Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 4 september 2009
2 reacties
reageer op deze column
Delen |

De familie Pringsheim

München, 11 februari 1905. Thomas Mann trouwt met de Joodse Katia Pringsheim. Bij deze mensen denkt men niet aan jodendom, schreef Thomas Mann aan Heinrich Mann over de familie Pringsheim, slechts cultuur komt men tegen. En hun jongere broer Viktor deed zich bij de Pringsheims tegoed aan een kreeftensalade. De Pringsheims verloochenden hun afkomst niet maar Joden, neen Joden voelden ze zich eigenlijk niet meer.

Thomas Mann heeft antisemitisme de domste houding genoemd die men kan aannemen. Toch was ook hij in het begin van de vorige eeuw niet vrij van denkbeelden die in het Duitsland van die tijd gemeengoed waren. Reeds in Der Wille zum Glück, een verhaal uit 1896, lezen we de volgende passage over baron Stein (tot de ‘geldadel’ behorend): Is hij Jood? Hij, geloof ik, niet. Zijn vrouw vermoedelijk wel. Ik kan overigens niet anders zeggen dan dat het uiterst aangename en fijne mensen zijn. In een artikel uit 1907, waarin hij zich een overtuigd filosemiet noemt, ziet Thomas Mann assimilatie als de weg voor de Joden om binnen de Europese cultuur als gelijkberechtigd te worden beschouwd. Dan komt het type Joden, ‘zoals het in boeken staat’, niet meer voor. Het is dan mogelijk om een Jood en toch een voornaam mens te zijn.

En voorname mensen waren de Pringsheims. Alfred Pringsheim, de vader van Katia, was de zoon van Rudolf Pringsheim en Paula Deutschman. Rudolf Pringsheim had als zakenman, bij het exploiteren van spoorwegen en kolenmijnen, een aanzienlijk kapitaal vergaard. Alfred Pringsheim had het kapitaal, maar ook de belangstelling voor wetenschap en kunst van zijn vader geërfd. Door zijn rijkdom, hij was meervoudig miljonair, kon Alfred Pringsheim ondanks zijn afkomst deelnemen aan het wetenschappelijke en culturele leven in München, waar hij hoogleraar wiskunde was. Alfred Pringsheim voerde een grote staat en als mecenas begunstigde hij de Baryreuther Festspiele. Zijn muzikaliteit gaf hij door aan zijn zoon Klaus, de tweelingbroer van Katia, later een bekend dirigent.

Over Katia Pringsheim zijn in 2003 twee biografieën verschenen, van Inge en Walter Jens en van Jüngling en Rossbeck. Inge en Walter Jens schreven daarna Katias Mutter, das ausserordentliche Leben der Hedwig Pringsheim, dat in 2005 verscheen. In dit boek veel foto’s, onder andere van de prachtige muziekzaal met wandtaferelen van Hans Thoma in het ongelooflijk monumentale pand aan de Arcisstrasse waar de Pringsheims vanaf 1890 woonden. Je gelooft je ogen niet als je de foto’s bekijkt. Zoveel pracht en praal.

Bij de voorouders van de moeder van Katia Pringsheim verliep de assimilatie langs een andere weg. Ernst Dohm, de grootvader van moederszijde, was geboren als Elias Levy. Hij heeft niet alleen zijn naam veranderd maar ging ook over tot het protestantse geloof. Ernst Dohm was chef-redacteur van het satirische tijdschrift Kladderadatsch (Organ für und von Bummler). De familie van de grootmoeder van moederszijde, Hedwig Schleh, handelde op dezelfde manier. De vader van Hedwig Schleh heette voor zijn overgang tot het protestantisme Echanon Cohen Schlesinger. Hedwig Dohm, geboren Schleh, moet een buitengewoon interessante vrouw zijn geweest. Pacifiste en voorvechtster voor vrouwenrechten. In die tijd, de tweede helft van de 19e eeuw! En ze schreef romans. Ook haar dochter, Hedwig Pringsheim, was, zo blijkt uit haar biografie, een zelfstandige vrouw. De van haar bewaard gebleven brieven geven blijk van een scherpe blik en van schrijverstalent.

In 1933 zijn Thomas en Katia Mann in Zwitserland gebleven en niet meer naar Duitsland teruggekeerd. In Duitsland kan ik niet meer leven, schrijft Thomas Mann aan Herman Hesse. Het nieuws uit Duitsland, de zwendel, het geweld, de dwaze voorspiegeling van een grote ‘geschiedenis’, gekoppeld aan zoveel wreedheid, vervullen me steeds weer met afgrijzen, verachting en afschuw. Thomas Mann wilde niets van het nationaalsocialisme weten. En andersom. Mann is zonder twijfel een grote vriend van de Joden, verkondigden de nationaalsocialisten al in 1934. Maar pas in februari 1936 publiceert Thomas Mann een open brief in de Neue Zürcher Zeitung waarin hij ondubbelzinnig afstand neemt van wat er in Duitsland gebeurt. Als direct gevolg van deze publicatie is Thomas Mann het Duitse staatsburgerschap ontnomen.

Thomas en Katia Mann zijn in 1938 naar Amerika gegaan. Hoe verging het intussen de ouders van Katia Pringsheim? Op 31 oktober 1939, de laatst mogelijke dag, zijn Alfred en Hedwig Pringsheim, ze waren toen al ver over de tachtig jaar oud, uit München weggegaan en naar Zwitserland ontkomen. Daar is Alfred Pringsheim in 1941 en Hedwig Pringsheim in 1942 overleden. Al vanaf 1933 waren hen stap voor stap status en welvaart ontnomen. Zo is in november 1933 het monumentale pand aan de Arcisstrasse onteigend en met de grond gelijk gemaakt en is op die plaats een pompeus gebouw van de NSDAP neergezet. De brieven van Hedwig Pringsheim aan haar dochter zijn bewaard gebleven. Ach, ach! O weh, o weh! Welche Zeit müssen wir Urgreise noch erleben!, schrijft Hedwig Pringsheim. Maar het is ook duidelijk dat Hedwig Pringsheim haar dochter niet al te zeer met hun problemen heeft willen belasten. Toch zal Katia uit de brieven van haar moeder ongetwijfeld het nodige hebben opgevangen van die moeilijke periode, ook voor de geassimileerde Pringsheims.

Voorjaar 1960 heeft Katia met haar tweelingbroer Klaus Pringsheim, die in Tel Aviv als gastdirigent optrad, een bezoek gebracht aan Israël. Beide biografen berichten daarover. Inge en Walter Jens schrijven over zwei alte Juden, maar uit niets blijkt dat de reis in een ander licht moet worden geplaatst dan in relatie tot de 80e geboortedag van Thomas Mann, voor wie onder andere bij kibboets Hazorea duizend bomen werden geplant. Jüngling en Rossbeck stellen vast: Besonderes Interesse der Zwilinge an den eigenen religiösen Wurzeln wurde, zumindest nach aussen hin, nicht spürbar.

Het Joods zijn is voor Katia Mann nooit een persoonlijke factor geweest (al heeft ze in Amerika achter de schermen veel voor vluchtelingen gedaan). Ook bij de kinderen Mann vind je daarvan niets terug. Hetzelfde geldt voor de nazaten van de tweelingbroer Klaus Pringsheim. In het leven van zijn zoon, Klaus Pringsheim jr., hij schreef daarover een boek, speelt de deels Joodse afkomst geen rol. In 1974 schrijft ook Katia Mann haar herinneringen. De eerste zin luidt: mijn vader was hoogleraar in de wiskunde aan de universiteit van München en mijn moeder was een heel mooie vrouw. Dat is alles. Over haar Joodse afkomst geen woord.

Een naam bepaalt mede de identiteit. Levy en Schlesinger hebben hun namen veranderd. Bij hun nazaten is ook de Joodse identiteit geheel verloren gegaan.

Reacties

W.B. van der Grijn Santen

maandag 7 september 2009
Het artikel over Katia Mann geeft een prima inzicht in de toenmalige situatie. Ik moge nog wijzen op een 'Beitrag' van Viola Roggenkamp in de 'Jüdische Almanach', Frankfurt/Main 2006, pag. 62, onder de veelzeggende titel: 'Katia Mann: Eine Jüdin, die keine Jüdin sein wollte.' Anderzijds meende ik me zéker te herinneren, dat KM het in haar boek 'Meine ungeschriebenen Memoiren' had over h a a r 'volk', d.w.z. de joden. Uren ben ik op zoek geweest naar bedoelde passage, zonder het te vinden. Van de kinderen Mann is, althans in geschrifte en voor zover ik weet, niemand zich bewust geweest van het feit, dat zij voor de nazi's 'Mischlinge ersten Grades' waren. Klaus Mann heeft het erover, dat hij in de ogen van de nazi's niet helemaal raszuiver zou zijn, maar dat hij, ordinair gezegd, 'gewoon een Halbjude' was, ziet hij kennelijk niet. Een onderwerp om nog lang over na te praten.

Leo Frijda

donderdag 1 oktober 2009
Dank voor deze reactie. Ik heb de herinneringen van Katia Mann nog even doorgebladerd en zag bedoelde passage ook niet.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon