Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 14 januari 2011
1 reactie
reageer op deze column
Delen |

Perec, een leeservaring

Gemis en afwezigheid zijn kernbegrippen in het werk van Georges Perec, zo besloot ik mijn eerste column over deze Frans-Joodse schrijver wiens ouders de oorlog niet hebben overleefd. Ik schrijf, noteert Perec, omdat zij een onuitwisbaar stempel op mij hebben gedrukt en het spoor ervan de schriftuur is: hun herinnering is ongeschreven gebleven; het schrijven is de herinnering aan hun dood en de bevestiging van mijn leven.

Perec constateert aan het begin van W of de jeugdherinnering dat hij aan zijn kinderjaren geen herinneringen heeft. Hij moet reconstrueren, aan de hand van foto’s (hij heeft er één van zijn vader en vijf van zijn moeder) en door de plekken te bezoeken die van belang zijn geweest. In zijn boek vertelt hij dat hij sinds 1969 één keer per jaar naar de Rue Vilin is gegaan waar hij als kind heeft gewoond. Voor de jaren 1969 tot en met 1975 heeft Perec daarvan enige tijd later verslag gedaan in De Rue Vilin, te vinden in de bundel Ik ben geboren.

Het is een op het eerste gezicht droog verslag van wat Perec ziet, het lijken notities van een makelaar of van een gemeenteambtenaar, zo typeert Rokus Hofstede in zijn nawoord deze wijze van schrijven. De eerste tekst, van donderdag 27 februari 1969, omstreeks 16 uur, Perec detailleert zijn aantekeningen nauwkeurig, is verreweg de langste. Links (aan de oneven kant) is de gevel van nr. 1 onlangs nieuw bepleisterd. Het was, zo is mij verteld, het pand waar de ouders van mijn moeder woonden. Perec beschrijft vanaf nr. 1 alle huizen die hij ziet en komt dus ook bij nr. 24 (het huis waar ik eens woonde). Het opschrift Coiffure Dames is nog niet helemaal uitgewist (de kapsalon was die van mijn moeder). Ik ben niet naar binnen gegaan.

Nu ik alleen aanhaal wat Perec schrijft over de nrs. 1 en 24 komt zijn wijze van schrijven niet tot zijn recht. De geciteerde opmerkingen zitten, bijna terloops, in de volledige tekst opgesloten. De tekst is exemplarisch, schrijft Hofstede, voor het procedé waarmee Perec de werkelijkheid vormgeeft. Door het schrijven in het keurslijf van zelfopgelegde vormbeperkingen te dwingen formuleert hij zijn persoonlijke relatie tot wat hij schrijft op een versleutelde cryptische manier.

Maar ik heb de aanhalingen over nr. 24 nodig om Van Montfrans en Hofstede te kunnen citeren. Van Montfrans over het nog niet helemaal uigewiste opschrift Coiffure Dames: Het is een treffend beeld van een verleden waarvan de deur in het slot is gevallen, maar misschien tijdens en door het schrijven toch op een heel kleine kier is gezet. Hofstede wijst erop dat je ne suis pas rentré niet alleen betekent ik ben niet naar binnen gegaan, maar ook: ik ben niet thuisgekomen. Het bij Perec alomtegenwoordige thema van afwezigheid en gemis klinkt door in het oude poëtische beeld van het kind dat nooit de weg naar huis weervindt.

Het schrijven in het keurslijf van zelfopgelegde vormbeperkingen. Dat is op verregaande wijze gebeurd in de roman La Disparition uit 1969, door Guido van de Wiel veertig jaar na verschijnen in het Nederlands vertaald met de titel ’t Manco. In deze roman ontbreekt de letter e en dat kost in het Nederlands nog meer hoofdbrekens dan in het Frans. Wat misschien is begonnen als spel, kort voor het schrijven van de roman was Perec lid geworden van OuLiPo, een groep schrijvers die vormbeperkingen of contraintes uitproberen, is in de handen van een virtuoos schrijver als Perec uitgegroeid tot een boeiende en spannende roman waaraan ik veel leesplezier heb beleefd. Maar dan moet je wel de tijd nemen en ook de toelichtingen van de vertaler downloaden. Op de website nrc.tv is ook een boekbespreking van Pieter Steinz te vinden, die ’t Manco één van de spectaculairste romans uit de wereldliteratuur noemt en een volstrekt originele Holocaustroman. Over dat aspect hierna meer.


Acte de Disparition

De vertaling van La Disparition

De titel van het boek, La Disparition, de verdwijning, is al een aanwijzing. Cyrla Perec is op 11 februari 1943 in Drancy op transport gesteld, naar Auschwitz, maar haar verdere lot is onbekend gebleven. In een Acte de Disparition is 11 februari 1943 als haar datum van overlijden aangemerkt. La telt twee letters en Disparition elf letters: ook daarin een verwijzing naar 11 februari. Dit is niet vergezocht want getallensymboliek, wie denkt hier niet aan de kabbala, komt in het werk van Perec regelmatig voor. En wie de vorige column over Perec heeft gelezen, weet al dat de letter e voor Perec een specifieke betekenis heeft. In´t Manco, merkt Van de Wiel op, krijgt de e de hoofdrol, juist doordat deze letter afwezig is.

In W of de jeugdherinnering staat een passage die laat zien wat het gemis en de afwezigheid van zijn moeder voor Perec betekent:

En ik had graag na het avondeten mijn moeder willen helpen met het afruimen van de keukentafel. Op de tafel zou een wasdoeken kleed met blauwe ruitjes gelegen hebben; boven de tafel zou een lamp gehangen hebben met een wit porseleinen of geëmailleerde metalen kap, bijna in de vorm van een schotel, en een katrollensysteem met een peervormig contragewicht. Daarna zou ik mijn schooltas zijn gaan pakken, ik zou mijn boek, mijn schriften en mijn houten pennekoker gehaald hebben, ik zou ze op tafel gelegd hebben en ik zou mijn huiswerk gemaakt hebben. Zo ging dat in mijn schoolboeken.

Het is om zulke passages verstandig eerst W of de jeugdherinnering te lezen. Als je daarna ’t Manco leest, zie je sneller het onderliggende thema, de verdwijning van de moeder en de uitmoording van het Joodse volk. Al lezende ontdek je dat de personen in het boek tot een clan behoren waarop om een niet meer bekende reden een vloek rust. Door hun afstamming zijn ze anders dan anderen. Er is een manco, een gemis, dat ze niet kennen, alleen maar bevroeden. Dat gegeven biedt Perec de mogelijkheid het onderliggende voor hem zo pijnlijke thema niet rechtstreeks te benoemen en te duiden maar slechts op gepaste afstand te benaderen. Toch staan er in het boek ook meer directe verwijzingen die de lezer op het spoor zetten van wat Perec probeert te zeggen. Zo hebben de leden van de clan een e op hun onderarm en noemt Perec op een enkele plaats expliciet het Joodse volk, Drancy en Auschwitz.

’t Manco is waarlijk een literaire zoektocht. Niet alleen een zoektocht, waarin Perec het onzegbare toch zegbaar weet te maken, maar ook een literaire zoektocht omdat Perec op veel plaatsen gebruik maakt van teksten van andere schrijvers, zoals van Kafka (De gedaanteverwisseling) en van Thomas Mann (De uitverkorene). Gedichten worden herschreven zonder letter e. Voor Guido van de Wiel een lastig karwei dat hij vrijmoedig heeft opgelost door in zijn vertaling geen Franse maar Nederlandse gedichten te gebruiken, van Marsman en van Nijhoff maar ook van Neeltje Maria Min. Mijn moeder is mijn naam vergeten wordt in de e-loze roman Voor mama is mijn naam onvindbaar.

In W of de jeugdherinnering schrijft Perec: mijn moeder heeft geen graf. Toen ik dit las, dacht ik aan Paul Celan. Ook bij Celan vind je de nodige verwijzingen naar andere schrijvers, onder wie Kafka, en ook in de gedichten van Celan, ik schreef daar eerder over, is sprake van veelzeggend verzwijgen. Maar waar ik vooral aan dacht is wat Celan over zijn gedicht Todesfuge heeft gezegd: auch meine Mutter hat nur dieses Grab.

Reacties

Guido van de Wiel

maandag 3 oktober 2011
Beste Leo Frijda. Treffende webcolumn die de dieperliggende thematiek die we bij Perec kunnen aantreffen mooi verwoord. Hartelijks, Guido

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon