Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 9 juli 2010
reageer op deze column
Delen |

Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude

Herzl en Rathenau hadden contact met elkaar maar met Höre, Israel! was Herzl, het wekt weinig verbazing, niet erg gelukkig. Met lichte spot schreef Herzl aan Rathenau: Als ik me niet vergis, wordt in het artikel verlangd dat de Joden zich langere ledematen en rechte neuzen aanwennen. Rathenau van zijn kant zag niet veel in de ideeën van Herzl. Toch schreef hij aan Herzl: Von Erez Israel bin ich – ich gestehe es – noch weit entfernt. Aber ich bin kein Feind ... Niet de woordkeus en een wijze van uiten van iemand die het jodendom geheel de rug heeft toegekeerd. En in 1921, na de Balfour Declaration en een jaar voor zijn dood, heeft Rathenau er zelfs even over gedacht naar Palestina te gaan om zich een eigen oordeel te vormen.

Dit haal ik niet alleen uit de biografie van Brenner, Walther Rathenau, Deutscher und Jude, maar ook uit een mooi boek met interessante bijdragen en veel beeldmateriaal dat in 1993 is verschenen als catalogus bij een tentoonstelling over Rathenau in het Deutsches Historisches Museum in samenwerking met het Leo Baeck Institute in New York. Wie in Rathenau is geïnteresseerd, moet die catalogus op de kop proberen te tikken. Zelf heb ik de catalogus zonder moeite antiquarisch gevonden. Daaruit nog een voorbeeld dat opvalt. De synagoge bezocht Rathenau niet. In 1919 schreef hij (let op de eerste twee woorden): Meine Verbundenheit mit dem Judentum ... war stets eine geistige. Die Synagoge band mich nicht. Toch heeft Rathenau op verschillende momenten in zijn leven Hebreeuws geleerd en, zo las ik, na zijn dood zijn talrijke Joodse boeken uit de bibliotheek van Rathenau naar Leo Baeck gegaan. O.a. Jehuda Halevi en vertalingen van Midrasjiem. Leo Baeck zei daarover: Vieles hätte er dem jüdischen Denken und hoffen auch geben können, hätte er länger gelebt, hätte er, der sein Judentum gesucht hatte, es auch gefunden.

Het raadsel Rathenau laat zich niet zo gemakkelijk ontrafelen. Maar het is niet altijd nodig om te speculeren. Rathenau heeft ook standpunten ingenomen waarover geen misverstand mogelijk is. Categorisch wees hij de doop als middel om zich te assimileren af. Ook al in 1897, in zijn artikel Höre, Israel! Hij vindt het maar opportunistisch om op die manier von der Aufgebung seines Väterglaubens geschäftlich und sozial te profiteren. Bovendien, concludeert Rathenau, dient men zich in dat geval, het een volgt uit het ander, ook einverstanden zu erklären mit der preussischen Judenpolitik, die nicht weniger bedeutet als die schwerste Kränkung, die ein Staat einer Bevölkerungsgruppe zuzufügen vermag. Rathenau doelt hier op allerlei overheidsmaatregelen die Joden tot tweederangsburgers maakten. Een staat die Joden niet op dezelfde manier behandelt als alle andere burgers, wijst hij ondubbelzinnig af. Voor de gelijkberechtiging van de Joden stond Rathenau pal. Het is in niet mis te verstane woorden terug te vinden in zijn boek Zur Kritik der Zeit, in 1912 voor het eerst gepubliceerd en in 2008 door Georg Olms Verlag opnieuw uitgegeven in de Bibliothek Verbrannter Bücher (ondertitel: ein Auswahl der von den Nationalsozialisten verfemten und verbotenen Literatur). In Zur Kritik der Zeit zijn enkele eerder verschenen artikelen toegevoegd onder de paragraaf Staat und Judentum. Daaruit komt het citaat over de Judenpolitik. Maar laat ik Rathenau zelf nog een keer aanhalen, want als het gaat om gelijkberechtiging van de Joden kan het niet duidelijker: Ich kämpfe gegen das Unrecht, das in Deutschland geschieht.

Hier raken we de kern in het denken van Rathenau. Hij verloochende zijn jodendom niet en wenste als Jood volledig deel te nemen aan het openbare leven in Duitsland. Als Jood had hij te vaak zijn hoofd gestoten. Toen Rathenau minister van buitenlandse zaken van de Weimarrepubliek was geworden, heeft hij bezoek gehad van Kurt Blumenfeld en Albert Einstein. Zij wilden hem overhalen om af te treden, omdat zij meenden dat door zijn ministerschap alles wat in Duitsland fout leek te zijn gegaan, het was de tijd na Rapallo, en wat weer fout kon gaan, de Joden in de schoenen zou worden geschoven. Rathenau weigerde af te treden.

Rathenau was ambitieus maar hij was oprecht van mening dat ook Joden de hoogste publieke ambten moesten kunnen bekleden. Hij trad dus niet af. Zweig schrijft later dat Rathenau zich zijn dubbele verantwoordelijkheid, als Duitser en als Jood, zeer bewust was. Treffend is dat hij als minister van buitenlandse zaken op een personeelsformulier niet wilde invullen welk geloof hij beleed. En dit is niet omdat hij wilde ontkennen dat hij Jood was. Dat hij Jood was, wist iedereen. Maar omdat hij daarmee een signaal wilde afgeven ten gunste van de gelijkberechtiging van de Joden. De gestelde vraag, schreef hij er met de hand bij, strookt niet met de Grondwet (Diese Frage entspricht nicht der Verfassung).


personeelsformulier van Rathenau

Rathenau is maar enkele maanden minister van buitenlandse zaken geweest. Op 24 juni 1922 is hij door leden van de rechts-extremistische en antisemitische Organisation Consul vermoord. Hoe in die kringen werd gedacht, blijkt uit het rijm dat over Rathenau de ronde deed:

Knallt ab der Walther Rathenau,
Die Gottverdammte Judenschau.

Brenner laat in zijn biografie scherp tot uiting komen dat Rathenau vele keren is gewaarschuwd voor een aanslag en desondanks nauwelijks beveiliging wilde. Waarom? Wat ging er om in deze zo intelligente en tegelijk eenzame man?

Na de moord op Rathenau liet de Centralverein deutscher Staatsbürger jüdischen Glaubens weten: Rathenau wurde Politiker, wurde Minister, weil er ein begeisterter Deutscher war – und wurde ein Opfer tierischer Mordwut, weil er ein aufrechter Jude war.

Deutscher und Jude, vele schrijvers na Rathenau hebben er mee geworsteld. Een aantal van hen komt na de zomer in beeld.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon