Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 10 september 2010
reageer op deze column
Delen |

Ernst Toller

Enkele weken geleden was ik in Berlijn en daar bezocht ik ook de plaats waar de nationaalsocialisten 10 mei 1933 de hun onwelgevallige boeken hebben verbrand. Ook het werk van Ernst Toller ging in vlammen op.


Gedenksteen boekverbranding / foto Joost Frijda

Ernst Toller schreef gedichten en toneelstukken die indertijd veel succes hadden maar nu in vergetelheid zijn geraakt. Alleen zijn autobiografie Eine Jugend in Deutschland heeft de tand des tijds doorstaan. Het is nog steeds de moeite van het lezen waard. Eine Jugend in Deutschland was één van de eerste boeken uit de exilliteratuur die in Amsterdam bij Querido verscheen. In 1933. Nico Rost vertaalde het een jaar later in het Nederlands. Ernst Toller is in 1893 geboren en de autobiografie beslaat de jaren tot en met 1923. In de inleiding, uit 1933, staat Toller stil bij wat er dan in Duitsland gebeurt. Men leert het volk zijn laagste instincten bevredigen en wekt hun machtswellust. Wie, schrijft Toller, rept tegenwoordig nog een woord over vrijheid en menslievendheid, broederschap en gerechtigheid? Stinkende frases ... op de vuilnisbelt ermee! De inleiding tot zijn autobiografie sluit Toller af met: Am Tag der Verbrennung meiner Bücher in Deutschland.

De stinkende frases die door de nationaalsocialisten naar de vuilnisbelt werden verwezen, waren voor Toller tijdens en na de Eerste Wereldoorlog de begrippen geworden waarnaar hij zijn leven had ingericht. Al begon het zo niet. Vlak vóór de Eerste Wereldoorlog was Toller in Grenoble rechten gaan studeren en toen de oorlog uitbrak ging hij onmiddellijk weer naar Duitsland om zich aan te melden als vrijwilliger. Hij wilde bewijzen, schrijft hij later, dat hij een Duitser was. Op het station van Genève omhelzen de Duitsers die naar hun land terugkeren elkaar. Wij, noteert Toller, zingen ‘Deutschland, Deutschland, über alles’. Aan de andere kant van hetzelfde perron omhelzen de naar hun land terugkerende Fransen elkaar. Zij zingen de Marseillaise. Aan het front, ten oosten van Verdun, heeft Toller dertien maanden dienst gedaan. Een verschrikkelijke tijd. De oorlog, schrijft Toller, heeft mij tot een vijand van de oorlog gemaakt. Toller wordt overtuigd pacifist en socialist. Hij streeft naar sociale rechtvaardigheid zonder bloedvergieten en dat levert vaak dilemma's op. Toller koos voor de onderdrukten maar zag dat ook de onderdrukte massa haar macht kan misbruiken.

Een groot gedeelte van Eine Jugend in Deutschland gaat over het München van na de Eerste Wereldoorlog en de Radenrepubliek die daar tussen 7 april en 2 mei 1919 heeft bestaan en waarin Toller een belangrijke rol heeft gespeeld. Aan die periode zijn ook de namen van Kurt Eisner en Gustav Landauer verbonden, evenals Toller strijders voor meer sociale gerechtigheid. Wie geïnteresseerd is in Die Münchener Räterrepublik, verwijs ik naar het gelijknamige boek van Michaela Karl uit 2008, waarin zij de hoofdrolspelers, onder wie Eisner, Landauer en Toller, portretteert.

Lezend wat Toller in Eine Jugend in Deutschland over die tijd schrijft, kan men slechts sympathie en diepe bewondering voelen voor degenen die zich met gevaar voor eigen leven hebben ingezet voor een rechtvaardiger samenleving. Kurt Eisner is 21 februari 1919 in München neergeschoten. Na zijn gevangenneming is Gustav Landauer 2 mei 1919 in de gevangenis Stadelheim om het leven gebracht. Toller vertelt in zijn boek hoe Landauer, een van de zuiverste en nobelste geesten van de Duitse revolutie, op beestachtige wijze door rechts-radicale soldaten is vermoord. Eisner en Landauer liggen samen begraven op de nieuwe Joodse begraafplaats in München.

Toller zelf is, nadat de Radenrepubliek München ten val was gebracht, tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld. In die tijd schreef Toller een aantal gedichten en toneelstukken. De enige plaats waar ik enigermate lucht kon scheppen, was het kunstwerk. In de boeien is daarom een toepasselijke titel voor een keuze uit zijn werk dat in 1935 in de reeks Boekenvrienden Solidariteit verscheen. De tekening op de omslag is van Käthe Kollwitz. Boekenvrienden Solidariteit te Hilversum was in de jaren 1934 en 1935 de uitgeverij van Heinz Kohn, die in 1933 naar Nederland was uitgeweken.

Als we kijken naar de Joodse kant van Toller zijn er enkele overeenkomsten met Wassermann. Ook Toller houdt in Eine Jugend in Deutschland 'zijn weg als Duitser en Jood' tegen het licht. Toller is geboren op 1 december 1893 in Samotschin, in een welvarend Joods gezin. Samotschin was een 'Duitse stad' in wat toen de provincie Posen heette. Samotschin ligt nu in Polen. De Joden, schrijft Toller, voelden zich de pioniers van de Duitse cultuur. In de kleine steden waren de gastvrije huizen van de Joodse families geestelijke centra, waar Duitse literatuur, filosofie en kunst met een trots, die aan het belachelijke grensde, 'bewaakt werd en gekoesterd'. Als kind heeft hij geleden onder het Joods zijn, het anders zijn. Waarom zijn wij eigenlijk Joden, vraagt hij zijn moeder. Ga slapen en stel niet van die gekke vragen. Ik slaap niet. Ik wil geen Jood zijn. Ik wil niet, dat de kinderen achter mij aanlopen en me voor Jood schelden.

In het laatste gedeelte van zijn autobiografie, het is dan 1923, komt Toller hier op terug, hij moet aan zijn prille jeugd denken, aan zijn verdriet toen de andere jongens hem voor Jood uitscholden. En hij denkt aan de eerste dagen van de oorlog, aan mijn hartstochtelijke wens met de inzet van mijn leven te bewijzen dat ik een Duitser was, alleen maar een Duitser. Maar, vraagt hij zich af, ben ik niet evengoed een Jood? Hoor ik niet tot dat volk dat eeuwenlang vervolgd, verjaagd en gemarteld werd? Hij schaamt zich omdat hij zijn eigen moeder had willen verloochenen.

Net als Wasserman schrijft Toller over de Trägheit des Herzens. En hij bedoelt daar hetzelfde mee. Ik geloof niet aan het 'slechte' van de mens. Ik geloof veeleer dat hij tot verschrikkelijke handelingen komt uit gebrek aan fantasie en de traagheid van zijn hart. In zijn boek heeft Toller dat uitgediept en ook daarom is Eine Jugend in Deutschland nog steeds van betekenis en het lezen waard.

In zijn inleiding uit 1933 schrijft Toller: Als het juk van het barbarisme ons drukt, moeten wij strijden en mogen wij niet zwijgen. Wie in zo’n tijd zwijgt, pleegt verraad aan zijn roeping als mens. Gezwegen heeft Toller nooit en hij is het nationaalsocialisme, waarvan hij als één van de eersten het gevaar onderkende, blijven bestrijden. Maar ten slotte sloeg de vertwijfeling toe en werd het hem teveel. In 1933 vluchtte hij naar Zwitserland en in 1934 naar Londen. In 1936 ging hij naar Amerika voor het houden van lezingen. Fritz Landshoff van Querido heeft in zijn boek Erinnerungen eines Verlegers een mooi portret van zijn vriend Toller geschreven. Landshoff bezocht Toller in New York en trof hem daar in een diepe depressie. Samen zouden ze teruggaan naar Europa. Maar Toller kon er niet meer tegenop. Op 22 mei 1939 maakte hij in New York een eind aan zijn leven. Zijn dood was een schok voor allen die aan de goede kant stonden en van hem hielden.

In 2010 heeft Anaconda Verlag, Köln, Eine Jugend in Deutschland opnieuw uitgegeven. Een vertaling in het Nederlands is vrij gemakkelijk antiquarisch te vinden.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon