Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 13 februari 2009
reageer op deze column
Delen |

Abraham Sonne

Abraham Sonne krijgt in het derde deel van de memoires van Canetti (Het ogenspel. Mijn levensgeschiedenis 1931-1937) bijna mythische proporties, waardoor sommigen hebben betwijfeld of de Abraham Sonne die Canetti in zijn memoires beschrijft, echt bestaan heeft. Sonne was ook wel een heel bijzondere man en het is typerend dat Canetti Sonne ruim een jaar in het Weense koffiehuis ‘Museum’ zwijgend en verborgen achter een krant heeft zien zitten, voordat hij met hem in gesprek raakte. Canetti en Sonne moeten daarna vele gesprekken met elkaar hebben gevoerd. Zeker honderd, schrijft Canetti. De kunst van Sonne was het gesprek. Over zichzelf sprak hij echter nooit.

Die jaren in Wenen, toen een catastrofe in de lucht hing, vielen Canetti zwaar, maar de gesprekken met Sonne hielpen hem erdoorheen. Canetti noemt Sonne de belangrijkste en meest integere persoon die hij ooit heeft gekend. Met Sonne heeft Canetti gesproken over de politieke gebeurtenissen van die tijd. Zij spraken ook over religie en Canetti verhaalt hoe Sonne de Hebreeuwse bijbel steeds letterlijk uit zijn hoofd citeerde, in de oorspronkelijke taal en in het Duits. De gesprekken in het koffiehuis ‘Museum’ kwamen tot een eind toen Canetti en Sonne in 1938 Wenen gedwongen hebben moeten verlaten. Canetti ging naar Londen, Sonne naar Jeruzalem.

Canetti noemt Sonne in zijn memoires een dichter wanneer hij hem uit de Psalmen of uit Spreuken hoort citeren. Er erschien mir als königlicher Dichter. Sonne schreef toen echter al enige tijd geen gedichten meer. Dat had hij vroeger wel gedaan, onder de naam Avraham Ben Yitzhak. Die naam gebuikte hij alleen voor zijn gedichten.

Abraham Sonne is geboren op 13 september 1883 in Przemysl, Galicië. Na een orthodoxe opvoeding ontwikkelt hij een brede belangstelling in zionisme en moderne literatuur. Zijn belezenheid moet enorm zijn geweest. In 1908 publiceert hij zijn eerste gedicht in het Hebreeuws (dat hij al in 1903 had geschreven). Het verscheen in Hashiloa, het toonaangevende tijdschrift voor Hebreeuwse literatuur, in 1896 begonnen door Ahad Ha-am, nadien voortgezet door Joseph Klausner en Chaim Nachman Bialik. In de jaren daarna verschenen, steeds met tussenpozen, nog acht gedichten. In 1918 is het gedicht A few say gepubliceerd en – na een lange periode van stilte – in 1930 nog één gedicht, Blessed are they who sow and do not reap, dat echter al vóór november 1928 moet zijn geschreven. In totaal zijn het slechts elf gedichten. Eerst twee jaar na zijn dood verscheen in Jeruzalem de Poems van Avraham Ben Yitzhak bij Tarshish Books. In 2003 heeft Ibis Editions te Jeruzalem de Collected Poems uitgegeven, met naast de Hebreeuwse teksten van de elf gedichten (en enige fragmenten) een Engelse vertaling van Peter Cole en een nawoord van Hannah Hever, hoogleraar Hebreeuwse literatuur aan de Hebrew University in Jeruzalem. Dat nawoord en ook de noten bevatten veel informatie.

Toen Canetti hem in Wenen ontmoette, had Sonne zijn maatschappelijke carrière al achter de rug. In 1913 was Sonne benoemd op Hevrat ha-Ezra, het lerareninstituut voor Hebreeuwse literatuur in Jeruzalem. In 1917 ging hij voor de WZO werken, onder meer in Oostenrijk en Engeland, maar na een controverse met Chaim Weizmann leefde hij teruggetrokken in Wenen, waar hij werkzaam was aan het Hebräisches Pädagogium. Vanaf 1938 tot zijn dood op 29 mei 1950 leefde Sonne in Jeruzalem, net zo teruggetrokken als in Wenen.

In Israël had Sonne vooral contact met Lea Goldberg, die eveneens met bewondering over hem heeft geschreven. Haar waarnemingen wijken niet af van het beeld dat Canetti van Sonne heeft geschilderd. In gezelschappen kwam het vaak voor dat hij geen woord zei, noteert Goldberg, maar soms doorbrak Sonne het stilzwijgen en dan bleek zijn grote belezenheid en gevoeligheid.

De gedichten van Avraham Ben Yitzhak gelden als hoogtepunten van de moderne Hebreeuwse dichtkunst. Voor Bialik was Sonne een pionier. Zijn laatste gedicht moet Sonne tweemaal met Avraham Ben Yitzhak hebben ondertekend. Daarna heeft hij nooit meer een gedicht geschreven. De uitgave van Ibis Editions met de gedichten van Avraham Ben Yitzhak, is nog steeds verkrijgbaar. Uit die bundel citeer ik hieronder de laatste strofen van twee van zijn gedichten, zowel in het Hebreeuws als in Engelse vertaling. Degene die, zoals ik, de oorspronkelijke tekst niet of onvoldoende kan beoordelen, proeft ook in de vertaling de zeggingskracht en de schoonheid van deze poëzie.

A few say

Day unto day gives rise to a sun that burns,
and night after night pours forth its stars,
and poetry comes to a pause on the lips of a few:
on seven roads we depart and on one we return.



Blessed are they who sow and do not reap...

Blessed are they who know
their hearts will cry out from the wilderness
and that quiet will blossom from their lips.

Blessed are these
for they will be gathered to the heart of the world,
wrapped in the mantle of oblivion
- their destiny’s offering unuttered to the end.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon