Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 10 juni 2011
reageer op deze column
Delen |

De memoires van Claude Lanzmann

Assimileren is ook kapotmaken, triomf van het vergeten. Er staan veel mooie zinnen in de memoires van Claude Lanzmann, De Patagonische haas, nu ook in het Nederlands verschenen. Lanzmann is vooral bekend door zijn film Shoah. Het ontstaan van die film komt uitgebreid aan de orde, maar in de memoires valt meer, veel meer te lezen. Lanzmann, geboren in 1924, heeft in zijn leven veel gedaan en veel mensen ontmoet. Zijn memoires weerspiegelen daarom een heel tijdperk. Bovendien heeft Lanzmann een verbazingwekkend goed geheugen. Tot in detail kan hij zich alles herinneren. Voor wie bewust de tweede helft van de vorige eeuw heeft meegemaakt, zijn deze memoires vaak een bron van herkenning. Ze zijn natuurlijk ook interessant voor jongeren die de tijd willen nemen om even achterom te kijken.

Lanzmann was nog maar negen jaar toen zijn ouders, Armand Lanzmann en Paulette Grobermann, uit elkaar gingen. Lanzmann bleef bij zijn vader. De families Lanzmann en Grobermann waren beide afkomstig uit Oost-Europa. Paulette was als baby met haar ouders naar Frankrijk gekomen. Haar vader, Yankel Grobermann, moet nog een gezagsgetrouwe Jood zijn geweest maar dochter Paulette, hoewel ze de neus had van ‘een dochter van Israël uit vroeger tijden’, zag religie uitsluitend als ‘poppenkast’.
Grootvader Itzhak Lanzmann kwam uit een sjtetl in de omgeving van Minsk en had, eenmaal in Frankrijk, zijn voornaam veranderd in Léon. Dat is veelbetekenend. Hij had alle banden met de Joodse wereld en zijn vroegere kennissen verbroken. Het gevolg van dit alles was dat Lanzmann van huis uit niet veel van het jodendom heeft meegekregen. Toen hij in 1952 per boot naar Israël ging, deelde hij een hut met een rabbijn. Hij was de eerste rabbijn die ik tegenkwam, moet Lanzmann tot zijn schande bekennen.

In zijn memoires komt een prachtige passage voor waarin Lanzmann beschrijft hoe hij op één van zijn eerste reizen naar Israël in Afoela was gestrand omdat het sjabbat was.

Als een schuchtere dief dwaalde ik rond de gebedsplaatsen, waar ik niet naar binnen durfde, ik begreep immers niets van wat er werd gezegd en gelezen, van wat er gebeurde, ik voelde me afgewezen, verstoten, buitengesloten door hen die ik tegen beter weten in bleef beschouwen als de mijnen omdat, door de willekeur van de omzwervingen en de geografie, ik in hun plaats had kunnen zijn en zij in de mijne. Maar zij waren echte Joden, zij hadden de kennis, kenden de gebeden, de liturgie, sommigen van hen kenden, ongetwijfeld, de Talmoed. Hoe dan ook, in die nacht overzag ik de macht van de godsdienst, de kracht van de strikte naleving daarvan.

Religieus is Lanzmann nooit geworden, al voelt hij zich aangetrokken tot de traditie, het gloeiende hart van het Joodse geloof. Voor de Joodse religie heeft hij altijd een verwondering van filosofische aard en een bewondering die ik nooit heb verloochend. Lanzmann wordt een keer meegenomen naar een jesjieve en hij komt daar onder de indruk van wat hij ziet. Een oude rabbijn en zijn leerlingen eten haringen en het gaat er daarbij wonderlijk aan toe. Mij is het te doen om de zinnen waarmee Lanzmann zijn verhaal afsluit:

Deze haringeters, deze onverstoorbaren, deze onverzettelijken, waren mijn volk, het Joodse volk dat sterker was dan duizend doden, en ik zou het niet verloochenen. Ik had gewild dat Sartre, de auteur van de Réflexions en mijn vriend, die avond bij me was geweest. Ik zou hem vertellen wat ik zojuist had gezien.

De memoires beslaan vele honderden bladzijden. Veel daarvan kan ik in deze column niet behandelen. Jean Paul Sartre en Simone de Beauvoir kunnen echter niet onvermeld blijven. Met De Beauvoir had Lanzmann een relatie die van 1952 tot 1959 duurde. Lanzmann tekent van haar een liefdevol portret. En dan Sartre, zijn vriend. In Réflexions sur la question juive uit 1947, het boek waarop Lanzmann doelt in zijn geschiedenis van de haringeters, had Sartre geschreven dat de Joden het product van de antisemieten zijn. Lanzmann vertelt in zijn memoires dat hij Sartre duidelijk heeft gemaakt dat diens boek herzien moest worden, herschreven, aangevuld, dat de Joden niet op de antisemieten hadden gewacht om te bestaan, dat ik daarginds (Lanzmann bedoelt Israël) een wereld, een religie en eeuwenoude tradities was tegengekomen, een volk op zijn manier subject van de geschiedenis, ondanks pogroms, vervolgingen en Holocaust.

Zoals steeds, constateert Lanzmann, kon ik de kolossale intellectuele goede trouw van Sartre vaststellen, zijn vermogen zijn eigen ongelijk te bekennen. Sartre moet tegen Lanzmann hebben gezegd: U hebt de Joodse eigenheid ontdekt. Schrijf een boek. Het zette Lanzmann op het goede spoor. Inderdaad, ik zou het over de situatie van de Joden kunnen hebben, over mezelf, over Israël, over Israël en mezelf.

In een interview met Ariejan Korteweg, geplaatst in de Volkskrant van 21 mei jl., geeft Lanzmann het volgende antwoord:

Het antisemitisme zoals ik dat al voor de oorlog op school in Parijs meemaakte, en de vervolging tijdens de oorlog, hebben me dieper getekend dan ik dacht. Ook de ontdekking van de jonge staat Israël, waar ik in 1952 rondreisde, was heel belangrijk. Tot dan wist ik niet dat er een Joodse wereld was. Ik was een slechte Jood, geloofde niet, deed niets aan de tradities, aan de taal, aan de feesten. Een slechte Jood ben ik nog steeds. Maar wel een slechte Jood die een groot deel van zijn leven aan het bestaan van Israël en de vervolging van het Joodse volk wijdt. Als getuige die er met het ene been in en met het andere erbuiten staat.

Lanzmann is een getuige geworden. Dat is zijn grote verdienste. Misschien kan je beter zeggen, hij heeft zich tot een getuige gemaakt. Met films als Pourquoi Israël en vooral Shoah, waaraan hij twaalf jaar heeft gewerkt, van 1973 tot 1985. Lanzmann wilde geen film maken over de sjoa maar een film die de sjoa is. Hij wilde met zijn film, schrijft hij in zijn memoires, iets in de plaats stellen van de niet-bestaande beelden van de dood in de gaskamers.

Van Treblinka, maar ook van andere Poolse concentratiekampen, ontbreken de beelden. Lanzmann vertelt in zijn memoires wat hij heeft ervaren toen hij voor het eerst het Poolse dorp binnenreed dat de naam Treblinka draagt. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Treblinka werd echt, de overgang van mythe naar werkelijkheid voltrok zich in een bliksemflits (...) ik moest filmen, filmen, en wel zo snel mogelijk. Op die dag werd me dat opgedragen. In Treblinka heeft Lanzmann met verschillende mensen kunnen spreken en hen kunnen filmen. Dat was nooit eerder gebeurd. Ja, ik was de eerste mens die terugging naar de plaatsen van de misdaad en zij, die nooit hadden gepraat, wilden losbarsten in een wilde woordenstroom.

Het is al geruime tijd geleden dat ik de film Shoah op de televisie heb gezien. Vooral de gesprekken van Lanzmann in Polen zijn me bijgebleven. Met Henryk Gawkowski bijvoorbeeld, de machinist van de treinen des doods die naar Treblinka gingen. Lanzmann begint Gawkowski een vraag te stellen: ‘Wanneer u de wagens voorttrok naar het einde van het perron ...’ en dan onderbreekt Gawkowski hem en corrigeert: ‘Nee, nee, zo ging het niet, ik trok ze niet, ik duwde’. Door dit detail, merkt Lanzmann op, werd ik overweldigd door waarheid, ik bedoel dat deze triviale mededeling me meer zei, van groter nut was voor mijn voorstellingsvermogen en begrip dan elke hoogdravende bespiegeling over het Kwaad, die onherroepelijk alleen zichzelf weerspiegelt. Hiermee formuleert Lanzmann precies de reden waarom Shoah zo’n belangrijke film is.

In mijn film legt een koor van zeer vele stemmen – Joodse, Poolse, Duitse – in een waarachtige constructie van het geheugen getuigenis af van wat is aangericht, schrijft Lanzmann. In zijn memoires legt hij zelf getuigenis af, in een waarachtige constructie van wat hij heeft gedaan en wat hem heeft bezield.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon