Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 12 november 2010
1 reactie
reageer op deze column
Delen |

Harry Mulisch is zelf een mens

Weinigen zullen weten dat Harry Mulisch ook een boekje over Israël heeft geschreven, met de titel Israël is zelf een mens, in 1969 door Bert Bakker uitgegeven. Mulisch beschrijft daarin enkele tochten die hij door Israël maakt. Israël is zelf een mens concludeert hij, als hij naar het meer van Tiberias gaat en zijn reis vervolgt langs de Jordaan, die het meer van Tiberias verbindt met haar helse tegendeel: de Dode Zee. (...) Het lieflijkste meer op aarde verbonden met het afgrijselijkste door een rivier, waarin de god wordt gedoopt: dat is een mens.

Ik heb, om de aandacht te trekken, de lezer op het verkeerde been gezet. De uitgave bevat inderdaad de beschrijving van enkele tochten die Mulisch door Israël maakt maar deze zijn letterlijk afkomstig uit zijn boek De zaak 40/61, de rapportage die hij schreef naar aanleiding van het proces Eichmann. De vraag is waarom dit boekje ooit is uitgegeven want losgeweekt uit het boek over Eichmann zijn het weinig verrassende notities over het Israël van vóór 1967. De geciteerde passage tekent de schrijver Harry Mulisch natuurlijk wel.

Nu Mulisch is overleden, heb ik De zaak 40/61 nog eens herlezen. Net als Hannah Arendt besloot Mulisch om als verslaggever naar Israël te gaan. In essentie wijkt zijn mening over Eichmann niet af van die van Hannah Arendt. Mulisch noemt Eichmann de machine die voor alles gebruikt kan worden, omdat hij bevelen opvolgt zonder daaraan te twijfelen. Zonder daarover na te denken, zou Hannah Arendt zeggen.

Maar daarom herlas ik Mulisch niet. De aanleiding was de aan de begrafenis van Mulisch voorafgaande bijeenkomst in de Stadsschouwburg van Amsterdam die op de televisie te volgen was. De kist, zei de verslaggever, was een traditioneel Joodse kist van vurenhout. En bij het overbrengen van de kist naar de Stadsschouwburg werd deze voorafgegaan door een klezmerband. Tijdens de herdenkingsdienst, maar het kan ook een andere uitzending zijn geweest, hoorde ik bovendien zeggen dat Mulisch steeds meer een fascinatie voor de Joodse cultuur had ontwikkeld.

Ik keek ervan op. Zeker, de Tweede Wereldoorlog is het onderwerp van zijn werk. En algemeen bekend is dat Mulisch een Joodse moeder had en een uit Oostenrijk afkomstige vader die tijdens de oorlog met de Duitsers had gecollaboreerd. In zijn werkkamer hangen aan de ene wand de medailles en sabel van zijn vader en aan de andere wand de gele jodenster die zijn moeder heeft moeten dragen. Daar zijn foto’s van. Die beladen achtergrond maakt het begrijpelijk dat Mulisch, toen hij in de krant las dat Eichmann in Israël zou worden berecht, moet hebben uitgeroepen: Dat is het! en hij spoedde zich naar H.A. Lunshof, de hoofdredacteur van Elseviers Weekblad om zich als verslaggever aan te melden. Mulisch heeft tijdens het proces de gruwelijke verhalen van de getuigen aangehoord en dat alles heeft hem diep geraakt. De zaak Eichmann heeft meer met mij te maken dan ik zelf weet, concludeert hij.

Dat ook Israël met Mulisch te maken had, valt uit zijn boek niet op te maken. Een journalist vraagt hem met zoveel woorden of hij als halfjood hier in Israël veel herkent. Mulisch antwoordt dat hij door zijn arische vader is opgevoed en gaat niet nader op de vraag van de journalist in. Bovendien zijn er de nodige passages waarin, zo lijkt het, Mulisch zich schaart onder de wij tegenover de Joden. Maar laten we voorzichtig zijn, Israël was niet het centrale thema. Wel de Jodenvervolging. Het laatste hoofdstuk van De zaak 40/61 gaat over zijn bezoek aan Auschwitz-Birkenau, de eenzaamste plek op aarde, alleen door zwijgen te beschrijven.

Mulisch heeft na het proces Eichmann lange tijd geen romans meer geschreven, kunnen schrijven is ook wel gezegd. Wel ander werk. In 1975 publiceerde hij Mijn getijdenboek 1927-1951, met veel autobiografische documenten, later aangevuld door Onno Blom voor de periode 1952-2002. Op de omslag een foto van zijn moeder, Alice Schwarz, met op haar schoot de kleine Mulisch.

De foto moet omstreeks 1930 zijn genomen. Alice Schwartz was toen ongeveer 22 jaar. Opvallend is dat de foto drie keer is afgedrukt, op de omslag maar ook twee keer in het boek zelf. Ik heb lang naar deze ontroerende foto gekeken.

Ook het getijdenboek uit 1975 las ik om na te gaan of er toch meer te vinden is over de persoonlijke beleving van zijn Joodse achtergrond. Mulisch begint het getijdenboek met de geschiedenis van zijn Joodse voorouders maar persoonlijke opmerkingen over een Joodse kant ontbreken grotendeels. Hij lijkt er niet veel van te hebben meegekregen. In het getijdenboek valt meer te lezen over zijn vader en diens karakter dan over zijn moeder. Dat is in zoverre niet onbegrijpelijk omdat Mulisch, nadat zijn ouders in 1936 uit elkaar waren gegaan, bij zijn vader is gebleven. En daarna, schrijft hij, speelde de huishoudster Frieda een veel grotere rol in het dagelijks leven. Toch ging hij wekelijks naar zijn moeder toen het haar niet langer toegestaan was Amsterdam te verlaten. Hij zocht haar op tijdens haar werk voor de Joodse Raad. Dit alles wordt vermeld, maar verder vond ik in het getijdenboek uit 1975 nauwelijks aanwijzingen dat Joodse tradities en Joodse cultuur in het leven van de jonge Mulisch van belang zijn geweest. In 1951 is Alice Schwartz naar Californië verhuisd. De contacten zijn gebleven maar over de emotionele kant van de band met zijn moeder laat Mulisch zich in het getijdenboek niet of nauwelijks uit.

Mulisch kon tijdens het schrijven zijn vaders medailles en sabel en de gele jodenster van zijn moeder zien. Dat is het perspectief van waaruit hij schreef. Ook in zijn magnum opus De ontdekking van de hemel, waarin de moeder van Max Delius, Eva Weiss, in Auschwitz wordt omgebracht, verraden door de vader die na de oorlog daarvoor wordt berecht. Ook Max Delius gaat naar Auschwitz-Birkenau: Slachters en slachtoffers, iedereen was verdwenen – zijn vader evenzeer als zijn moeder: wat was hijzelf anders dan de personificatie van het kamp in zijn geheel? Tot het einde toe het centrale thema in het werk van Mulisch. Het gaat dan vooral over vragen van goed en fout, van schuld en onschuld, van dader en slachtoffer. Het is mijn overtuiging, zei Mulisch, dat de Tweede Wereldoorlog tot het einde der tijden een oriëntatiepunt zal blijven, - en in elk geval is dat te hopen.

Na deze te korte gang door het werk van Mulisch, lang niet alles heb ik gelezen, laat staan herlezen, kijk ik toch minder op van die vurenhouten kist. Wie aan zijn moeder kwam, raakte een gevoelige snaar, schrijft Onno Blom in het tweede deel van het getijdenboek en Mulisch moet die zin ongetwijfeld hebben gelezen en goedgekeurd. Een toekomstige biografie zal hier mogelijk meer zicht op geven.

April 1986 hield Mulisch een lezing, in het Duits, over Anne Frank, onder de titel Het meisje en de dood. Het was de openingstoespraak van de tentoonstelling Die Welt der Anne Frank in Berlijn. De mooie en respectvolle lezing is opgenomen in het boekje Aan het woord. Ik citeer het laatste gedeelte waarin Mulisch zegt: Maar ook de familie van mijn joodse moeder kwam uit Frankfurt, en die is ook vergast – niet mijn moeder, maar haar moeder, en die haar moeder, vijfentachtig jaar oud. Het ondraaglijkst in het achterhuis zijn een paar horizontale potloodstreepjes op het behang in een hoek, achter glas. Daaraan kan men zien, hoe Anne Frank en haar zuster gegroeid waren in die twee jaren, ten einde omgebracht te worden. Mijn overgrootmoeder werd in diezelfde jaren steeds kleiner.

En dan volgen de laatste zinnen waarin de vaak arrogant en zelfverzekerd genoemde Mulisch opmerkt: Waarom was dat eigenlijk allemaal? Ik weet er langzamerhand alles van, maar ik begrijp het steeds minder. Harry Mulisch is zelf een mens.

Reacties

Eva van Sonderen

zondag 14 november 2010
Bij het lezen van dit stukje moet ik denken aan wat Lea Dasberg ooit ergens heeft geschreven, dat het niet genoeg is om te worden geboren als Jood, maar dat een joodse opvoeding onontbeerlijk is. En daar heeft de halachisch joodse Mulisch inderdaad weinig of niets van meegekregen. Toch stroomde de geest waar die niet gaan kon - als een soort 'closet kabbalist' in zijn niet-aflatende belangstelling voor mystiek en alchemie. Dat is een tweede thema, naast het door Frijda genoemde hoofdthema van de oorlog, van de tegenstelling tussen de joodse moeder en de collaborerende vader. "Harry Mulisch, een Joodse alchemist" zou een mooie titel zijn voor een Mulisch-biografie.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon