Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 30 oktober 2009
reageer op deze column
Delen |

Kafka en Else Lasker-Schüler

Kafka blijft slechts kort in Berlijn als hij Felice Bauer voor de eerste keer opzoekt. Toch vindt hij tijd om naar café Josty te gaan. Op 24 maart 1913 moet hij daar Else Lasker-Schüler hebben ontmoet want beide schrijvers ondertekenen een ansichtkaart aan hun gezamenlijke uitgever Kurt Wolff. Kafka schrijft: Sehr geehrter Herr Wolff! ... Bis ich sie ins Reine werde haben schreiben lassen, schicke ich sie natürlich sehr gerne. Ihr ergebener F. Kafka. Kafka doelt in dit grammaticale hoogstandje op zijn verhaal Die Verwandlung dat Kurt Wolff wilde uitgeven. Ook anderen ondertekenen, Else Lasker-Schüler met Abigail Basileus III. Een kleinood van de Duitse literatuurgeschiedenis noemt Kafkabiograaf Reiner Stach de ansichtkaart.

De ontmoeting tussen beide schrijvers is opvallend en niet alleen omdat Kafka de tijd en de energie vond om naar café Josty te gaan. Kafka wist dat hij daar Else Lasker-Schüler kon tegenkomen, hoewel hij een aantal weken daarvoor aan Felice Bauer had geschreven dat hij haar gedichten niet kon uitstaan en alleen maar weerzin voelde. Das wahllos zuckende Gehirn einer sich überspannenden Grossstädterin, oordeelt Kafka venijnig. Een scherpe afwijzing in bewoordingen die we van Kafka zo niet kennen. Waarom?

Kerstin Decker volgt in haar nieuwe biografie van Else Lasker-Schüler de analyse van Reiner Stach. Kafka wilde niets weten van teugelloosheid. Het onbeheerste en het extreme vond hij vooral destructief. Hij reageerde dan furieus, zoals in het geval van Else Lasker-Schüler. Kafka hield zich verre van zulke schrijvers, omdat hij bang was om misschien toch iets aan te treffen dat hem persoonlijk zou kunnen raken.

Het hield hem echter niet tegen om naar café Josty te gaan en hij vond het niet nodig om in de verdere briefwisseling met Felice Bauer te vertellen dat hij daar was geweest en Else Lasker-Schüler had ontmoet. Else Lasker-Schüler heeft hem nauwelijks opgemerkt, hoewel zij een antenne had voor mensen die haar niet mochten. Pas in 1927, Kafka is dan al overleden, refereert zij aan Kaffka (!) in een brief aan Paul Goldscheider. De hoofdletter K heeft zij voorzien van een stralenkrans.

Niet lang na 24 maart 1913 gaat Else Lasker-Schüler naar Praag om daar voor te lezen. Met veel succes. Max Brod en Egon Erwin Kisch waren onder haar gehoor. En vermoedelijk ook Kafka, schrijft Kerstin Decker. Na afloop gaat een gezelschap eerst naar café Arco om daarna een wandeling te maken op de Altstädter Ring waar een politieman de buitenissig geklede, in gebed neergezonken Else Lasker-Schüler wegens haar in zijn ogen vreemde gedrag arresteert. Zij stelt zich voor als de Prins van Thebe waarop Kafka zou hebben gezegd: Dies ist nicht der Prinz von Theben sondern eine Kuh vom Kurfürstendamm. Een te mooi verhaal om niet door te vertellen, maar het is zeer de vraag of het waar is. Reiner Stach verwijst naar dit alles slechts in een noot en laat de uitlating van Kafka weg. Er is ook maar één bron. Bovendien het past niet goed bij Kafka. En Else Lasker-Schüler, had ze de opmerking van Kafka gehoord, zou later vast geen stralenkrans hebben getekend.

Extreem was Else Lasker-Schüler zeker. Maar nu, ongeveer een eeuw later, kijken we van haar gedrag minder op. In het Berlijn van haar tijd stond ze aan de wieg van de avant-garde, niet alleen met haar gedichten maar ook met haar optredens, performances zouden we nu zeggen. Beroemd is de tekening waarin ze in een exotisch pak op een fluit speelt.

Else met fluit

Leven en dichten vielen bij Else Lasker-Schüler samen. Zij noemt zich Tino van Bagdad of Jussuf, de Prins van Thebe. En ook haar geliefden krijgen nieuwe namen. Achter Giselheer gaat de dichter Gottfried Benn schuil. En die namen gebruikt ze niet alleen in haar gedichten. Wahrheit und Dichtung zijn soms moeilijk te ontrafelen en dat maakt een biografie van Else Lasker-Schüler tot spannende lectuur. Maar gedichten, zei Else Lasker-Schüler, gedichten kunnen niet liegen.

Misschien wel de mooiste liefdesgedichten van Else Lasker-Schüler zijn aan Gottfried Benn gewijd.

Giselheer dem Tiger

Über dein Gesicht schleichen die Dschlungeln.
O, wie du bist!

Deine Tigeraugen sind süss geworden
In der Sonne.

Ich trage dich immer herum
Zwischen meinen Zhänen.

(...)
Aan Giselheer de tijger

Over je gezicht sluipen de jungles.
Zoals jij bent!

Je tijgerogen zijn zoet geworden
In de zon.

Ik draag je aldoor rond
Tussen mijn tanden.

(...)

Onverminderd felle, indringende liefdespoëzie en het doet er niet toe voor wie bedoeld. Het zijn dichtregels die iedereen graag uit de mond van een geliefde wil horen.

Veertig jaar later herdenkt Gottfried Benn Else Lasker-Schüler en schildert hij een liefdevol portret: een kleine slanke vrouw in extravagante kleren, behangen met kettingen en ringen, die iedereen op straat nakeek, dat was de Prins van Thebe, Jussuf, Tino van Bagdad, de zwarte zwaan. En, schrijft Gottfried Benn, zij was de grootste lyrische dichter die Duitsland ooit heeft gehad.

Het is Peter Hille die haar de zwarte zwaan van Israël heeft genoemd. In de volgende column de Joodse kant van Else Lasker-Schüler die onder andere de ‘Hebräische Balladen’ schreef en in 1939 naar Palestina is gegaan waar ze in 1945 is overleden.

Aanleiding tot deze column is de deze maand verschenen biografie van Kerstin Decker, Mein Herz – Niemandem, Das Leben der Else Lasker-Schüler, Propyläen, 2009.

De vertaling van een gedeelte van het gedicht Aan Giselheer de tijger is uit Menno Wigman, Altijd kleurt je bloed mijn wangen rood, De mooiste liefdesgedichten van Else Lasker-Schüler.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon