Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 26 maart 2010
reageer op deze column
Delen |

Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford

Wie Canetti's Party im Blitz of Conradi’s biografie van Iris Murdoch heeft gelezen, kent de naam van Franz Baermann Steiner, de uit Praag afkomstige en in Engeland wonende dichter die met Canetti en Murdoch bevriend was. Maar daar houdt het meestal mee op. En dat is jammer.

H.G. Adler (1910-1988), de schrijver van het standaardwerk over Theresienstadt, heeft in maart 1953 na het overlijden van Steiner een brief geschreven aan Chaim Menachim Rabin (1915-1996). Adler was een jeugdvriend van Steiner uit Praag. Rabin verbleef tegelijk met Steiner in Londen en Oxford en is enige jaren na de dood van Steiner naar Jeruzalem gegaan waar hij was benoemd tot hoogleraar Hebreeuws. De zeer lezenswaardige en uitvoerige brief, in druk bijna 60 bladzijden, geeft een indringend portret van Steiner. Pas in 2006 is de brief bij Wallstein Verlag gepubliceerd. Bij dezelfde uitgeverij waren in 2000 eindelijk de verzamelde gedichten van Steiner verschenen, onder de titel Am stürzenden Pfad. Intussen zijn ook andere geschriften van Steiner gebundeld en is nog voor dit jaar de briefwisseling tussen Adler en Steiner aangekondigd. Wie was deze Franz Baermann Steiner?

Steiner is op 12 december 1909 in Praag geboren. In een Duitstalig, geassimileerd Joods gezin. Het is de sfeer die we kennen uit de vele boeken over het Praag van Kafka. Van het jodendom heeft Steiner in zijn jeugd maar weinig meegekregen. Toch koos Steiner in 1928 voor een studie met Semitische talen als hoofdvak. Om zich daarin verder te bekwamen is hij in 1930 voor een jaar naar Jeruzalem gegaan waar hij bij de eveneens uit Praag afkomstige Hugo Bergmann heeft gewoond. Jeruzalem en Bergmann moeten een belangrijke invloed op Steiner hebben gehad, want, schrijft Adler, Steiner keerde naar Praag terug als begeisterte Jude und Zionist. Sindsdien beschouwde Steiner zich altijd als een orthodoxe Jood. Van meer liberale stromingen moest hij niet veel hebben. Naar sjoel ging hij echter maar af en toe.

In Praag ontwikkelde Steiner zich tot antropoloog. Zijn proefschrift, Studien zur arabischen Wurzelgeschichte, verscheen in 1935. Het had dus in totaal zeven jaar geduurd voordat hij zijn proefschrift van slechts 33 bladzijden af had en durfde te verdedigen. Dat is symptomatisch. Zijn leven lang heeft Steiner geaarzeld over de waarde van zijn werk. Één van de redenen dat hij tijdens zijn leven nooit is doorgebroken, niet met wetenschappelijk werk en ook niet met zijn gedichten.

In 1936 is Steiner naar Londen gegaan om zijn studies voort te zetten. Na 1938 was het niet langer mogelijk naar Praag terug te keren. Gelukkig werd hem de gelegenheid geboden in Oxford een tweede dissertatie te schrijven, een vergelijkende studie over slavernij. Steiner was daar al een eind mee gevorderd toen hij in 1942 tijdens een treinreis zijn bagage kwijtraakte. Al het werk aan de dissertatie ging verloren. Het heeft Steiner veel moeite gekost om opnieuw te beginnen. Daar kwam ook nog eens bij dat hij in 1945 heeft moeten vernemen dat zijn beide ouders in Treblinka waren vermoord. Wel werden die moeilijke jaren zijn vruchtbaarste periode als dichter, ook al werden zijn gedichten slechts een enkele keer gepubliceerd en nooit gebundeld. In 1949 kon Steiner zijn dissertatie, A Comparative Study of the Forms of Slavery, toch nog met succes afsluiten waarna hij in Oxford tot Lecturer in Social Anthropology werd benoemd. Steiner zal nog maar enkele jaren les kunnen geven. Hij is dan al zwaar hartpatiënt en overlijdt op 26 november 1952. Hij is begraven op de Joodse begraafplaats in Oxford.

Steiner heeft zijn gedichten in het Duits geschreven. So war nur die Ansprache des deutschen Sprachmediums für ihn unmittelbar, aber sonst war er als Jude und Fremder im nichtdeutschen Lande fast von allem Deutschen frei, schrijft Adler. Niet Duitsland maar Praag, Jeruzalem en Oxford hebben hem gevormd. Toch voelde hij zich ook in Engeland niet echt thuis. Always unlucky Franz, man without family / In exile from his language, living on, dichtte David Wright. Geen familie maar wel vrienden, onder wie Canetti.

Adler plaatst de vitaliteit van Canetti tegenover de afstandelijke, verstilde Steiner en meent dat Canetti veel voor Steiner heeft gedaan en betekend zonder dat Steiner in staat was ook voor Canetti veel te betekenen. Dat valt te betwijfelen want het is niet in overeenstemming met wat Canetti in Party im Blitz schrijft. Canetti merkt weliswaar op dat Steiner maar moeilijk aan het praten te krijgen was, maar als je met hem begon te praten, had hij altijd iets te zeggen. Je moet deze man een beetje beter kennen, schrijft Canetti, om te weten dat het alleen aankwam op buitengewone antwoorden. Anderen hebben de relatie tussen Canetti en Steiner als fruitful for both genoemd. De relatie tussen Canetti en Steiner gaf Hanuschek, de biograaf van Canetti, aanleiding over Steiner te schrijven als Canetti’s beste vriend.

Conradi behandelt Steiner uitvoerig in zijn veel bekritiseerde biografie van Iris Murdoch. Hij schrijft dat Steiner vaccilated between loneliness and sociability; between acceptance of an early death and hope for a new life, including marriage and children. In die eigenlijk al hopeloze situatie, in 1952, ontstond een liefdesrelatie tussen Steiner en de tien jaar jongere Iris Murdoch die in Oxford filosofie studeerde en kort daarvoor haar eerste roman had geschreven. Doordat Conradi de dagboekaantekeningen van zowel Murdoch als Steiner heeft ingezien, kunnen wij die relatie gedurende de laatste maanden van het leven van Steiner op de voet volgen. Steiner en Murdoch praten over religie en over jodendom. Ze lezen samen Kafka, met wie Steiner zich altijd zeer verwant heeft gevoeld. Hoewel Steiner beseft dat hij niet lang meer te leven heeft, droomt hij van een toekomst samen met Murdoch. Apart wonen is iets voor jongere mensen, noteert hij. Maar wilde Murdoch dat wel? In zijn laatste dagboekaantekening, van 18 november 1952, schrijft Steiner (ik citeer Conradi): ... What have I achieved? My poems are unpublished, all was in vain... I have the love of the best woman I can imagine and she won´t marry me. Murdoch heeft Steiner, door haar one of the best people I ever met genoemd, naderhand een plaats gegeven in haar private pantheon of martyrs.

All was in vain ... Adler noemt het tragisch dat Steiner bij het grote publiek onbekend is gebleven en zich tevreden heeft moeten stellen met de bijval die zijn vrienden hem schonken. Die vrienden hielden op 3 maart 1953 een bijeenkomst, In Memoriam Franz Baermann Steiner. Adler, Canetti en Murdoch woonden de bijeenkomst bij. Steiner’s belangrijke gedicht Gebet im Garten (am Geburtstag meines Vaters dem ersten Oktober 1947) werd gelezen in het Duits en in de Engelse vertaling van Michael Hamburger. Over de gedichten van Steiner volgende keer.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon