Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 5 maart 2010
reageer op deze column
Delen |

Celan en Bachmann (1)

Veel aandacht voor Paul Celan dezer dagen. Gisteren was in het Goethe Institut ‘Jazz avec Celan’, een ‘dialoog tussen enkele gedichten van Celan’ en vijf jonge jazzmusici. De prachtige maar dure tweetalige uitgave met de verzamelde gedichten van Paul Celan uit 2003 is nu voor een veel lager bedrag te koop. En in februari van dit jaar is de briefwisseling tussen Ingeborg Bachmann en Paul Celan in Nederlandse vertaling uitgebracht. De Duitse uitgave van enige jaren geleden had als titel Herzzeit. De Nederlandse vertaling moet het doen met Een dramatische liefde.

De titel Herzzeit was overgenomen uit een gedicht van Celan, Köln, Am Hof, van oktober 1957. De relatie tussen Celan en Bachmann was toen weer opgebloeid. De eerste drie regels van dat gedicht luiden:

Herzzeit, es stehn
die Geträumten für
die Mitternachtsziffer.

In de uitgave van de verzamelde gedichten is Herzzeit door Ton Naaijkens vertaald met Harttijd, in de door Paul Beers vertaalde briefwisseling echter met Tijd van het hart. Misschien omdat het woord Harttijd buiten de context van een gedicht niet fraai klinkt, maar jammer is het wel. Herz is een sleutelwoord in de gedichten van Celan, in eerdere gedichtenbundels veelal zonder toevoeging gebruikt, later in verschillende samenvoegingen zoals Herzschlag en Herzton en in neologismen zoals Herzzähne en Herzfinger. Herzzeit is dan ook een veel passender titel voor de briefwisseling dan het zo algemene Een dramatische liefde. Een dramatische en hartstochtelijke liefde was het al met al zeker, zinnelijk en geestelijk, schrijft Celan in één van zijn brieven.

De relatie begon al in 1948, toen zij elkaar in Wenen ontmoetten, kort voordat Celan naar Parijs ging. De briefwisseling opent meteen al met een gedicht, In Egypte, dat exemplarisch is voor Celan en voor de relatie tussen Celan en Bachmann. In Nederlandse vertaling (van Ton Naaijkens) luidt het:

Je moet haar vreemdelingenoog zeggen: wees het water.
Je moet wie je ziet in het water, zoeken in haar vreemdelingenoog,
Je moet hen het water uit roepen: Ruth! Noëmie! Mirjam!
Je moet hen mooi maken als je bij de vreemdelinge ligt.
Je moet hen mooi maken met het vreemde wolkenhaar.
Je moet tegen Ruth en Mirjam en Noëmie zeggen:
kijk, ik slaap bij haar!
Je moet de vreemdelinge naast je het mooist maken.
Je moet haar mooi maken met de pijn om Ruth, om Mirjam en Noëmie.
Je moet de vreemdelinge zeggen:
Kijk, ik sliep bij hen!

Toen Celan dit gedicht schreef was hij 27 jaar en uit zijn geboorteland verdreven. De titel van het gedicht, In Egypte, verwijst daarnaar. Bachmann was 21 en had een geheel andere achtergrond dan Celan. Als de je uit het gedicht met een vreemdelinge slaapt, kan hij zich niet losmaken van de pijn om Ruth, Noëmie en Mirjam, namen die staan voor de Joodse vrouwen met het vreemde wolkenhaar die een graf in de wolken hebben / daar lig je niet krap (Todesfuge). Opvallend is dat Barbara Wiedemann en Bertrand Badiou in hun achter in de briefwisseling opgenomen commentaar met nadruk opmerken dat Bachmann niet de vreemdelinge uit het gedicht is. Gelet op de Kommentierte Gesamtausgabe van de gedichten van Celan, is In Egypte mogelijk al ontstaan voordat Celan en Bachmann elkaar leerden kennen. Dat kan de opmerking van Wiedemann en Badiou verklaren.

Wezenlijker is dat om het gedicht te lezen en te verstaan het ook niet belangrijk is of Bachmann de vreemdelinge is. In het gedicht heeft de vreemdelinge niet voor niets geen naam. Daaraan doet niet af dat Celan jaren later aan Bachmann schrijft: Telkens als ik ‘t lees, zie ik jou dit gedicht binnen gaan. Dat ligt in de persoonlijke sfeer en roept hoogstens de vraag op of ook Bachmann voor Celan een vreemdelinge was als in het gedicht bedoeld. Voor het begrijpen van de gedichten van Celan en Bachmann, zo wil ik hiermee zeggen, behoef je de briefwisseling niet te raadplegen. De briefwisseling tussen Bachmann en Celan is echter op zichzelf beschouwd al boeiend genoeg om te lezen. Een grote liefde, niet zonder dramatiek en verwoord door twee dichters.

Bachmann heeft zeker begrepen wat in Celan omging. Maar zij had ook haar eigen angsten en was soms geïrriteerd als Celan daar onvoldoende oog voor had. Celan is de dichter die tot het uiterste de sjoa in woorden heeft proberen te vangen. Alleen daardoor wordt begrijpelijk waarom hij de recensie van Blöcker en het plagiaatverwijt van Claire Goll zo zwaar opnam. Zie daarover mijn column van 6 maart 2009. Blöcker had in zijn recensie o.a. geschreven dat Celan tegenover de Duitse taal een grotere vrijheid heeft wat aan zijn herkomst kan liggen. Celan reageert hierop als door een antisemitische adder gebeten. Celan voelde zich ten diepste aangetast en dat is verwoord in de brief aan Bachmann van 12 november 1959: Je weet ook - of liever: je wist het eens - wat ik in de Todesfuge heb proberen te zeggen. Je weet - nee, je wist, en daarom moet ik je er nu aan herinneren – dat de Todesfuge ook dit voor mij is: een grafschrift en een graf. Wie over de Todesfuge datgene schrijft wat deze Blöcker daarover geschreven heeft, die schendt de graven. Ook mijn moeder heeft alleen dit graf.

In 1971, een jaar na de zelfgekozen dood van Celan verschijnt Malina, een roman van Bachmann. Zij had daarin alsnog een tekst gevoegd: De geheimen van de prinses van Kagran. Daarin treedt een vreemdeling op die zegt: ‘Mijn volk is ouder dan alle volkeren ter wereld en het is in alle windrichtingen verstrooid.’ In die vreemdeling herkennen we Celan en het woord vreemdeling wijst terug naar het gedicht In Egypte. Bovendien eindigt de ingevoegde tekst met de woorden: Ik weet nu, ik weet! Dan gaan je gedachten o.a. naar de brief van 12 november 1959. Of echter Celan, ook door Bachmann, wel onvoorwaardelijk te volgen was in zijn reacties op de recensie van Blöcker en het plagiaatverwijt van Claire Goll, is het onderwerp van de volgende column.

Een dramatische liefde, Briefwisseling Ingeborg Bachmann-Paul Celan, vertaald door Paul Beers, Persona nr. 4, J.M. Meulenhoff, Amsterdam 2010.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon