Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 2 juli 2010
reageer op deze column
Delen |

Walther Rathenau: Höre, Israel!

Voordat deze zomer de nieuwsbrief en dus ook deze columns enige tijd worden onderbroken, een tussenstand. Twee columns over Walther Rathenau, grootindustrieel en politicus maar ook filosoof en schrijver. Een veelzijdige, fascinerende man die in de verhouding Duitsers en Joden een belangrijke rol heeft gespeeld.

In mijn column van 5 februari jl. (Tussen orthodoxie en assimilatie) citeerde ik Gershom Scholem die opmerkte dat Soma Morgenstern veel sterker met het jodendom verbonden was dan de meeste andere schrijvers met wie hij in de tijd voor Hitler omging. Op dat punt is Morgenstern inderdaad een uitzondering op de regel. De meeste schrijvers die ik tot nu toe in mijn columns heb behandeld, groeiden op in volledig geassimileerde gezinnen en werden door Hitler, in de vaker door mij aangehaalde woorden van Kertész, Joden op bevel. Assimilatie hielp dus niet.

De assimilatie van de Duitse Joden kent nog een eerder ijkpunt en dat is Walther Rathenau, de Joodse minister van buitenlandse zaken van de Weimar Republiek, die op 24 juni 1922 door rechts-extremisten werd vermoord. In zijn boek De wereld van gisteren merkt Stefan Zweig op dat met die tragische gebeurtenis het ongeluk van Duitsland en van Europa begon. Na de zomer bespreek ik Stefan Zweig. En ook Jakob Wassermann en Ernst Toller die eveneens, ieder op hun eigen manier, hebben beschreven welke weg zij als Duitser en Jood zijn gegaan. De moord op Rathenau beroofde Wassermann, constateert diens biograaf Thomas Kraft, van alle hoop op een maatschappij in der Juden und Deutsche gemeinsam und vertrauensvoll zusammenleben könnten.

Stefan Zweig heeft Rathenau goed gekend en schildert in De wereld van gisteren het portret van een zeer intelligente man die scherp en helder denkt, maar ook van iemand die geen vaste grond onder de voeten heeft. Zelden, schrijft Zweig, heb ik de tragiek van de Joodse mens sterker gevoeld dan in zijn persoon, die bij alle uiterlijke superioriteit vervuld was van een diepe onrust en onzekerheid. Zweig merkt op, ik parafraseer, dat het is alsof zich tussen Rathenau en een ander een glazen wand bevindt, weliswaar doorzichtig maar tegelijk ondoordringbaar.

Rathenau was een Einzelgänger die anderen niet dichtbij liet komen. De dam die hij opwerpt, laat zich onder meer verklaren doordat hij zich altijd bewust is geweest van zijn positie als buitenstaander, van Jood en van, waarschijnlijk, latente homoseksueel. Hier gaat het om de Joodse kant van Rathenau. Daarover is veel te vinden in de zeer vlot leesbare en uitgebreide biografie van de hand van Wolfgang Brenner: Walther Rathenau, Deutscher und Jude (Piper Verlag, 2005).

Rathenau stamde uit een rijke familie, zijn vader was de grondlegger van de AEG, en had van huis uit nog maar weinig van het jodendom meegekregen. Zijn Jood-zijn beperkte hem vaak in zijn ambities en die ambities reikten ver, misschien ook wel omdat hij Jood was en bemerkte dat daardoor niet alle deuren voor hem opengingen. Toen Rathenau in 1890/1891 een jaar in militaire dienst moest doorbrengen, kon hij als Jood geen reserveofficier van de cavaleristen in het Pruisische leger worden. Rathenau, ambitieus als hij was, voelde zich steeds opnieuw gekrenkt door de afwijzing die hij en andere Joden moesten ervaren. Later zei Rathenau:

In den Jugendjahren eines jeden deutschen Juden gibt es einen schmerzlichen Augenblick, an den er sich zeitlebens erinnert: wenn ihm zum ersten Mal voll bewusst wird, dass er als Bürger zweiter Klasse in die Welt getreten ist und dass keine Tüchtigkeit und kein Verdienst ihn aus dieser Lage befreien kann.

In de literatuur komen we wel de opvatting tegen dat Rathenau het jodendom heeft verlaten. Een voorbeeld daarvan is het boek van Rudolf Kallner over Herzl und Rathenau. Kallner plaatst Herzl en Rathenau diametraal tegen over elkaar en stelt dat Rathenau het jodendom de rug heeft toegekeerd. Kallner noemt Rathenau zelfs een Joodse antisemiet die, schrijft hij, leefde voor het volk waarvan hij hield; dat was echter niet het Joodse maar het Duitse volk. Deze benadering doet Rathenau geen recht. Herzl en Rathenau staan dichter bij elkaar dan Kallner meent. Herzl en Rathenau doorzagen het antisemitisme van hun tijd maar de oplossing die zij voorstonden was verschillend. Herzl zocht het in een eigen staat, Rathenau koos voor de sociale kant van het vraagstuk en maakte zich sterk voor de gelijkberechtiging van de Joden.

Maar in zijn beruchte artikel uit 1897, Höre, Israel!, gepubliceerd onder het weinig verhullende pseudoniem W. Hartenau, schoot Rathenau door. Rathenau begint met mee te delen dat hij zelf Jood is om daarna de Joden op te roepen zich volledig en onvoorwaardelijk te assimileren. Das Ziel des Prozesses sollen nicht imitierte Germanen, sondern deutsch geartete und erzogene Juden sein. Brenner meent dat Rathenau de intentie had de Joden te beschermen tegen antisemitisme. Assimilatie als model tegen antisemitisme. Dat is zeker de bedoeling van Rathenau maar de weg die hij voorstaat, is bepaald minder gelukkig. Hannah Arendt heeft beklemtoond dat wie volledig en onvoorwaardelijk wil assimileren het gevaar loopt zich tevens te conformeren aan de antisemitische vooroordelen van de samenleving waaraan men zo graag volwaardig wil deelnemen. Ik heb haar ook op dit punt al eens eerder aangehaald. Het artikel van Rathenau is van dat risico een opvallend voorbeeld. Het is wrang te moeten constateren dat Rathenau – ook in de ogen van zijn tijdgenoten – niet aan antisemitische vooroordelen ontkomt. Hij was zich hiervan bewust maar neemt het als het ware op de koop toe. In een centrale passage van zijn stuk doet Rathenau de wel heel vergaande aanbeveling dat door de Joden alle eigenschappen, gleichviel ob gute und schlechte, von denen es erwiesen ist, dass sie den Landesgenossen verhasst sind, abgelegt und durch geeignetere ersetzt werden. Ook dat heeft niemand geholpen.

Jakob Wassermann zei het treffend:

Wer sich als Jude bis zur Selbtsverleugnung und Würdelosigkeit assimiliert, wird von den Deutschen ebenso zurückgewiesen werden wie der, der auf seiner doppelten Identität beharrt und sie als Recht einfordert.

De lezer van deze columns moet een mening over Rathenau nog even opzouten. Rathenau, die zijn hele leven met zijn Joodse identiteit heeft geworsteld, valt niet gemakkelijk in een bepaald hokje te plaatsen. Zo heeft hij de doop als middel om zich te assimileren altijd afgewezen, ook in zijn artikel van 1897. En Rathenau heeft zich vooral meermalen sterk gemaakt voor de gelijkberechtiging van de Joden. Er is dus meer. Daarover volgende week.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon