dankbar. Gesund. Dat was de opdracht. En dan is de vraag: hoe ver mag je de nationaalsocialisten ter wille zijn om je eigen hachje te redden. Want dat stond onverbiddelijk vast, weigeren betekent transport naar Auschwitz, een vooruitzicht dat Gerron grote angst inboezemt, ook al weet hij in Theresienstadt nog niet wat zich in Auschwitz precies afspeelt.

Het dilemma wordt op verschillende plaatsen in het boek steeds opnieuw geformuleerd:

Sie haben meine Eltern nach Sobibor geschickt.
Und jetzt soll ich ihnen helfen, der Welt vorzulügen, dass sie eigentlich ganz nett zu uns sind?
Was wäre ich für ein Mensch, wenn ich das täte?

En elders:

Will ich als Mann sterben oder als Schwein weiterleben?

Lewinsky laat Gerron gesprekken voeren met dr. Paul Eppstein, de Judenältester in Theresienstadt. Eppstein is tegenover Gerron duidelijk: Sie meinen doch wirklich nicht, dass Sie etwas zu entscheiden haben, Herr Gerron? En in een ander gesprek laat Eppstein uitkomen dat hij ook zelf moeite heeft met zijn leidende rol: Ich versuche das Beste zu tun, glauben Sie mir. Auch wenn ich weiss, dass dieses Beste abgrundtief schlecht ist.

Door Eppstein tegenover Gerron te plaatsen laat Lewinsky doorschemeren dat degenen die moesten beslissen over wie wel en wie niet op transport gingen, voor een veel zwaarder dilemma stonden dan Gerron. Het dilemma van Gerron, wel of niet meewerken aan een propagandafilm, is pijnlijk. Natuurlijk. Maar is zijn beslissing om het te doen zo onbegrijpelijk? Laat staan verwijtbaar?

Eigenlijk is Gerron niet zozeer een roman over een morele vraag in een klemsituatie. Theresienstadt is veeleer de schrijnende achtergrond van een roman over een kunstenaar, een entertainer, die, hoewel een in zijn vak beroemd man, toch niet tot de top behoort. Theresienstadt is, zou je kunnen zeggen, het decor. Het thema van de roman is de kunstenaar die zich aan het publiek verkoopt. Het is Gerron en ook Jo Spier, die Gerron bij het opnemen van de film heeft geholpen, door de Joden van Theresienstadt vooral kwalijk genomen dat zij de film met de volle inzet van hun kunstenaarschap hebben gemaakt. Ook dat is niet zonder meer onbegrijpelijk omdat Gerron, nu hij een film kon maken, weer iemand was, niet meer een nummer, maar iemand, Kurt Gerron. Jetzt bin ich wieder Regisseur. Ein Mann, der etwas bewegt. Ich bin wieder Kurt Gerron.

Ich bin so ein Schauspieler. Immer schon gewesen. Nicht nur von Beruf, laat Lewinsky Gerron zeggen, sondern auch von Karakter.

Graag had ik deze column met een afgewogen oordeel willen afsluiten. Maar dat lukt me niet. En dat is misschien maar goed ook. Goed en kwaad lopen bij mensen nu eenmaal door elkaar. Ook bij de Gerron van Lewinsky van wie ik niet weet hoe dicht hij de Gerron benadert die echt heeft bestaan.

Voor geïnteresseerden: op internet vond ik een kort interview met Lewinsky over zijn nieuwe boek en een filmpje waarop hij voorleest uit ‘Gerron’.

Reacties

salomon bouman

zaterdag 10 december 2011
Dag Leo.......Met plezier je verhandeling over Gerron gelezen. hart gr salomon

N. Geel

donderdag 15 december 2011
Oktober 2012 verschijnt de vertaling bij Signatuur onder de titel Terugkeer Ongewenst. Ik weet dat het verhaal me enorm raakte en dat ik letterlijk tot tranen toe geroerd was, terwijl Lewinsky allerminst uit was op een 'tearjerker', nu niet en nooit niet. En dat hij briljant gebruik maakt van de middelen die literatuur biedt. Ik weet ook dat hij veel en nauwkeurig onderzoek heeft gedaan naar de historische feiten over en rondom Gerrons leven, maar gelukkig stulpt nergens al die kennis uit de naden van de vertelling - sterker nog, de naden zijn onzichtbaar - en dat tekent de ware meester, de ware romancier! Het is mij een eer de uitgever van deze auteur en deze roman te zijn.

Leo Frijda

donderdag 15 december 2011
Dank voor de mededeling over de Nederlandse vertaling en de aanvullingen. Het is goed te weten dat Lewinsky veel en nauwkeurig onderzoek heeft gedaan. En de eer de uitgever van Lewinsky te zijn komt u terecht toe.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon